Denis Diderot, Jacques de fatalist en zijn meester, fragment

Hoe hadden ze elkaar ontmoet? Bij toeval, zoals iedereen. Hoe heetten ze? Wat gaat u dat aan? Waar kwamen ze vandaan? Van de dichtstbijzijnde plaats. Waar gingen ze heen? Weet een mens waar hij heen gaat? Wat zeiden ze? De meester zei niets, en Jacques zei dat zijn kapitein zei dat alle goede en slechte dingen die ons hier beneden overkomen, daar boven geschreven staan.

MEESTER: Dat is een prachtig gezegde.
JACQUES: Mijn kapitein voegde eraan toe dat elke kogel die uit een geweer kwam zijn bestemming had.
MEESTER: En hij had gelijk…
Na een korte stilte riep Jacques uit: ‘De duivel hale de herbergier en zijn herberg!’
MEESTER: Waarom je naaste naar de duivel wensen? Dat is niet christelijk.
JACQUES: Omdat ik me zat te bedrinken met zijn slechte wijn en daardoor onze paarden naar het wed vergat te brengen. Mijn vader merkte het, hij werd boos. Ik schudde mijn hoofd, hij pakte een stok en liet die onzacht op mijn schouders neerkomen. Er trok een regiment langs, op weg naar het kamp voor Fontenoy; uit pure nijd nam ik dienst. We komen aan, de slag barst los.
MEESTER: En jij ontvangt de kogel die voor jou bestemd was.
JACQUES: Goed geraden: een schot in mijn knie. En God weet wat dat schot voor goede en slechte dingen met zich mee heeft gebracht, die allemaal net zo hecht in elkaar grijpen als de schakels van een kinketting. Zo zou ik zonder dat schot denk ik nooit van mijn leven verliefd zijn geweest, en ook niet mank.
MEESTER: Je bent dus verliefd geweest?
JACQUES: Nou en of!
MEESTER: En dat kwam door een geweerschot?
JACQUES: Ja, door een geweerschot.
MEESTER: Daar heb je me nog nooit een woord over gezegd.
JACQUES: Dat geloof ik graag.
MEESTER: Maar waarom dan niet?
JACQUES: Omdat het niet eerder en niet later gezegd kon worden.
MEESTER: En is het moment om dat liefdesverhaal te horen nu gekomen?
JACQUES: Wie weet?
MEESTER: Begin toch maar, op hoop van zegen.

Jacques begon aan zijn liefdesverhaal. Het was middag, het weer was drukkend, zijn meester viel in slaap. De duisternis overviel hen in het open veld, en even later waren ze verdwaald. Ziedend van woede bedolf de meester zijn knecht onder een regen van zweepslagen, en bij elke slag zei de arme duivel: ‘Die stond daar boven blijkbaar nog geschreven.’

U ziet, lezer, dat ik goed op dreef ben en dat ik u moeiteloos één jaar, twee jaar, drie jaar zou kunnen laten wachten op Jacques’ liefdesverhaal, door hem van zijn meester te scheiden en elk van beiden bloot te stellen aan alle gevaren die ik maar zou willen. Wat let me om de meester te laten trouwen met een vrouw die hem zou bedriegen? Om Jacques in te schepen naar de Antillen? Om zijn meester daar ook naartoe te sturen? Om hen beiden op hetzelfde schip naar Frankrijk terug te brengen? Het is zo gemakkelijk om verhalen te verzinnen! Maar die twee zullen ervan afkomen met een slapeloze nacht, en u met dit oponthoud.

[Denis Diderot, Jacques de fatalist en zijn meester, vertaling Martin de Haan. Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2004.]

  • ‘Diderots antiroman klinkt, zeker in deze sprankelende vertaling, ook nu nog als een klok’ – Trouw
  • ‘Het is geen geringe verdienste van de vertaler, Martin de Haan, dat het lijkt alsof Diderot, toen hij in Holland was in juni van datzelfde jaar 1773, zijn filosofische schelmenroman maar meteen in het Nederlands heeft geschreven’ – Jacq Vogelaar in De Groene
  • ‘Mooie nieuwe vertaling van de hand van Martin de Haan’ – Arnold Heumakers in NRC Handelsblad
  • ‘De vertaling van Martin de Haan is onberispelijk en even respectvol als bij de tijd’ – Michaël Zeeman in de Volkskrant
  • ‘De vertaling van Martin de Haan is voortreffelijk’ – Allard Schröder in Vrij Nederland
  • ‘Het was overigens een goed idee van de uitgever om deze klus aan Martin de Haan toe te vertrouwen. Deze vertaler beschikt niet alleen over een uitstekend taalgevoel, maar heeft ook voldoende gevoel voor humor en ironie om deze vermakelijke tekst in al zijn nuances weer te geven’ – Marijke Arijs in De Standaard der Letteren
  • ‘Op een buitengewoon speelse manier stelt Diderot zo de vraag: hoe te leven met de Verlichting? De prachtige nieuwe vertaling van Martin de Haan biedt de mogelijkheid er kennis van te nemen.’ – Paul Emmelkamp in Vrij Nederland
Print Friendly
Categorie: Vertalingen MdH | Thema: Diderot | Permalink |

Reacties zijn gesloten.