Bruno Latour, ‘Waar ben ik? Lockdownlessen voor aardbewoners’ (fragment)

‘Kafka heeft het ons verteld: de insect geworden Gregor was welgeteld twee uur te laat voor zijn trein of de ‘procuratiehouder’ van zijn pisnijdige baas, die verbolgen was over de luiheid van zijn employé, stond al bij de Samsa’s voor de deur. Mensen die vanwege de pandemie in lockdown zaten, maakten dezelfde situatie mee, maar op een gigantische schaal; in een tijdsbestek van een paar weken werd datgene wat tot dan toe de ‘Economie’ heette, met hoofdletter, en wat gewone mensen op één lijn stelden met wat ze ‘hun wereld’ noemden, abrupt stilgezet. Paniekstop, pauzeknop, pas op de plaats. De claim dat het handelen van alle mensen onherroepelijk door de Economie wordt bepaald begon barsten te vertonen, dat besefte iedereen door deze ‘wereldstop’, en ook besefte iedereen dat die Economie, het fabelachtige uitbreiden van bepaalde berekeningen, niet langer mocht worden verward met de wetenschappelijke deeldisciplines boekhouding en economie – met kleine letter – zoals die door vaak zeer respectabele rekenkundigen worden bedreven.… > Lees verder

Een zondvloed van vóór de zondvloed: Roorda vertalen

[De sedert 2009 bestaande vertaalrubriek op de site van Athenaeum Boekhandel is haast ongemerkt een fundgrube geworden van buitenlandse literatuur in Nederlandse vertaling, en daarmee van de Nederlandse vertaalcultuur als zodanig. Op 14 juni 2021 verscheen dit stukje over stukjesschrijver Roorda, over de paraplu en Mussolini, en over het compenseren van een werkwoordspelige voetnoot – naar aanleiding van de verschijning van Roorda’s Het vrolijke pessimisme en Mijn zelfmoord, twee van de Schwob-lentetitels]

Minuscule schokjes

Regen is antediluviaal.*

* De lezer vergeve mij deze zondvloed van vóór de zondvloed. (Noot auteur)

Wie Roorda wil vertalen, mag de woordspeling niet schuwen.

> Lees verder

Een vertaler die van geluk mag spreken. Over Annie Ernaux’ ‘De jaren’

Geluk is als je van je uitgever te horen krijgt: ‘Oké, we doen het!’, nadat je geruime tijd ‘Nee, we doen het niet…’ te horen hebt gekregen. Je kon vurig betogen dat Les Années in Frankrijk de status van hedendaagse klassieker had, je kon aanvoeren dat het Annie Ernaux’ magnum opus was, een samenvatting van haar hele oeuvre, geschreven met het rijpe meesterschap van een auteur die twintig titels achter zich had liggen – dat soort argumenten legden toch niet zoveel gewicht in de schaal als de matige verkoopcijfers van haar laatste boek, Mémoire de fille (2016, ook door jou vertaald als Meisjesherinneringen, 2017).… > Lees verder

Henri Roorda, ‘Het vrolijke pessimisme’ (fragment)

Aan straatstenen denk ik niet vaak. Ik loop erop en denk aan andere dingen. Sinds een paar dagen echter geven straatstenen me stof tot nadenken.

Men is doende in mijn buurt nieuwe bestrating te leggen. Stevige vrachtwagens hebben her en der op het trottoir – want het wegdek mag niet worden geblokkeerd – straatstenen uitgestort. Ze vormen enorme hopen, waar de voetganger elk vijandig contact mee mijdt. Die straatstenen lopen in de tienduizenden. Binnenkort zullen er evenveel nodig zijn voor de andere stadsbuurten. En in alle steden van de wereld zijn er straten die om de zoveel tijd opnieuw moeten worden aangelegd.… > Lees verder

‘Wie vlooien heeft, is niet alleen’. Het parasitaire schrijverschap van Henri Roorda, alias Balthasar (1870-1925) (inleiding)

‘Al geruime tijd ben ik van plan een boekje te schrijven onder de titel Het vrolijke pessimisme. Die titel bevalt me. Ik vind dat hij een mooie klank heeft, en hij drukt aardig uit wat ik zou willen zeggen. Maar ik heb geloof ik te lang gewacht. Ik word oud en mijn boekje zal waarschijnlijk meer pessimisme dan vrolijkheid bevatten. Ons hart is niet de volmaakte thermosfles die de gloed van onze jeugd tot het einde toe zonder warmteverlies bewaart.’ Zo opent Mijn zelfmoord, de tekst waarin Henri Roorda, Frans-Zwitsers schrijver van Nederlandse origine, zijn zelfverkozen dood rechtvaardigt.

Voordat hij de daad bij het woord voegde, schreef Roorda een oeuvre bij elkaar dat hem maakte tot, naar verluidt, ‘de grootste humorist van Franstalig Zwitserland’.… > Lees verder

Walter van der Star (1954-2021)

Op donderdag 25 maart j.l. overleed Walter van der Star, de dierbare collega die ik de afgelopen kwarteeuw steevast aanbeval als ik geen tijd had voor een opdracht. Patafysicus, boekverzamelaar, occasioneel boekverkoper, non-fictievertaler – Van der Star was van vele markten thuis. Hij draaide zijn hand niet om voor hondsmoeilijke filosofische teksten maar evenmin voor essays over film of beeldende kunst, geschiedschrijving of theologie. Ik kende hem als een eenpitter, al vertaalde hij dikwijls samen met anderen; hij zocht geen erkenning, hij kreeg geen werkbeurzen van het Letterenfonds, hij leefde bij de gratie van hemelse dauw en shag van Van Nelle.… > Lees verder