‘Zij zwerven in de lucht en tuimelen en woelen’

Over de beelden van Chris Van der Burght

Samenleven is het reguleren van afstand en nabijheid, het instellen van grenzen. De Amerikaanse antropoloog Edward T. Hall hield in de jaren ’60 een nieuwe tak van wetenschap boven de doopvont die hij betitelde als proxemics. Hij deelde de afstand tussen personen op in vier zones: intieme ruimte, persoonlijke ruimte, sociale ruimte en openbare ruimte. In zijn boek The Hidden Dimension onderzoekt Hall hoe mensen in die diverse ruimtes contact maken, of juist contact vermijden, via een hele reeks codes – haptisch, visueel, thermisch, olfactorisch enzovoort – al naargelang de aard van de interactie of de relatie.… > Lees verder

Vlucht naar Brussel

In het Maximiliaanpark, naast de kantoortorens van de Brusselse Noordwijk, hebben honderden vluchtelingen een heenkomen gezocht, hopend op een nieuw leven – een ander leven – wèg van de verschrikking. Ze zijn in België beland, ze hadden ook ergens anders kunnen belanden, maar hier zijn ze, het begin is er, nu de rest nog.

Ook ik ben ooit gevlucht, in België beland en er opnieuw begonnen. Daar houdt de overeenkomst op; ik ontvluchtte geen collectieve verschrikking maar een persoonlijke, mijn paniek was relatief, mijn vluchtelingenstatus bevoorrecht. Ik kon gaan en staan waar ik wilde, ik sprak de talen, ik had een Europees paspoort, ik hoefde nergens aan te sluiten voor registratie of verblijfsvergunning.… > Lees verder

‘Photographie of iets dergelijks’

Het kartelrandje doet herkomst uit een Belgisch familiealbum vermoeden, de locatie van de afbeelding is naar alle waarschijnlijkheid Congo, of liever de Congo, zoals het in Vlaanderen gallicistisch heette, en de tijden zijn koloniaal, het tafereel speelt zich vóór 1960 af. Wat opvalt op de zwart-witfoto is het contrast – niet zozeer tussen de zwarte man en de witte auto; dát contrast stemt overeen met wat bekend is over de sociale verhoudingen in Congo voorafgaand aan de onafhankelijkheid; hier wordt rijkdom uitgestald, of althans vereeuwigd, zowel de rijkdom vertegenwoordigd door het toenmalige bezit van zo’n auto in Leopoldville en omstreken als de rijkdom belichaamd door een privé-chauffeur.… > Lees verder

Peeshotel in de Passage de l’Opéra

Walter Benjamin beschrijft in zijn tussen 1928 en 1940 onstane, onvoltooid gebleven Passagen-Werk het bouwtype van de negentiende-eeuwse Parijse passage als bakermat van het flaneren, en daarmee van de fetisjistische fascinatie voor consumptiegoederen die met de ontwikkeling van het warenkapitalisme gepaard ging.

Zijn vroegste intuïties omtrent de emblematische functie van de passage ontleende Benjamin aan een tekst van de surrealist Louis Aragon, ‘Le Passage de l’Opéra’, afkomstig uit diens Le Paysan de Paris (1924). Aragon beschrijft daarin pand voor pand de in 1822 gebouwde en in 1925 gesloopte Passage de l’Opéra. In Aragons tekst wordt de passage de bakermat van een specifieke vorm van flaneren, en daarmee van de fetisjistische fascinatie voor een specifiek soort consumptiegoed: het geprostitueerde lichaam.… > Lees verder

Binnenlandse ballingen

Bij wijze van presentatie van de drie voor Terras vertaalde Franstalige auteurs (Pierre Bergounioux, Eugène Savitzkaya en Jean-Loup Trassard) zou ik kunnen volstaan met het voorlezen van een paar fragmenten uit hun teksten. Maar het ontdekken van die teksten laat ik graag aan toekomstige lezers over. Interessanter, voor mij en hopelijk ook voor u, lijkt mij de poging om een vraag te beantwoorden die zich opdrong tijdens het vertalen van de fragmenten. Die vraag luidt als volgt: Waarom heeft een verstokte stedeling als ik zo’n uitgesproken zwak voor plattelandsschrijvers?

Anders dan sommige van mijn naaste vrienden heb ik namelijk geen enkel verlangen naar ‘de buiten’, zoals het in Vlaanderen heet.… > Lees verder