Tien praktische wenken voor de beginnende Houellebecqvertaler

  1. Spel zijn naam correct en spreek hem correct uit. Dus geen Houellebeck, geen Houellebeqc, geen Houellebecque, geen Hoellebeck, geen Huilebek, geen Welbeke. Weet dat hij in werkelijkheid Michel Thomas heet, dat hij als schrijver de naam van zijn grootmoeder heeft aangenomen en dat die naam Bretons is (dus geen gefantaseer over een verre Nederlandse voorzaat die zich dapper tegen de Napoleontische overheerser verzette door het opgeven van een ludieke achternaam). Over zijn leeftijd bestaat verwarring: volgens zijn moeder, zijn biograaf en zijn geboorteakte is hij in 1956 geboren, volgens hemzelf was het in 1958 en heeft zijn moeder de akte vervalst omdat ze wilde dat hij als vermeend wonderkind in een hogere klas kwam. Geloof hem, ook al heeft hij in Elementaire deeltjes een personage opgenomen dat zichzelf om opportunische redenen twee jaar jonger maakte.
  2. Neem voor je begint een paar jaar de tijd om je zijn culturele achtergrond eigen te maken. Lees Lovecraft, Lautréamont, Baudelaire, Kant, Comte, Schopenhauer, Nietzsche, Balzac, Proust, Barthes (Mythologies), Perec (Les Choses), Aldous Huxley (Island), Clifford Simak (City). En natuurlijk zijn eigen werk. Luister naar Neil Young, Leonard Cohen, Schubert, Bach (Hohe Messe), Barber (Adagio for Strings). Kijk naar de stomme films van Dreyer, Murnau, Eisenstein en Kurosawa, wandel door de kathedraal van Chartres. Verdiep je in de kwantummechanica en de moleculaire biologie. Ga op reis naar Lanzarote, Thailand, Ierland, Andalusië. Vergeet tijdens dat alles niet te roken als een ketter, en schuw de drankfles niet.
  3. Maak je ook zijn theorie van het seksuele marktmechanisme eigen. Begin een relatie met een beeldschone blondine en ervaar de onmogelijkheid van de liefde. Begin dan een relatie met een hypersensuele brunette, bedrijf overal waar je maar kunt de liefde en ga samen naar parenclubs en naaktstranden. Neem ten slotte een hond, een parkiet of een kind: iets om voor te zorgen.
  4. Mocht je zelf een vrouw zijn, wat niet uit te sluiten valt, besef dan dat je de redding en de toekomst van de mensheid bent. De ideale wereld is vrij van alle nare mannelijke trekjes: geldingsdrang, haantjesgedrag, wedijver, gewelddadigheid, grootheidswaan. Het is een dolce far niente, een eiland van liefde. Weet dat hij dat ideaal heeft proberen te verbeelden in zijn korte film La Rivière, die je best volledig mislukt mag vinden (wat hij ook is, net als de neuzel-cd Présence humaine), maar vergeet je gehoor dan niet te verbluffen door te wijzen op de gedachte die erachter zit: de film is géén puberale erotische fantasie, maar een droombeeld van een wereld waarin de leegte tussen de lichamen wordt overbrugd door liefkozingen.
  5. Herinner je uit Mogelijkheid van een eiland dat we na het verlaten van de leegte zullen baden in de Vloeibare Maagd. Doe wat research en ontdek dat de Maagd in kwestie een ‘Vaginal Contracting Lube’ is. (‘Experience the first time all over again with Liquid Virgin’s contractual lube. Get a tight, wet feeling for that extra stimulating sensation.’)
  6. Schrik tijdens het vertalen niet van de foutjes en inconsistenties, wijs hem er eventueel op. Een protestantse vrouw die een bladzijde later ineens katholiek blijkt te zijn, een landengte die volgens hem 22 kilometer breed is en in werkelijkheid 44, een verwoede e-mailcorrespondentie in de tijd dat internet amper bestond, cd’s toen die nog niet waren uitgevonden, water dat wegstroomt langs de minst steile hellingshoek, een Thaise prostituee die zichzelf in het Thais met een mannelijke persoonsuitgang aanduidt, onmogelijke vertelperspectieven… Weet wel dat die foutjes en inconsistenties bij zijn manier van schrijven horen en dat ze hemzelf niet storen. Noem eventueel Willem Frederik Hermans en Marcel Proust als voorbeelden van schrijvers die óók niet consistent waren.
  7. Besef dat zijn werk op twee pijlers berust: enerzijds ironie, overdrijving en ambiguïteit, liefst zodanig vormgegeven dat nooit helemaal duidelijk is wat ernst is en wat niet, anderzijds directe emotie en ontroering. Hij waardeert vooral die laatste kant van zichzelf en vindt dat de eerste nergens toe leidt, maar als vertaler moet jij beter weten: juist de combinatie van de twee levert het wonderlijke mengsel op dat zijn werk zo bijzonder maakt en dat zoveel verwarring sticht onder zijn lezers.
  8. Zet je beste Boeddhaglimlach op als iemand de kudde nablaat en beweert dat zijn schrijfstijl vlak is. Die stijl is namelijk het tegendeel van vlak, zoals je tijdens het vertalen onmiddellijk ontdekt: hij hobbelt, schokt, botst en bonst, springt van het ene register naar het andere en gunt de lezer geen moment rust. Nu eens is hij spreektalig-nonchalant, dan weer ingehouden lyrisch, een andere keer weer wetenschappelijk-objectiverend, en niet zelden verandert de toon midden in een alinea of zelfs midden in een zin, na een van de kenmerkende puntkomma’s. Heb altijd de uitspraak van Schopenhauer paraat die hij zo graag citeert: ‘De eerste, in zijn eentje zelfs vrijwel toereikende regel van een goede stijl is dat je iets te zeggen moet hebben.’
  9. Weet dat positieve recensies het altijd bij het rechte eind hebben en dat negatieve er altijd naast zitten. Laat je niet opjutten als iemand die veel te snel leest op tv beweert dat jij veel te traag vertaalt, en constateer met genoegen hoe slecht de eerder verschenen Duitse vertaling is. By the way: hij is geen pornograaf, geen vrouwenhater, geen homofoob, geen pedofiel, geen antisemiet, geen racist, geen fascist en geen nihilist. Besef wel dat die waarheid de verkoop kan schaden.
  10. Schrijf over zijn werk, doe mee aan radioprogramma’s, houd lezingen, zorg dat je naam wordt vermeld in de advertenties van de uitgeverij, kortom laat de wereld merken dat een boek niet zichzelf vertaalt en dat in een vertaling altijd een visie besloten ligt: vertalen is een uitvoerende kunst. Gedraag je daarnaar: ga in het zwart gekleed, rook sigaren, drink Lagavulin of desnoods Tamnavulin (de helft goedkoper) en schrijf geen gratis stukjes voor Propria Cures.

[gratis geschreven voor Propria Cures 116:9 (3 december 2005), © Martin de Haan]

Print Friendly, PDF & Email