Bloeiende meisjes

Vaak gestelde lezersvraag: gaan wij verder met Proust, en zo ja, wanneer valt het volgende deel te verwachten?

De beslissing om verder te gaan is al een tijdje genomen. De uitgever is enthousiast, wij zien het wel zitten om tot ver na de pensioengerechtige leeftijd onmogelijke zinnen te vertalen, het enige probleem is de financiering. Proust vertalen is véél tijdrovender dan een doorsnee literaire roman, en het Nederlands Letterenfonds heeft in de vereenvoudigde nieuwe werkbeursregeling geen aparte plaats meer ingeruimd voor extreem moeilijke projecten. Het komt erop neer dat we nog ongeveer een half boek moeten zien te ‘dekken’. (NB Uitgevers zijn geen werkgevers die hun vertalers keurige salarissen betalen. Dan zouden boeken trouwens ook onbetaalbaar worden naar de smaak van de consument. Vandaar dat de Staat moet bijschieten om de kwaliteit van cultureel belangrijke vertalingen veilig te stellen door middel van subsidies.)

Maar we mikken welgemoed op beginnen in het late najaar van 2016, wat inhoudt dat we ergens eind 2018 misschien wel een boek hebben. Dat boek gaat niet In het lommer van de meisjes in bloei heten, zoals wijlen Thérèse Cornips A l’ombre des jeunes filles en fleurs had willen noemen als ze haar vertaling ervan had kunnen afmaken. De kans dat er een boek met die titel verschijnt is desondanks niet gering, want Philippe Noble en Désirée Schyns werken op basis van Cornips’ nagelaten manuscript ook aan een vertaling van dit deel, voor de Bezige Bij. Hoe wij het boek zullen noemen weten we nog niet. Dat ook deze titel net als Swanns kant op weer tot discussie zal leiden, is niet onmogelijk. De titel van de prestigieuze Penguin-editie, In the shadow of young girls in flower, bevat volgens sommigen maar liefst drie vertaalfouten en zou eigenlijk moeten luiden: In the shade of blooming girls.

 

Categorie: Blog | Thema: Proust

Het model-Driessen

Vertaal letterlijk, tenzij het resultaat geen goed Nederlands is.

Elke vertaling moet een goed overwogen compromis zijn tussen enerzijds respect voor de brontekst en anderzijds dienstbaarheid aan de lezer. Als die twee met elkaar in conflict komen, moet het eerste altijd de doorslag geven, met andere woorden, moet de dienstbaarheid wijken voor de trouw.

Was getekend: Hans Driessen – als zijn woorden (uit het nawoord bij Berlijn Alexanderplatz) tenminste correct worden geciteerd door de jury van de Filter Vertaalprijs 2016 (Filter 23:1, p. 6). Maar daar mogen we wel van uitgaan.

Ik heb Hans Driessen erg hoog zitten als vertaler. Ik weet ook dat hij niet wars is van enige hersenarbeid, want hij heeft filosofie gestudeerd en o.a. Nietzsche, Schopenhauer, Wittgenstein, Sloterdijk, Marx, Benjamin en Adorno vertaald. Alle reden dus om even heel aandachtig stil te staan bij het model dat hij hier voorstelt.

Driessen onderscheidt twee polen waartussen een vertaling zich kan bewegen, de brontekst en de lezer (van de vertaling). Beide polen trekken als magneten aan de vertaler: de brontekst wil letterlijkheid, respect en trouw, de lezer wil goed Nederlands en dienstbaarheid. Als we de eerste pool A noemen en de tweede B, kan Driessens model dus in de volgende drie formules worden geschematiseerd:

  • B > A (goed Nederlands gaat boven letterlijkheid)
  • B = A (goed overwogen compromis)
  • B < A (dienstbaarheid aan de lezer moet wijken voor trouw aan de brontekst)

Dat model lijkt me op zijn zachtst gezegd onwerkbaar. Letterlijkheid die leidt tot slecht Nederlands dient te worden gecorrigeerd, maar de dienst die de vertaler de lezer daarmee bewijst betekent helaas een verlies aan trouw, dus…

Maar het echte probleem zit elders, namelijk in de impliciete aannamen die aan het model voorafgaan. Welke (semantische, syntactische, fonetische, metrische) elementen blijven precies behouden bij ‘letterlijk’ vertalen, en waarom juist die? Wat is precies ‘goed Nederlands’, en moet ook een oorspronkelijk Nederlandse tekst zich daaraan houden, en waarom? Aan welke aspecten van de brontekst moet een vertaling trouw zijn, en waarom juist die? Moeten oorspronkelijke teksten ook dienstbaar zijn aan de lezer, en zo ja, waarom/hoe? En last but not least: veronderstelt een ‘goed overwogen compromis’ niet al bij voorbaat dat er een conflict is?

Categorie: Blog | Thema: Driessen, vertalen

De witte geur van roet (bis)

In Swanns kant op laten wij het haardvuur de hele ruimte witkalken met de geur van roet. Marco Kamphuis noemde dat in zijn NRC-recensie een ‘uiterst ongelukkige vertaling’ – waarop wij reageerden met de constatering dat het een ‘prachtig oxymoron’ uit de koker van Proust zelve betreft: badigeonner = witkalken.

Geuren hebben geen kleur. Heel strikt genomen is er dus niet eens sprake van een oxymoron (een schijnbaar onmogelijke verbinding van twee tegengestelde begrippen, zoals ‘een bejaard kind’ of ‘zwarte sneeuw’). Toch heeft het beeld een sterk schrikeffect, want het overgrote deel van de lezers zal in een eerste opwelling dezelfde reactie als Kamphuis hebben: de geur van roet is niet wit, maar zwart.

Met de metafoor van het witkalken als zodanig is helemaal niets mis. Als er had gestaan dat de ruimte werd witgekalkt door de geest van vroomheid, of desnoods door de geur van bloemen, zou niemand ook maar met zijn ogen hebben geknipperd. Het gaat pas ‘fout’ door de combinatie met roet.

En nu een kleine bekentenis: we hebben ook de vertaling ‘gesausd’ overwogen, maar juist omwille van het schrikeffect gekozen voor ‘witgekalkt’ – waarin de kleur wit, die in het Franse badigeon impliciet blijft zoals aardbeien en tomaten impliciet het idee van ‘rood’ in zich meedragen, opvallend expliciet wordt gemaakt. De keus tussen een vertaling (‘sauzen’, ‘drenken’, ‘bestrijken’ enz.) waardoor het pseudo-oxymoron helemaal wegvalt en een vertaling waardoor het effect nog lichtelijk wordt versterkt, is snel gemaakt.

Overigens is Proust zelf ook vaak van uiterst ongelukkige beelden beticht, dus we verkeren in goed gezelschap.

Categorie: Blog | Thema: Proust