De zichtbare vertaler 17: Europa in de praktijk

Mijn twee dochtertjes van 3 en 5 zijn volmaakt tweetalig. Dat krijg je ervan, als je als Nederlands stel in Frankrijk gaat wonen en daar een bescheiden bijdrage besluit te leveren aan de herbevolking van het platteland. Momenteel bezitten de twee meisjes alleen de (overgeërfde) Nederlandse nationaliteit, maar volgens de huidige Franse wet verkrijgen ze vanwege hun geboorte op Franse grond op hun achttiende verjaardag automatisch ook de Franse nationaliteit, mits ze vanaf hun elfde minstens vijf jaar in Frankrijk hebben gewoond. De Nederlandse nationaliteit hoeven ze daarvoor niet op te geven. Een vervroegde aanvraag van de Franse nationaliteit is mogelijk vanaf 13 jaar.

De nieuwe Nederlandse staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner, blijkt behalve het Nederlandse ook het Zweedse paspoort te bezitten. Zowel premier Rutte als schaduwpremier Wilders hebben in het verleden verklaard dat dubbele nationaliteiten dienen te worden voorkomen, en in het nieuwe regeerakkoord staat dan ook dat mensen voortaan alleen Nederlander mogen worden ‘als afstand is gedaan van een of meer andere nationaliteiten waarvan afstand gedaan kan worden’ (let vooral op dat ‘of’). Reden, volgens Wilders: dubbele nationaliteiten kunnen tot loyaliteitsproblemen en belangenverstrengeling leiden.

Dat lijkt misschien logisch, maar is het allerminst. In een vrije samenleving behoren mensen nooit zomaar tot één enkele groep: ze kunnen lid zijn van de voetbalvereniging én de korfbalvereniging, van de VPRO én de TROS, van het Urker mannenkoor én het Utrechts kamerkoor. Ze kunnen wonen in Amsterdam en werken in Rotterdam, opgegroeid zijn in Arnemuiden en neergestreken in Groningen – of geboren in Turkije of Zweden en getogen in Nederland. Al die overlappende groepsbindingen kunnen potentieel tot loyaliteitsproblemen en belangenverstrengeling leiden, maar de positieve invloed ervan is veel groter: ze verhinderen juist dat groepen lijnrecht tegenover elkaar komen te staan, zorgen voor permanente uitwisseling van ideeën en informatie en bevorderen dus de sociale cohesie. Mensen in het keurslijf van één groep dwingen, leidt onherroepelijk tot polarisatie en conflicten. (Overigens zal het wegnemen van een papiertje de groepsbinding zelf nooit kunnen wegnemen, maar dit terzijde.)

Literair vertalers leven per definitie in twee of meer culturen tegelijk. Of liever gezegd, in twee of meer culturele omgevingen. Want vertalers weten beter dan wie ook dat ‘de Nederlandse cultuur’ of ‘de Franse cultuur’ niet bestaat: culturen zijn nooit afgesloten en nooit ‘af’, het zijn open systemen waarin tal van uiteenlopende, vaak zelfs tegenstrijdige stromingen bruisen. De literatuurgeschiedenis laat bovendien zien hoe poreus de grenzen van de landstalen zijn: iemand als W.F. Hermans is niet denkbaar zonder Kafka, die op zijn beurt in Flaubert zijn grote voorbeeld zag enzovoort. Ook ‘de Nederlandse literatuur’ en ‘de Franse literatuur’ bestaan niet.

Zelf zal ik waarschijnlijk nooit de Franse nationaliteit kunnen aanvragen, want dan verlies ik de Nederlandse en dat wil ik niet. Maar de toekomstige dubbele nationaliteit van mijn dochters (als ze daarvoor kiezen) maakt van mij een trotse vader.

Naschrift december 2018

De aanvraag tot het verkrijgen van de Franse nationaliteit van mijn oudste dochter (inmiddels 13 jaar oud) is vorige week verstuurd. De bevoegde instantie heeft maximaal zes maanden om erop te reageren.

[VvL.nu 13 (najaar 2010), © Martin de Haan]

Print Friendly, PDF & Email