Die zin

Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep had geen geschikter moment kunnen uitkiezen om de nieuwe vertaling van Kafka’s Amerika uit te brengen. Kafka schreef zijn onvoltooide eerste roman tussen 1911 en 1914, ruim honderd jaar voordat Donald Trump werd gekozen als vijfenveertigste president van de Verenigde Staten, maar het boek is met zijn beschrijving van een grotesk, door groot(s)heid geobsedeerd land actueler dan ooit. Je zou haast denken dat de vastgoedmagnaat zijn inspiratie bij Kafka heeft gezocht, zozeer zou de Trump Tower met zijn gouden sierlijsten op zijn plaats zijn in het boek. Om nog maar te zwijgen van de grootspraak en de leugens, pardon, alternatieve feiten.

De nieuwe Amerika-vertaling maakt deel uit van een reeks waarin Kafka’s werk in het Nederlands met één constante stem moet klinken: die van de schrijver en vertaler Willem van Toorn. Alleen al het feit dat het boek inderdaad als nieuwe vertaling wordt gepresenteerd mag opvallend heten, want eerder vertaalde dezelfde Van Toorn hetzelfde boek al samen met Gerda Meijerink, met wie hij lange tijd een duo vormde – ongetwijfeld met als leidende gedachte dat de germaniste Meijerink het Duits moest bewaken, terwijl Van Toorn instond voor de kwaliteit van het Nederlands. Maar inmiddels heeft Van Toorn dus de vrije hand gekregen zodat hij zijn eigen stempel op Kafka kan drukken, zoals eerder ook Nini Brunt had gedaan.

Wat ik vooral bewonder aan de vertaler Van Toorn is de gewetensvolle koppigheid waarmee hij zijn werk verricht. Zelf zou hij het waarschijnlijk ‘trouw’ noemen: de trouw van de boodschapper die de dingen niet mooier wil maken dan ze zijn. Dat is overigens minder eenvoudig dan het klinkt, want hoe meet je in literatuur precies hoe mooi iets is? Vandaar die gewetensvolle koppigheid: in de ruim twee decennia dat Van Toorn aan Kafka werkt, mag zijn adagium van trouw aan de oorspronkelijke tekst dan fier overeind zijn gebleven, het heeft hem er niet van weerhouden om zijn vertalingen na verloop van tijd radicaal te herzien. Waarmee hij en passant op voorbeeldige wijze aantoont dat een vertaler niet trouw is aan ‘wat er staat’ (in de eeuwigheid gebeiteld), maar aan wat hij ziet (afhankelijk van bril en humeur).

Meteen al bij de verschijning van Amerika in Van Toorns eerste vertaling in 1995 (toen nog met Meijerink) deed de gevolgde vertaalstrategie het nodige stof opwaaien. Met name recensent en collega-vertaler Wil Hansen wond zich erover op in de Volkskrant, waarna er op 23 april 1996 zelfs een heuse discussieavond werd georganiseerd in Neerlands hipste debatcentrum, De Balie. Volgens Hansen was de nieuwe vertaling veel te letterlijk en te stroef, volgens de vertalers was juist Kafka’s Duits ongewoon en moest die vreemdheid ook in vertaling worden behouden: de aloude stammenstrijd tussen doeltaalgericht en brontaalgericht vertalen was weer eens opgelaaid, en uiteraard bleef iedereen bij zijn eigen standpunt.

Tenminste, zo leek het. In 2009 verscheen namelijk het eerste hoofdstuk van Amerika, het enige dat Kafka zelf heeft gepubliceerd, onder de titel ‘De stoker’ ook weer als onderdeel van De gedaanteverwisseling en andere verhalen, dit keer solovertaald door Willem van Toorn, en juist het voorbeeld waaraan Hansen zijn kritiek aan had opgehangen blijkt nu te zijn aangepast. Het gaat om de befaamde beginzin, die in het Duits van het handschrift luidt (waaraan Kafka in druk alleen de leeftijd van de hoofdpersoon heeft veranderd):

‘Als der sechzehnjährige Karl Roßmann, der von seinen armen Eltern nach Amerika geschickt worden war, weil ihn ein Dienstmädchen verführt und ein Kind van ihm bekommen hatte, in dem schon langsam gewordenen Schiff in den Hafen von Newyork einfuhr, erblickte er die schon längst beobachtete Statue der Freiheitsgöttin wie in einem plötzlich stärker gewordenen Sonnenlicht.’

