Georges Perec, Een man die slaapt (fragment)

Rampen bestaan niet, ze zijn elders. Misschien was de allerkleinste catastrofe genoeg geweest om je te redden: je was alles kwijt geweest, je had iets te verdedigen gehad, je had woorden gevonden om te overtuigen, om te ontroeren. Maar je bent niet eens ziek. Je dagen noch je nachten zijn in gevaar. Je ogen zien, je hand trilt niet, je pols is regelmatig, je hart klopt. Als je lelijk was zou je lelijkheid misschien fascinerend zijn, maar je bent niet eens lelijk, je hebt geen bochel, je stottert niet, je hebt allebei je armen en benen nog en je loopt zelfs niet mank.

> Lees verder

Pierre Michon, Meesters en knechten (fragment)

Dat hij niet alle vrouwen kon krijgen had hem, in zijn jeugd, getroffen als een grof schandaal. Begrijp me goed – zelf kan hij niet meer worden gehoord. Het ging niet om het verleiden; hij had succes gehad, zoals elke man, bij die twee, zeven, dertig of honderd vrouwen die aan elke man zijn toebedeeld, afhankelijk van zijn gestalte en zijn gelaatstrekken, zijn esprit. Nee, wat hem razend maakte, op straat, in de coulissen en de winkeltjes, aan de tafel van allen die hem ontvingen, bij de vorsten en in de tuinen, overal kortom waar vrouwen verkeren, was dat hij niet naar willekeur over een van hen – echtgenote van een mecenas, jong meisje of oude lichtekooi – kon beschikken, haar met zijn vinger kon aanwijzen, waarop zij zou komen en meteen gewillig zou zijn, en hij, na haar ter plekke neergegooid ofwel naar elders meegevoerd te hebben, zijn lust meteen zou bevredigen.

> Lees verder

La violence bridée de Cioran

À la mort de l’auteur franco-roumain E.M. Cioran, survenue en juin 1995, certains commentateurs ne se sont pas arrêtés aux prévisibles éloges mortuaires sur cet ‘orfèvre en vacuité’, ce ‘dandy du doute’, ce ‘chevalier du taste-rien’, mais ont tenté de mettre en relief l’œuvre d’après-guerre, écrite en français, par la confrontation avec les textes d’avant-guerre, écrits en roumain (et seulement traduits en français depuis la fin des années ’80). Ainsi, Ramona Fotiade,[1. Ramona Fotiade, ‘Behind the veil of aristocracy’, Times Literary Supplement, 6-10-1995] dans une généalogie lucide des textes de jeunesse, montre comment les crises nationaliste et religieuse dont Cioran fut secoué dans les années ’30 ont créé le douloureux fond de mémoire que les aphorismes français auraient eu pour tâche de recouvrir; Pierre-Yves Boissau[1.

> Lees verder

Batavus Droogstoppel, Max Havelaar: la double face du calvinisme

L’anticolonialisme, devenu dominant en Hollande dans l’après-guerre, ne fait décidément plus l’unanimité. Depuis peu, des commentateurs s’élèvent pour énumérer les vertus de l’ancien régime colonial, d’ex-colonisés expriment ouvertement leur nostalgie de la soumission à la mère patrie, et la générosité relative qui longtemps présidait aux rapports des Pays-Bas avec le tiers-monde se trouve de plus en plus contestée au sein même du gouvernement centre-gauche actuel. Dans ce contexte, il peut être intéressant de relire ce qui est sans doute la meilleure exposition littéraire du conflit séculaire qui oppose, dans la culture néerlandaise, l’égoïsme intéressé à l’altruisme moralisateur : le roman anticolonialiste Max Havelaar, « le Havelaar », comme on dit, pour marquer par cette substantivation que ce texte est digne du statut de classique.

> Lees verder

Het glazen huis van Edu Borger

Het is 23 juni 1975, iets voor achten ’s avonds. De steenrijke zonderling Percival Bartlebooth zit aan zijn werktafel, met in zijn hand het laatste stukje van de legpuzzel die voor hem ligt. Een moment later is hij dood. Dat is kort samengevat het plot van La Vie mode d’emploi, het zeshonderd pagina’s tellende hoofdwerk van Georges Perec. De plaats van handeling is 11 Rue Simon-Crubellier in Parijs, en het hele boek is in feite niets anders dan een denkbeeldige foto van dat ene huis op dat ene moment, of liever gezegd: een denkbeeldig schilderij, want het boek valt vrijwel geheel samen met het plan van de schilder Valène om het gebouw waarin hij woont op doek te brengen.

> Lees verder

Cioran, Gevierendeeld (fragment)

‘U hebt een ruime ervaring, schreef markiezin Du Deffand aan hertogin De Choiseul, ‘maar er is één ervaring die U mist en die U naar ik hoop nooit zult hebben: verstoken zijn van gevoel, en daarbij gekweld worden door het besef niet zonder te kunnen.’

Op het hoogtepunt van de gekunsteldheid vertoonde de achttiende eeuw een nostalgisch verlangen naar naïviteit, naar de toestand waaraan het haar het meest ontbrak. Tegelijk werden naïeve, ware gevoelens beschouwd als het erfdeel van wilden, argelozen of dwazen, ontoegankelijke voorbeelden voor gemoederen die slecht waren toegerust om zich te wentelen in ‘domheid’, in simpele ongekunsteldheid.

> Lees verder