Barent, Kobus

Nederlands schilder (geb. nabij Dordrecht, Nederland, omstreeks 1630). Zijn biografie vertoont een opmerkelijke overeenkomst met de geschiedenis van zijn vaderland: zijn jeugd werd bepaald door de strijd tussen land en water, zijn volwassenwording stond in het teken van het verzet tegen de Spaanse overheersing. Pas op rijpe leeftijd, nadat de vrede was getekend, kwam zijn kunstenaarschap tot bloei.

Kobus Barent werd geboren aan de Maas als zoon van een molenaar. Zijn vroege belangstelling voor tekenkunst werd gewekt door Bijbelgravure – later zou hij daaraan de goddelijke bescherming toeschrijven die zijn kunstenaarschap ogenschijnlijk begeleidde. Drie visioenen waren bepalend voor zijn roeping. Als knaap aanschouwde hij Het laatste oordeel, het magnum opus van Lucas van Leyden, als adolescent besefte hij dat zijn liefde voor het weelderige vlees van zijn minnares Lisbeth eerder picturaal dan animaal van aard was, en als jongeman ontmoette hij Rembrandt van Rijn. Die ontmoeting, in het atelier van portrettist Frantz Krul te Haarlem, bij wie Barent in de leer was, zou doorslaggevend blijken. De dertig jaar oudere Rembrandt, zelf eveneens molenaarszoon, had grote waardering voor de etsen van de jonge Barent. In de ogen van de schildersleerling herkende hij de droom die kunst baart. Sommige experts menen overigens in een aan Barent toegeschreven portret van een Haags letterkundige de hand van Rembrandt te herkennen – vanwege de subtiele blik en glimlach die voor het masker zweven, en de manier waarop het licht via een weerschijn op het gelaat valt.

Barent zou zijn ware roeping pas vinden na vele omzwervingen. In zijn Haarlemse periode raakte hij verwikkeld in een stormachtige verhouding met het professionele model Siska. Samen verlieten ze Haarlem voor Amsterdam. Armoe noopte hem zijn vanitasstillevens te verkopen aan de Italiaanse jood Pierofotti, een handelaar berucht om de wurgcontracten die hij nooddruftige kunstenaars opdrong. Nadat Barent Siska’s ware aard had ontdekt – zij was een Danaë, die haar benen spreidde om er geld in op te vangen – verliet hij haar, zegde de schilderkunst vaarwel en stortte zich op het libertijnse leven. Na enige dramatische perikelen met de rijke handelaar Willem van Roytema, die er haast het leven bij inschoot, kwamen Barent en Siska elkaar opnieuw tegen. Geruime tijd leidden de minnaars een zwervend bestaan, totdat ze geronseld werden door de Spaanse roverhoofdman Barbera. Ternauwernood wist Barent te vluchten en te ontsnappen aan een wisse dood. Siska, die hem wilde meezuigen in een spiraal van ontucht en misdaad, liet hij voorgoed achter. En wederom kruiste Barent Rembrandts pad. Tijdens een openbare verkoop van diens failliete boedel kreeg Barent een illuminatie. Hij keerde definitief terug naar de schilderkunst en naar de voorouderlijke molen. Zijn tijd verdelend tussen de olieverf en het graan, produceerde hij gedurende een driejarig isolement een gestaag toenemend aantal interieurs en landschappen (onder meer een Oude molen en een Toren van Dordt), waarin hij Rembrandts lessen toepaste. Tegen de toentertijd om zich heen grijpende italianiserende tendensen in schilderde hij Hollandse landschappen, bescheiden doeken met een zeldzaam intieme toon. Ofschoon hij zijn doeken niet signeerde, werd hun waarde wel degelijk herkend. Rembrandt zag er enkele in het atelier van collega Krul, en zou naar verluidt hebben uitgeroepen: “Kijk, het landschap is levender dan levend licht. Die man is uit de klei getrokken! Hij spruit voort uit zijn land!” Daarop verwierf de Haarlemse burgemeester Six een schilderij, en Barents naam was gevestigd. Hij trad in het huwelijk met Gesina van Blaer, dochter van een baljuw en schopte het tot deken van de Sint-Lucasgilde te Dordrecht. Hij leefde nog lang en gelukkig. [RH]

  • Eugène Demolder, La Route d’Émeraude, 1899

[Lemma uit Koen Brams, Encyclopedie van fictieve kunstenaars (Nijgh & Van Ditmar, 2000), © Rokus Hofstede]

Print Friendly, PDF & Email