Roland Barthes, ‘Wat is sport?’

Wat is dat toch, de behoefte van die mensen om aan te vallen? Waarom worden mensen onrustig van dit schouwspel? Waarom leven ze zo intens mee? Waarom die nutteloze strijd? Wat is sport?

 

De corrida is nauwelijks een sport, en toch is het misschien het model en de limiet van alle sporten; de ceremonie is sierlijk, de gevechtsregels zijn streng, de tegenstander is sterk, de mens is kundig en moedig – onze moderne sport is helemaal aanwezig in dit schouwspel uit een ver verleden, een erfenis van oude religieuze offerrituelen.

> Lees verder

De innerlijke moeilijkheidsgraad

Afgelopen zaterdagnacht om halftwee had ik eindelijk het boek af waaraan ik al sinds de zomer fulltime werk, en waarvan ik samen met de uitgever had gehoopt (en afgesproken) dat het al anderhalve maand eerder af zou zijn. Maar het is nog op tijd af om na een ultrakorte en toch bijzonder zorgvuldige productie precies op het juiste moment te verschijnen, vlak voor de Boekenweek.

Sérotonine is de zevende roman van Michel Houellebecq die ik heb vertaald, en het tiende of twaalfde boek, afhankelijk van hoe je telt.

> Lees verder

Vertalen in de toekomst (bis)

In 2002–2003, toen ik voor het eerst een column voor Filter mocht schrijven, wijdde ik de eerste vier stukjes aan een nieuw soort vertaalmachine, Tovertaal® (‘de totale vertaaloplossing’), die blijkens mijn grondige tests tot verbluffende prestaties in staat was. Een lastige zin van Proust werd beter opgelost dan door een menselijk driemanschap, een sonnet van Raymond Queneau werd smetteloos rijmend en metrisch in het Nederlands herschapen en een passage van de negentiende-eeuwse filosoof Auguste Comte werd op commando in de meest uiteenlopende stijlregisters vertaald, van zwaar negentiende-eeuws filosoferig (‘In aanmerking genoomen dat de unio domestica bepaaldelijk op geneegenheid en erkentelijkheid is gefondeerd, is zij door haare loutere existentie inzonderheid geroepen om onmiddelbaar ’t geheel onzer affectieve aandriften te bevreedigen, los van iedre gedachte aan eene werkzaame, gestadige coöperatie met eenigerlei doel, behoudens dat haarer eigen instandhouding’) tot vlot hedendaags (‘Trouwen doe je omdat je van elkaar houdt en elkaar dankbaar bent.

> Lees verder

‘Hooggeachte Herman,’

 

 

Ronse, 7 mei 2020

 

Hooggeachte Herman,

U beschrijft mijn uitzicht.

In ‘Bij mijn venster’ maken op een heerlijke junimiddag omstreeks 1820 de Franse dichteres Marceline Desbordes-Valmore en de eveneens Franse schilder Jacques-Louis David een tochtje per rijtuig richting Alsemberg en Beersel, naar een belvédère boven de Zennevallei. Ze stijgen af ‘ter plaatse genoemd Jeruzalem op Kesterbeek’, een ‘steile heuvel vanwaar men het hele panorama kan bestrijken’. Waarna u de lezer onthaalt op een vier pagina’s lange, lyrische beschrijving van uw eigen Beerselse uitzicht.

> Lees verder

Un déluge antédiluvien: traduire Roorda

‘La pluie remonte à la plus haute antiquité1.’ Note en bas de page : ‘1 Je prie le lecteur de bien vouloir excuser cette pluie qui « remonte » (N.d.A). (Henri Roorda, ‘Le parapluie’, in : Le Roseau pensotant, 1923)

Qui se targue de traduire Henri Roorda, quelle que soit sa langue-cible, doit se préparer à jouer sur les mots. Roorda, Lausannois d’ascendance néerlandaise (1870-1925), prof de mathématiques et pédagogue rebelle, auteur pessimiste et facétieux à la langue ‘délicieusement impromptue et primesautière’ (Edmond Gilliard), a écrit durant une petite décennie des chroniques dans des journaux comme La Gazette de Lausanne et La Tribune de Genève.

> Lees verder

Caroline Lamarche, ‘Wachtroutes, wachtplaatsen’ (fragment)

[…] Het ziekenhuis is normaal gesproken een doorreis. Zelden een landschap. En toch is het niet onzinnig om te denken dat daar, in die leegte, in die aseptische opschorting van de tijd, sommigen zich soms de vraag stellen: welk landschap, welk uitzicht, welke uithoek van de wereld zou ik willen zien voordat ik de wereld verlaat? Misschien vergis ik me. Misschien trek je eerder je boodschappenlijst na. Misschien lees je Proust. Of Marie-Claire. Misschien zeggen we bij onszelf, kijkend naar de verlegen, geruststellende, bange of opgeluchte gezichten tegenover ons, dat naar hen kijken al een hele reis is.

> Lees verder