Terwijl hij naar zijn voeten keek alsof

Sonnet

Direct toen ik uit kantoor thuis
kwam trok ik een paar extra sokken
aan. Mijn vrouw was zo vriendelijk
nog gauw een kop hete soep op de

Het ijs kraakte vervaarlijk, hoe-
wel het op sommige plaatsen zeker
90 cm dik moest zijn. Met de zaag
maakten we een vierkant wak, groot

Op de terugweg zei niemand veel
behalve mijn vrouw die zich afvroeg
of het wel fair was een weerloos

Ik bracht in het midden dat ik van
tevoren gezegd had tot veel in staat
te zijn maar dat de komst van een

P. Lichtveld

Net als alle abonnees van Laurens Jz. Coster ontvang ik iedere dag een gedicht. Soms zitten er memorabele tussen, maar zelden was ik zo gefrappeerd als eergisteren, toen bovenstaand Sonnet van P. Lichtveld in mijn mailbox viel. Van de dichter is vrijwel niets bekend, behalve dat hij in de jaren vijftig redacteur was van het tijdschrift Propria Cures, waarin het gedicht in kwestie ook is gepubliceerd. De naam P. Lichtveld ontbreekt in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse letteren, een schier onuitputtelijke inventarisatie van vrijwel iedereen die ooit een Nederlandse letter op papier heeft gezet. De kans dat de Argentijnse schrijver Julio Cortázar het sonnet kende, mag met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid op nul worden geschat. Toch verscheen in 1966 in Frankrijk een bibliofiele uitgave van een in het Frans door Cortázar geschreven tekst, getiteld ‘On déplore la’, vertaald als ‘Wij betreuren de’ (in De toespraken van de bekkenknijper, vertaling Martin de Haan & Rokus Hofstede, Voetnoot, 2011), waarvan de openingsregels luiden:

Bij ons is de woonkamer best groot, maar wie zou daarom hebben kunnen denken dat Robert

We hebben niet zo veel meubels, zodat er veel plaats is om familie en vrienden te ontvangen wanneer ze ons

Ik in de leunstoel naast de lamp en mijn vrouw haast altijd op het pronktafeltje, waardoor ze makkelijk

Er is maar één tafel, een lange smalle, die we gebruiken om

Je kunt op je gemak rondlopen, de schappen van de boekenkast bekijken en gaan zitten op het bankje tegen de

Ik geloof dat Robert daar net plaats wilde nemen toen midden in de woonkamer, waar

En dan geschiedt het onvermijdelijke: Robert ‘strandt’, hij ‘zinkt weg’ (‘terwijl hij naar zijn voeten keek alsof’), iets rijst, er volgt geschreeuw, een van de omstanders begint zwembewegingen te maken. ‘Het komt hem al bijna tot zijn’, zei Paul op die typische.

Toegegeven, je kon niet zonder een zekere mate van opluchting zien hoe

Niet voor ons natuurlijk maar voor hem want laten we wel wezen die arme

Het juiste woord zou buikrommeling zijn en zelfs

Een mooi woord is het niet maar de eerlijkheid gebiedt een mens te

‘Het lijkt een kwal die door de branding’, zei mevrouw Cinabre ten slotte, die altijd beelden

Een beetje wel, ja, want de haren

Als talloze uiterst dunne vingers die zich openen en sluiten om

Mijn vrouw verliet de kamer, behoedzaam droeg ze de onopgedronken kop koffie voor zich uit, en het kwam ons voor dat

Heus, voor dat soort gebaren mag je in stilte dankbaar zijn, al was het maar vanwege

Per slot van rekening, in een huis als het onze, waar

Niemand kan zeggen dat we niet ons uiterste best hebben gedaan om

Er is hier sprake van creatieve duplicatie – de autonome uitvinding van een identiek poëtisch procédé door twee verschillende auteurs. Het ‘Sonnet’ van Lichtveld en ‘Wij betreuren de’ van Cortázar zijn bovendien allebei schoolvoorbeelden van iconiciteit, een term uit de semiotiek van C.S. Peirce die verwijst naar de gelijkenis tussen de vorm van een taalconstruct en zijn betekenis. Wakken in het ijs, barsten in de vloer, ze nodigen kennelijk uit tot gaten in de zin. Zowel bij Lichtveld als bij Cortázar lijkt die gatensymboliek te duiden op het aantasten van het fatsoensvernis, op een noodlottig wegzinken uit de normaliteit. Beide scènes doen dan ook denken aan sommige groteske cartoons van de Belgische tekenaar Benoît van Innis, aan de gruwelijke collageromans van Max Ernst, of ook aan het werk van de 19e eeuwse Franse etser en karikatuurtekenaar Grandville. Zie bijvoorbeeld wat kapitein Krackq overkwam, in Grandvilles magnum opus Un autre monde uit 1844:

Print Friendly, PDF & Email