Jacques

Frans beeldhouwer (1819–1844). Tijdens de Julimonarchie maakte hij in Parijs deel uit van de Kring der Waterdrinkers, een genootschap van kunstenaars en bohémiens. Het genootschap was opgezet naar het voorbeeld van het Cenakel van de Vierwindenstraat, bekend uit Balzacs Illusions perdues. In tegenstelling tot de helden van Balzac, wisten de Waterdrinkers hun artistieke ambities niet te realiseren. Vandaag doen hun oeuvres bij niemand nog een belletje rinkelen.

Het tirannieke uitgangspunt van de Waterdrinkers was dat zij de hoge, ijle toppen van de kunst nimmer mochten verlaten, en dat zij, niettegenstaande hun materiële misère, geen enkele concessie mochten doen aan hun idealen.… > Lees verder

Marcel

Frans schilder (1818–1869). Wordt gerekend tot de tweede bohème, de generatie proletarische kunstenaars die elkaar in de woelige jaren ’40 van de 19de eeuw vonden in tijdschriften als Le Corsaire-Satan. De bohème, waartoe in die jaren ook figuren als Courbet, Nadar en Baudelaire moeten worden gerekend, was fel gekant tegen het conformisme van de burgerlijke kunst en levensstijl. Wat de meeste bohémiens gemeen hadden was evenwel niet een duidelijk artistiek programma, maar hun jeugd en berooidheid. Ze sleten hun ongeregelde bestaan in een voortdurend va-et-vient tussen de mansarde en het café, de straat en het ziekenhuisbed, het redactielokaal en het bal.… > Lees verder

Schaunard, Alexandre

Frans musicus en schilder (1823–1887). Was bevriend met de bohémiens Marcel [zie aldaar], Rodolphe en Colline, met wie hij de zogeheten Vier Musketiers vormde. Ontwikkelde een vernuftig systeem om op de pof te leven: zijn zogeheten vlottende schuld breidde hij uit over een steeds groter netwerk van crediteuren, zodat hij ze tegen elkaar kon uitspelen en zelf te allen tijde kredietwaardig bleef. Verwierf bekendheid met een doek getiteld Geneugten van de vriendschap, voorstellende een vlakte met een rode en een blauwe boom, die zich naar elkaar toe buigen en waarvan de takken elkaar raken.… > Lees verder