11-11-11

Als de auteur Georges Perec had geheten, had De Elf vandaag moeten verschijnen, om 11:11 uiteraard. Maar de auteur heet Pierre Michon, De Elf verschijnt pas ergens in de loop van volgende week. Michons aan Baudelaire ontleende motto, ‘Het is een immens genot om je te vestigen in het getal’, heeft niets te maken met een hang naar getallensymboliek maar alludeert op de roes die onderdompeling in de massa wekt, en natuurlijk ook op Michons eigen titel. Want voor alle duidelijkheid, die titel verwijst niet naar voetbal of bosgeesten, maar naar het gekkengetal: De Elf duidt op de elf leden van het Comité de salut public, het ‘Comité tot Heil van het Algemeen’, dat tussen winter 1793 en zomer 1794 in Frankrijk de macht naar zich toe had getrokken en waarvan de leden, onder wie Maximilien Robespierre, ‘de Onkreukbare’, in de greep waren van de gekte die de geschiedenis is ingegaan als de ‘Terreur’, de dramatische climax van de Franse Revolutie. En meer nog dan naar dat comité verwijst de titel naar het wereldberoemde schilderij De Elf dat François-Élie Corentin van dat comité maakte, en dat zoals bekend in het Louvre dagelijks duizenden bezoekers trekt.

De Elf is een dun boekje maar was een zware bevalling. In de eerste plaats voor Michon zelf, die al in de vroege jaren 90 de drie hoofdstukken schreef waarin het gaat over de kindertijd van Corentin. Pas in 2008 slaagde hij erin het boek te voltooien; hij voegde een inleidend hoofdstuk toe over Corentins jaren als schildersleerling van Giambattista Tiepolo en hij schreef de vier hoofdstukken van het tweede deel, die de scène van de opdracht bevatten, in het holst van de Terreur, en ingaan op de beruchte exegese van het schilderij door historicus Jules Michelet. Vergeefs waren Michons inspanningen niet, want voor het eerst in zijn schrijverschap slaagde hij erin om met Les Onze, zoals de Franse titel luidt, een groter lezerspubliek te bereiken – tussen 50.000 en 60.000 verkochte exemplaren in Frankrijk, een halve bestseller.

Maar ook de vertaling had behoorlijk wat voeten in de aarde. Het netwerk van culturele en historische verwijzingen is in De Elf uitzonderlijk dicht, Michons hoogst particuliere stijl bloemrijker dan ooit. Uitgever Wouter van Oorschot schrok aanvankelijk dermate van de vertaling die hij onder ogen kreeg dat hij het boek ‘onmogelijk’ noemde: ‘prachtig, autistisch, dus mislukt en toch de moeite waard’. Mijn suggestie om die kwalificaties bij wijze van reclametekst te gebruiken heeft het niet gehaald, maar op de uitgeverij schijnt men serieus te hebben overwogen het boek te tooien met de sticker ‘Waarschuwing. Moeilijk boek. Liever niet kopen’. Uiteraard spreekt het thema van de Franse Revolutie een Frans lezerspubliek onmiddellijk aan, ook omdat alles wat die roemruchte episode in de Franse geschiedenis aangaat bij mensen die een baccalauréat achter de rug hebben een belletje doet rinkelen. Uiteindelijk vond de uitgever het pas na toevoeging van een uitvoerig notenapparaat en een nawoord verantwoord het boek op de Nederlandse markt te brengen.

Pierre Michon heeft tijdens de vertaling tekst en uitleg gegeven bij problematische passages, en ik wist me gesteund door de kritische adviezen van proeflezer Manet van Montfrans, die al mijn vertalingen van Michon tot dusver heeft begeleid, en door het scherpzinnige commentaar van redacteur Merijn de Boer. Ik mag dus niet klagen, sterker nog: ik ben ongelofelijk opgetogen met het boek dat er nu ligt. Er is mij veel aan gelegen De Elf de lezers te geven die het verdient. De komende weken zal ik er nog een paar keer aandacht aan besteden. Tijdens het vertalen doe je soms kleine ontdekkingen en stuit je op aardige of opmerkenswaardige details, die ik graag wil boekstaven.

Het derde hoofdstuk van deel II opent met de zin: ‘Où en est la nuit, Monsieur?’ Ik meende hierin een Bijbelse reminiscentie te horen, en na wat zoeken stuitte ik inderdaad op Jesaja 21:11, in de Statenbijbelvertaling: ‘Wachter, wat is er van den nacht?’ Voor Michon bleek echter in dat zinnetje niet Jesaja maar Shakespeare mee te klinken, om precies te zijn de openingszin van het tweede bedrijf van Macbeth: ‘How goes the night, boy?’ Michons commentaar: ‘Ik dacht een Franse Macbethvertaler te citeren, en ik citeer de profeet! Al het voordeel is aan mijn kant.’

Print Friendly, PDF & Email