Duras revisited

Er zijn nog andere graadmeters voor de ontvangst van een boek dan recensies en verkoopcijfers. Het in 2007 verschenen Nachtschip Night van Marguerite Duras, een vertaling van het uit 1979 stammende Le navire Night, heeft nauwelijks recensies gekregen en kende maar uiterst bescheiden verkoopcijfers. Toch wil dat niet zeggen dat er helemaal geen ontvangst van de vertaling heeft plaatsgevonden. Tot driemaal toe is de tekst gebruikt door mensen die er op creatieve wijze mee aan de haal zijn gegaan. Al doende traden ze in het voetspoor van Duras, die zelf van Le navire Night een (op striemende kritieken onthaalde) toneelversie en een (door haarzelf min of meer gedesavoueerde) filmversie maakte.… > Lees verder

Marguerite Duras, ‘Césarée’ (fragment)

Caesarea Palestina was een havenstad in de vlakte van Sjaron, dertig kilometer ten zuiden van het tegenwoordige Haïfa. Herodes de Grote, als Romeins vazal koning van Judaea van 37 tot 4 voor Christus, gaf de stad zijn naam. Het moest de hellenistisch-heidense tegenhanger worden van het Joodse Jeruzalem. Pontius Pilatus was er tussen 26 en 36 na Christus landvoogd. In de middeleeuwen werd de stad verwoest.

Over de historische achtergrond van de hier beschreven geschiedenis is niet veel bekend. Een kleindochter van Herodes de Grote, Bernice, getrouwd met Agrippa, een Joodse vorst van het geslacht der Makkabeeërs, had naar verluidt een verhouding met een Romeinse veldheer, Titus.

> Lees verder

IJdelheid en wind

Herzieningen zijn interessant, ze maken diachrone vergelijkingen mogelijk: wat heeft de vertaler gehandhaafd, wat heeft hij veranderd? Welke overwegingen lagen aan die keuzes ten grondslag? Omdat er tijd overheen is gegaan, kan de vertaler voortborduren op zijn eerdere versie en die tegelijk afstandelijk beoordelen, alsof ze van een ander is; hij staat als het ware op zijn eigen schouders, een wonderbaarlijk staaltje van acrobatisch kunnen, dat acteurs die een rol hernemen of musici die van een partituur een nieuwe uitvoering brengen veel minder goed afgaat.… > Lees verder

Een ‘wild meisje’? Oerteksten van Marguerite Duras

Sommige schrijvers spreiden postuum een grote bedrijvigheid ten toon. Voordat hun roem taant en ze terugvallen in de vergetelheid, wordt hun naam te gelde gemaakt door de publicatie van teksten uit de nalatenschap – brieven, dagboeken, artikelen, schetsen, aantekeningen, kladversies. Of alles wat uit de archieven tevoorschijn komt een verrijking van het oeuvre mag heten, is een andere zaak. Tegen het uitmelken van de fonds de tiroir van een schrijver verzet zich de moraal van het wezenlijke, door Milan Kundera bepleit in zijn essay Het doek (Ambo, 2006, vertaling Martin de Haan): ‘Niet alles wat een romancier heeft geschreven maakt deel uit van zijn werk.… > Lees verder

De afgrondelijkheid van het verlangen

In de winter van ’82-’83 deed ik mijn eerste ervaringen op als vertaler uit het Frans. Bij die eerste schoorvoetende pogingen was ik niet alleen, maar in het gezelschap van een Franse vriendin, studente aan de kunstacademie Minerva in Groningen, de Noord-Nederlandse stad waar ik ook zelf in die tijd studeerde. Zij was de autoriteit op het gebied van het Frans, ik op het gebied van het Nederlands. We konden eindeloos delibereren over de kortste zinnetjes, en meestal was ik degene die de knopen doorhakte, maar ik was ook maar al te graag bereid tot concessies als zij die nodig achtte.… > Lees verder

Marguerite Duras, ‘Negatieve handen’ (fragment)

Negatieve handen, zo noemt men de schilderingen van handen gevonden in de magdalénien-grotten van het Zuid-Atlantische Europa. De omtrek van die handen – wijdopen op het gesteente gelegd – werd bestreken met kleur. Meestal met blauw, met zwart. Soms met rood. Er is geen enkele verklaring gevonden voor dit gebruik.

Voor de oceaan
onder het klif
op de wand van graniet

die handen

open

Blauw
En zwart

Waterblauw
Nachtzwart

Alleen is de man de grot binnengegaan
Tegenover de oceaan
Alle handen zijn even groot
hij was alleen

De man alleen in de grot keek
in het lawaai
in het lawaai van de zee
naar het onmetelijke van de dingen

En hij schreeuwde

Jij die een naam draagt jij die begiftigd bent met een identiteit ik heb je lief

Die handen
Waterblauw
Hemelzwart

Plat

Uiteengespreid op het grijze graniet gelegd

Opdat iemand ze gezien zou hebben

Ik ben het die roept
Ik ben het die riep die schreeuwde dertigduizend jaar geleden

Ik heb je lief

Ik schreeuw dat ik je wil liefhebben, ik heb je lief

Ik zal liefhebben al wie hoort dat ik schreeuw

Op de lege aarde zullen die handen achterblijven op de granieten wand tegenover het geraas van de oceaan

[…]

Boven hem de wouden van Europa,
oneindig

Hij staat te midden van steen
van gangen
van stenen galerijen
wijd en zijd

Jij die een naam draagt jij die begiftigd bent met een identiteit ik heb je lief ik heb je grenzeloos lief

Het klif moest worden afgedaald
de angst overwonnen
De wind waait van het vasteland en drijft de oceaan terug
De golven worstelen tegen de wind
Vertraagd door zijn kracht
komen ze vooruit
en bereiken geduldig
de rotswand

Alles spat uiteen

Jou voorbij heb ik je lief
Ik zal liefhebben al wie hoort dat ik schreeuw
dat ik je liefheb

Dertigduizend jaar

Ik roep

Ik roep degene die mij antwoord zal geven

Ik wil je liefhebben ik heb je lief

Al dertigduizend jaar schreeuw ik voor de zee het witte spook

Ik ben het die schreeuwde dat hij je liefhad, jou

[Marguerite Duras, ‘Les mains négatives’, in: Le Navire Night – Césarée – Les mains négatives – Aurélia Steiner – Aurélia Steiner – Aurélia Steiner, Mercure de France, 1979; gepubliceerd in Deus Ex Machina 31:122, september 2007; © Rokus Hofstede.> Lees verder