‘Zij zwerven in de lucht en tuimelen en woelen’

Over de beelden van Chris Van der Burght

Samenleven is het reguleren van afstand en nabijheid, het instellen van grenzen. De Amerikaanse antropoloog Edward T. Hall hield in de jaren ’60 een nieuwe tak van wetenschap boven de doopvont die hij betitelde als proxemics. Hij deelde de afstand tussen personen op in vier zones: intieme ruimte, persoonlijke ruimte, sociale ruimte en openbare ruimte. In zijn boek The Hidden Dimension onderzoekt Hall hoe mensen in die diverse ruimtes contact maken, of juist contact vermijden, via een hele reeks codes – haptisch, visueel, thermisch, olfactorisch enzovoort – al naargelang de aard van de interactie of de relatie.

15-dsc_7227-kopie-3

Maar als alle afstand tussen personen wordt opgeheven, is er van interactie en relatie geen sprake meer. Als alle regulering verdwijnt, vallen de grenzen weg. Mensen komen dan terecht in een soort buiten-maatschappelijke, anti-maatschappelijke tussenruimte, een uitzonderingstoestand waarin de gangbare codes zijn opgeschort. Denk aan pogoënde festivalgangers of aan opeengepakte bootvluchtelingen, aan rituelen of rampen, aan extase en euforie (groepsseks, trance) of aan dood en verderf (verdrinking, massamoord).

De verdinglijking van het lichaam is een essentieel element van zulk wegvallen van grenzen. Als lichamen verdinglijken, worden ze naamloos, verzelfstandigen zich de ledematen. Blikken communiceren niet langer. Boven en beneden, binnen en buiten, mijn en dijn verdwijnen. Mooi en lelijk, gaaf en geschonden zijn niet langer van tel. Alleen het contingente, immanente, buitensporige hier en nu van het vlees blijft over.

De beelden van Chris Van der Burght confronteren ons met een lichamelijke grenzeloosheid die we in het dagelijkse leven zelden zien of meemaken, en die ons wel moet verontrusten. De kunsthistorische associaties die deze beelden wekken, verwijzen dan ook allemaal naar extreme situaties, naar de paradijselijke of infernale visioenen van schilders als Bosch, Bruegel of Rubens (‘De val der opstandige engelen’, ‘Het laatste oordeel’), van beeldhouwers als Rodin of Lambeaux (‘De poort van de hel’, ‘De menselijke driften’), of zelfs van een toneelauteur als Vondel (in Lucifer:‘Zij zwerven in de lucht en tuimelen en woelen / Beneveld en verblind en ijselijk misvormd…’).

11-dsc_2484-kopie-3bozar

Om van de hier verzamelde beelden te genieten is het niet onontbeerlijk om te weten dat ze afkomstig zijn uit de voorstelling Nicht schlafen van Alain Platel, geproduceerd in 2016 door het Gentse dansgezelschap les ballets C de la B, in een scenografie van Berlinde De Bruyckere. Het is ook niet onontbeerlijk om te weten dat er in die voorstelling wordt gedanst op muziek van Gustav Mahler door negen dansers die de lijdende mensheid belichamen. De theaterfotografie van Chris Van der Burght ontstijgt de registratie, heeft zich losgezongen van haar aanleiding.

Maar wat deze beelden verliezen aan overzicht, winnen ze aan sculpturale kwaliteit en compositorische kracht. Van der Burght dringt met zijn foto’s door in onze intieme ruimte.  Hij creëert er verlangen of weerzin, of op zijn minst het soort onbehaaglijkheid dat we voelen in een drukke metro of volle lift. Door zijn grensoverschrijdende nabijheid belet Van der Burght ons emotioneel neutraal te blijven. Hij personifieert een esthetiek van de intensiteit en de overgave. De fotograaf is zelf een danser geworden.

  • bij een fototentoonstelling van Chris Van der Burght, Bozar, Brussel 2017, © Rokus Hofstede
Print Friendly, PDF & Email