Portfolio van Martin de Haan

Waaghals, oorlogsheld, brokkenpiloot: Antoine de Saint-Exupéry  

Weinig boeken spreken zozeer tot de algemeen-kinderlijke verbeelding. Sterker nog, geen enkel boek behalve de Bijbel is in zoveel talen en dialecten vertaald (ongeveer 300, waaronder Chaucer’s English en Drents) en zo vaak over de toonbank gegaan (ongeveer 150 miljoen keer). Niet Dan Brown, Agatha Christie of J.K. Rowling is verantwoordelijk voor dat commerciële huzarenstukje, maar Antoine de Saint-Exupéry, wiens naam waarschijnlijk voorgoed verbonden zal blijven aan dat ene boekje: Le Petit Prince – oftewel De kleine prins, zoals de titel van de recente Drentse vertaling luidt.  →
Categorie: Essays MdH, Recensies MdH | Thema: Saint-Exupéry

Hondstrouwe vertaalvrijheid: de Anna Karenina van Hans Boland

Ongelukkige gezinnen lijken allemaal op elkaar, maar een gelukkig gezin is dat altijd op zijn eigen manier. Er bestaan geen statistieken van, maar de kans dat bovenstaande zin bij de gemiddelde hoger opgeleide Nederlander wel ergens een belletje doet rinkelen, lijkt me behoorlijk groot. Een flink stuk lager schat ik de kans in dat diezelfde Nederlander meteen beseft dat dit de beginzin van Anna Karenina is, en dan ook nog in een verminkte vorm.  →
Categorie: Essays MdH, Recensies MdH | Thema: Tolstoj

Krenten in de pap: nieuwe Baudelairevertalingen van Paul Claes

‘Wij van Claes adviseren Claes’ Met dat motto typeerde Vincent Hunink, veelgeprezen vertaler van onder anderen Tacitus en Seneca, ooit de basishouding van zijn al even veelgeprezen collega Paul Claes. ‘Paul Claes kan er geen genoeg van krijgen. In artikel na artikel verdedigt hij zijn eigen vertalingen via kritiek op andermans werk’, schreef Hunink in het vertaaltijdschrift Filter, en er zijn inderdaad nauwelijks auteurs te bedenken die Claes heeft vertaald zónder zijn voorgangers (en opvolgers, denk aan de Joyce-vertalers Henkes en Bindervoet) te bekritiseren.  →
Categorie: Recensies MdH | Thema: Baudelaire, Claes

Hoe Hof en Haan victorie kraaiden

Wat is het grootste vertaalprobleem dat u bent tegengekomen? Elke tekst is onvertaalbaar tot het tegendeel is bewezen. Zo ook het werk van Marcel Proust. Zijn eindeloos lange zinnen zijn een grote uitdaging voor een Nederlandse vertaler, omdat het Nederlands zich (met name door de plaats van de persoonsvorm, de beperkte verbuigingsmogelijkheden en de onmogelijkheid om deelwoorden los op te hangen in de zin) minder goed leent voor het maken van eindeloos lange zinnen dan het Frans.  →
Categorie: Varia MdH | Thema: Proust

Nieuw vertalersgeluk

En daar ging hij dan, de Europese Literatuurprijs 2012, naar Julian Barnes en zijn vertaler Ronald Vlek. Pech voor het duo Houellebecq/De Haan, dat evenwel niet bij de pakken neer wenst te zitten en zijn zinnen heeft gezet op een revanche in het mooie jaar 2017. Dat schreef ik in 2012, en eerder dan verwacht is het dan zover: het duo Houellebecq/De Haan is met Onderworpen opnieuw genomineerd voor de Europese Literatuurprijs, niet in 2017 maar in 2016.  →
Categorie: Blog | Thema: Houellebecq, Onderworpen

Bloeiende meisjes

Vaak gestelde lezersvraag: gaan wij verder met Proust, en zo ja, wanneer valt het volgende deel te verwachten? De beslissing om verder te gaan is al een tijdje genomen. De uitgever is enthousiast, wij zien het wel zitten om tot ver na de pensioengerechtige leeftijd onmogelijke zinnen te vertalen, het enige probleem is de financiering.  →
Categorie: Blog | Thema: Proust

Het model-Driessen

Vertaal letterlijk, tenzij het resultaat geen goed Nederlands is. Elke vertaling moet een goed overwogen compromis zijn tussen enerzijds respect voor de brontekst en anderzijds dienstbaarheid aan de lezer. Als die twee met elkaar in conflict komen, moet het eerste altijd de doorslag geven, met andere woorden, moet de dienstbaarheid wijken voor de trouw.  →
Categorie: Blog | Thema: Driessen, vertalen

De witte geur van roet (bis)

In Swanns kant op laten wij het haardvuur de hele ruimte witkalken met de geur van roet. Marco Kamphuis noemde dat in zijn NRC-recensie een ‘uiterst ongelukkige vertaling’ – waarop wij reageerden met de constatering dat het een ‘prachtig oxymoron’ uit de koker van Proust zelve betreft: badigeonner = witkalken.  →
Categorie: Blog | Thema: Proust

Opfriscursus alexandrijnherkenning

Een lezer van mijn vorige blogpost wijst me erop dat noch de Franse zin uit de Code pénal, noch mijn Nederlandse vertaling ervan een alexandrijn is. Ik was er al een beetje bang voor, want ons alexandrijnherkennend vermogen is niet meer wat het was. Tijd voor een kleine opfriscursus. De alexandrijn, die zijn naam dankt aan de 12de-eeuwse Roman d’Alexandre, is in het Nederlands een zesvoetige jambe, in het Frans (dat geen versvoeten kent) een twaalflettergrepige versregel met twee vaste heffingen (de 6e en de 12e lettergreep) en twee vrije – volgens de klassieke regels althans, want sinds Hugo en Baudelaire worden ook vrijere alexandrijnen (zonder cesuur, bijvoorbeeld in drie gelijke delen) correct bevonden.  →
Categorie: Blog | Thema: Simenon, versbouw

Schuin en vlijmscherp

‘Tout condamné à mort aura la tête tranchée.’ Met die vrijwel volmaakte alexandrijn, afkomstig uit de Franse Code pénal, begint het vijfde hoofdstuk van Georges Simenons La veuve Couderc. Het wetsartikel, plotseling opgedoken vanuit de nevelen van de herinnering, krijgt algauw een obsessief karakter voor de hoofdpersoon, Jean: hij moet er steeds opnieuw aan denken, in totaal twaalf keer.  →
Categorie: Blog | Thema: Simenon