‘Zij zwerven in de lucht en tuimelen en woelen’

Over de beelden van Chris Van der Burght

Samenleven is het reguleren van afstand en nabijheid, het instellen van grenzen. De Amerikaanse antropoloog Edward T. Hall hield in de jaren ’60 een nieuwe tak van wetenschap boven de doopvont die hij betitelde als proxemics. Hij deelde de afstand tussen personen op in vier zones: intieme ruimte, persoonlijke ruimte, sociale ruimte en openbare ruimte. In zijn boek The Hidden Dimension onderzoekt Hall hoe mensen in die diverse ruimtes contact maken, of juist contact vermijden, via een hele reeks codes – haptisch, visueel, thermisch, olfactorisch enzovoort – al naargelang de aard van de interactie of de relatie.

> Lees verder

Michel Leiris, “Kijk! Daar, de engel…”, nawoord

Het ‘seizoen in de woestijn’ dat schrijver, dichter en cultureel antropoloog Michel Leiris (1901-1990) tussen september 1939 en maart 1940 (oftewel tijdens de zogeheten ‘schemeroorlog’) als reserve-onderofficier van het Franse leger doorbracht in Revoil Béni-Ounif, vijfhonderd kilometer ten zuiden van de havenstad Oran, in Algerije, heeft niet veel sporen nagelaten in zijn Journal 1922-1989. Maar één pagina vulde Leiris gedurende die zes maanden met notities, en die notities gaan maar over één ding. Onder het kopje ‘Maart 1940’ schetst hij in een paar pennenstreken zijn ontmoeting met Khadija bent Maamar Chachour, geboren in Algiers, drieëntwintig jaar oud – dezelfde ontmoeting waaraan hij vijftien jaar later zestig dichtbedrukte pagina’s van zijn vierdelige autobiografische werk La Règle du jeu (1948-1976) zou wijden, om precies te zijn het laatste hoofdstuk van Fourbis, het in 1955 gepubliceerde tweede deel van die cyclus.

> Lees verder

Non est Bielefeld

Two bees went looking for Bielefeld. At the indicated spot they saw a lot of houses and buildings, but no Bielefeld.

Two rabbits went looking for Bielefeld. At the indicated spot they saw a lot of roads and streets, but no Bielefeld.

Two lions went looking for Bielefeld. At the indicated spot they saw a lot of people shouting and running, but no Bielefeld.

‘This “Bielefeld” is just a primitive belief, an idea without substance,’ the animals said to each other: ‘Non est Bielefeld.’

> Lees verder

‘Frag’ nicht…’

In Übersetzerhaus Looren bracht ik dit jaar een nijvere junimaand door met werken aan vertalingen van Roorda en Johannin. Intussen verscheen mijn discrete debuut in de Duits-Zwitserse letteren: Nöis für öis, het sufferdje van Wernetshausen – het dorp in het Zürcher Oberland waar het vertalershuis is gevestigd – publiceerde bijgaand stukje – over het volkslied van een liefde en de dood van een tenor.

 

> Lees verder

Joris-Karl Huysmans, Aan de vrouw, nawoord

‘Ik zit erg in mijn maag met mijn vervloekte roman,’ schrijft Joris-Karl Huysmans in 1881, kort voor het verschijnen van En ménage, aan zijn vriend Théodore Hannon. ‘Hij is zo anders, zo vreemd, zo intimistisch, hij staat zo ver af van alle ideeën van Zola, dat ik niet weet of ik niet afsteven op een faliekant fiasco. Het is een vrij nieuw soort naturalisme, geloof ik. Maar het platvloerse van het leven en de weerzin tegen het menselijk bestaan, daar moet het vermaledijde publiek misschien maar weinig van hebben.

> Lees verder

Zomerdromen

Het is weer eens erg rustig op Hof/Haan. Toch hebben we niet stilgezeten: binnenkort verschijnt bij Lebowski onze vertaling van J.-K. Huysmans’ En ménage, onder de mooie dubbelzinnige titel Aan de vrouw. En in de tussentijd heb ik zelf een masterclass portretfotografie bij Richard Dumas gedaan. Nieuw beroep erbij?

> Lees verder