Hadden Van Toorn en Meijerink dat ‘schon langsam gewordenen Schiff’ in 1995 nog vertaald als ‘het al traag geworden schip’, met als argument dat het Duits net zo vreemd was, in de nieuwe vertaling van Van Toorn is nu sprake van ‘het al langzamer varende schip’: precies het soort ‘soepele’ oplossing dat Wil Hansen zo graag wilde zien, en waar trouwens ook Nini Brunt in haar vertaling voor had gekozen (in precies dezelfde woorden). Moeten we de eerste vertaling uit 1995 dus vooral op het conto van Meijerink schrijven? Of heeft Van Toorn zich met enige vertraging toch laten overtuigen door de argumenten van Hansen? Zeker is dat het probleem hem niet loslaat, want in de nieuwste vertaling uit 2016 lezen we weer ‘het al langzaam geworden schip’: de normalisering is ongedaan gemaakt, de vreemdheid weer hersteld.

Het cliché luidt dat een vertaling nooit af is. Dat klopt: niet per se omdat het ‘altijd beter kan’, maar omdat het altijd weer anders kan. Verandert de blik op de brontekst, dan verandert ook de vertaling weer. Dat Van Toorn zijn vertaling twee keer heeft durven aanpassen zonder bang te zijn voor gezichtsverlies, bewijst dat het belang van de tekst hem vóór alles gaat. Literaire vertalingen zijn er voor hem niet om de inhoud van een buitenlands boek in een zo hapklaar mogelijke vorm aan de lezer aan te bieden, maar om de persoonlijke stijl van de auteur voelbaar te maken – die zich nu juist kenmerkt door de manier waarop hij afwijkt van het kleurloze gemiddelde (de norm). Daarom is Van Toorn in mijn ogen een voorbeeldige vertaler.

Toch valt er meer te zeggen over het gewraakte stukje zin. Geen enkele van de ruim twintig vertalingen die Patrick O’Neill in zijn boek Transforming Kafka citeert, volgt het Duitse origineel woord voor woord zoals Van Toorn doet, en de vraag is dus of Kafka’s ‘langsam geworden’ wel echt zo vreemd is als ‘langzaam geworden’ in het Nederlands (voor zover het geen inherente eigenschap betreft). Ik lees niet veel Duits, maar ben al een paar keer op vergelijkbare formuleringen gestuit (o.a. bij Raoul Schrott en Rainer Stach), en ook een korte zoektocht op Google leverde een aantal resultaten op waardoor ik geneigd zou zijn te denken dat het met die vreemdheid eigenlijk wel meevalt, wat me trouwens door een Duitstalige informant werd bevestigd.

Maar daar blijft het niet bij. In de Duitse zin verschijnt dezelfde constructie nogmaals, haast alsof er sprake is van syntactisch rijm: ‘in einem plötzlich stärker gewordenen Sonnenlicht’. En als je er eenmaal met een poëtisch oog naar kijkt, valt ook de parallel tussen ‘schon langsam gewordenen Schiff’ en ‘schon längst beobachtete Statue’ op. Dat zijn dragende vormkenmerken die idealiter ook in een vertaling zouden moeten terugkomen, en het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat Van Toorn in zijn recentste vertaling juist om die reden weer heeft teruggegrepen naar zijn eerdere oplossing:

‘Toen de zeventienjarige Karl Rossmann, die door zijn arme ouders naar Amerika was gestuurd omdat een dienstmeisje hem had verleid en een kind van hem had gekregen, op het al langzaam geworden schip de haven van New York binnenvoer, zag hij het al veel eerder waargenomen standbeeld van de vrijheidsgodin als in een plotseling sterker geworden zonlicht.’

In 1995 luidde de zin nog:

‘Toen de zeventienjarige Karl Rossmann, die door zijn arme ouders naar Amerika was gestuurd omdat hij was verleid door een dienstmeisje dat een kind van hem had gekregen, op het al traag geworden schip de haven van New York binnenvoer, zag hij het beeld van de vrijheidsgodin, dat hij al geruime tijd had waargenomen, als in een plotseling sterker geworden zonlicht.’

Twintig jaar nadenken hebben dan misschien niet de definitieve vertaling opgeleverd, maar wel een veel rijpere, met meer aandacht voor de prozapoëzie die Kafka’s schrijven kenmerkt.

Je zou willen dat het iedere vertaler gegeven was om zijn tekst zo lang te laten rijpen.

[Verschenen in Ons Erfdeel]

Print Friendly, PDF & Email
Categorie: Essays MdH/RH | Thema: Kafka | Permalink |

Reacties zijn gesloten.