Pierre Bergounioux, ‘Permeke’

[…]

We verlaten het gestaag veroverde terrein, het perspectief, het respect voor proporties, het haarscherpe oog voor details, de kundige omgang met kleuren. De figuren van Permeke lijken met een onbeholpen, kinderlijke hand te zijn getekend, uit onvermogen om de elementaire anatomische vormen waar te nemen – houterige, asymmetrische lichamen, grove handen, logge voeten, summiere trekken. De representatie van mannen in colbertkostuum wordt aangetast door wat wel iets wegheeft van de Art nègre die Derain, Apollinaire en Picasso niet veel veel later zullen ‘uitvinden’, hedendaagse Europeanen worden de belichaming van vroegere, primitieve, achterhaalde stadia van de beschaving.… > Lees verder

Wat niet gebruikt wordt, slijt. Over Pierre Bergounioux en Jean-Loup Trassard

Het Frans kent er een staande uitdrukking voor: exode rural, ontvolking van het platteland. Weliswaar is Frankrijk een van de laatste Europese landen waar een grootschalige exodus van de agrarische bevolking naar de steden op gang is gekomen, maar die leegloop heeft er diepere sporen getrokken dan elders, in de levens van hen die weggingen en in de levens van hen die achterbleven. Rond 1850 woonde nog driekwart van de Fransen – 26,8 miljoen mensen – op het platteland, veelal kleine, zelfvoorzienende boeren; anno 2011 zijn nog maar enkele miljoenen Fransen in de landbouw actief, niet meer dan 3,4% van de totale beroepsbevolking, overwegend in grootschalige landbouwbedrijven.… > Lees verder

Pierre Bergounioux, ‘De sloop’ (fragment)

[…] Het geschenk van de zon komt ook uit de metaalgieterij. Maar het is chroomstaal, van het soort waarvan schroefsleutels worden gemaakt. Het is namelijk gewoon een Engelse sleutel, hoewel mij ontging welk vorig leven het had gehad, en zelfs, voordat ik het uit de vingers van het licht had overgenomen, welk tweede leven het bezielde. Ik was verblind. Ik zag een verblinding. In mijn hand is het een moeder met kind geworden. Dat is tenminste waar je aan denkt wanneer een kleiner ding tegen een groter ding aangeklemd staat.… > Lees verder

Binnenlandse ballingen

Bij wijze van presentatie van de drie voor Terras vertaalde Franstalige auteurs (Pierre Bergounioux, Eugène Savitzkaya en Jean-Loup Trassard) zou ik kunnen volstaan met het voorlezen van een paar fragmenten uit hun teksten. Maar het ontdekken van die teksten laat ik graag aan toekomstige lezers over. Interessanter, voor mij en hopelijk ook voor u, lijkt mij de poging om een vraag te beantwoorden die zich opdrong tijdens het vertalen van de fragmenten. Die vraag luidt als volgt: Waarom heeft een verstokte stedeling als ik zo’n uitgesproken zwak voor plattelandsschrijvers?… > Lees verder

Pierre Bergounioux, B-17 G (fragment)

Misschien al ter hoogte van Gronau of Emsdetter is Shoo Shoo Baby zonder voorafgaande kennisgeving het bosje van de 88 mm-granaten binnen gegaan. De nijvere gnomen die zich schuilhouden in de bodemloze diepte hebben de juiste ligging berekend, de lange buis van hun geschut gericht op de fonkelende diadeem die daar boven de golvende haardos tooit, op het pedaal geduwd en geteld. Een tiental seconden hebben de vier vuurbollen nodig om de hoogvlakten te bereiken waar de moderne oorlog wordt gevoerd.… > Lees verder

De eerste passie

‘Als wij een object voor de eerste keer tegenkomen en verrast zijn omdat het nieuw is of omdat het al te zeer verschilt van wat we wisten of veronderstelden dat het zou zijn, dan verwonderen wij ons en zijn verbaasd.’ Voor René Descartes behoorde verwondering, samen met liefde, haat, begeerte, vreugde en droefheid, tot de ‘primitieve passies’, waaruit alle andere zich laten afleiden. Maar binnen de primitieve passies is verwondering, zegt Descartes, de ‘eerste’. Want terwijl we andere passies nodig hebben om ons opmerkzaam te maken ‘op wat goed of slecht is aan de dingen’, hebben we alleen de verwondering om ons opmerkzaam te maken ‘op wat ongewoon en zeldzaam is’.… > Lees verder