C.-F. Ramuz, De grote angst in de bergen, nawoord van de vertaler

In onze contreien doet zijn naam naam eigenlijk alleen bij muziekliefhebbers een belletje rinkelen. Ramuz, was dat niet de librettist van Stravinsky? En inderdaad: in 1918 schreef Charles-Ferdinand Ramuz voor zijn beroemde vriend de tekst van het muzikale melodrama Histoire du soldat. ‘Entre Denges et Denezy / un soldat qui rentre au pays’, zo luiden daarvan de openingsregels. Ramuz situeerde zijn bewerking van een Russisch volkssprookje in een denkbeeldig kanton Vaud. ‘Op de straatweg van Sas naar Sluis / Een soldaat op weg naar zijn huis’, heet het in Martinus Nijhoffs veelgeprezen vertaling, Geschiedenis van de soldaat (1930), waarbij Nijhoff de handeling naar Zeeuws-Vlaanderen verplaatste.

> Lees verder

Charles-Ferdinand Ramuz, ‘De grote angst in de bergen’ (fragment)

[…] Er was géén brief. Er was tenminste geen andere dan de zijne, zijn eigen brief. Een brief die hij aan Victorine had geschreven en daar verschillende dagen op voorhand was komen leggen, goed zichtbaar onder in de schuilplaats, rechtop tegen een steen.

Zijn brief was er nog steeds. Ze waren gekomen; ze hadden zijn brief niet meegenomen. Wat ze hadden gebracht, was brood, zout, kaas, wat pekelvlees; dat alles verpakt in twee zakken, maar geen kaartje of stuk papier, geen los vel, geen dubbelgevouwen of zelfs maar enkel blad – wanneer op zulk ruitjespapier een hart zich legt en naar je wordt toegebracht.

> Lees verder

Onderworpen: de titel

Vaak wordt me gevraagd waarom de Nederlandse titel van Houellebecqs Soumission niet Onderwerping luidt, in plaats van Onderworpen. Ik ben daarin niet over één nacht ijs gegaan. Het Franse soumission is de letterlijke vertaling van islam, wat zoiets als ‘overgave’ betekent: de overgave van de mens aan God. Het Franse woord is dominant passief. Het Nederlandse woord ‘onderwerping’, daarentegen, is dominant actief en zou als titel onmiddellijk worden gelezen als ‘bedwinging, beteugeling, onderdrukking’. Dat wilde ik voorkomen. Toch zou de eenduidig passieve titel Overgave (bij De Arbeiderspers al ingepikt door Arthur Japin, en dus sowieso geen optie) ook niet echt goed zijn geweest, want ‘soumission’ kán een actieve betekenis hebben, zoals ‘onderwerping’ trouwens ook een passieve betekenis kan hebben (beide worden overschaduwd door de dominante betekenis, tenzij de context anders bepaalt).

> Lees verder

De nieuwe Houellebecq: provocerend en profetisch?

De nieuwe Houellebecq is er! De pers heeft de stoplappen maar weer eens afgestoft: het is boek is uiteraard ‘provocerend’ en ‘profetisch’. 

Mijn eigen leesindruk: Sérotonine is een verrassend intimistische roman zonder al te grootse vergezichten, de eerste sinds De wereld als markt en strijd (1994) die niet langzaam de toekomst in glijdt.

Later meer, eerst maar eens de vertaling zien af te krijgen.

> Lees verder

Georges Perec, ‘Een man die slaapt’ (fragment)

[…] Je kamer is het middelpunt van de wereld. Dit hol, dit rommelhok onder de vliering waar voor immer jouw geur hangt, dit eenzame bed waar je in schuift, dit rekje, dit linoleum, dit plafond waarvan je de scheuren, de schilfers, de vlekken en oneffenheden honderdduizend maal hebt geteld, dit wastafeltje dat zo klein is dat het op een poppenmeubel lijkt, dit teiltje, dit raam, dit behang waarvan je elke bloem, elke stengel, elk vlechtwerk kent en waarvan jij als enige kunt bevestigen dat ze ondanks de haast feilloze perfectie der druktechnieken nooit helemaal op elkaar lijken, deze kranten die je hebt gelezen en herlezen, die je nog eens zult lezen en herlezen, deze gebarsten spiegel die nooit iets anders heeft weerspiegeld dan jouw gezicht, verbrokkeld in drie delen van ongelijke grootte die elkaar gedeeltelijk overlappen, iets waaraan je zo gewend bent geraakt dat je het haast kunt negeren, je vergeet de vage omtrek van een oog in je voorhoofd, van een gespleten neus, van een permanent verwrongen mond, je neemt alleen nog notitie van een y-vormige striem, het haast vergeten, haast vervaagde litteken van een oude wond, sabelhouw of zweepslag, die weggezette boeken, die ventilatorkachel, die met donkerrood pegamoid beklede koffergrammofoon: zo begint en eindigt jouw koninkrijk, dat in concentrische cirkels wordt omgeven door goedaardige of kwaadaardige, altijd aanwezige geluiden, het enige wat je met de wereld verbindt: het druppelen van de kraan van het fonteintje op de overloop, de geluiden van je buurman, zijn keel die hij schraapt, de laden die hij open‑ en dichtschuift, zijn hoestbuien, het fluiten van zijn ketel, de geluiden van de rue Saint-Honoré, het onafgebroken geruis van de stad.… > Lees verder

Bruno Latour, ‘Waar kunnen we landen?’ (fragment)

[…] Om de sleetse metafoor van de Titanic van stal te halen: de leidende klassen begrijpen dat de schipbreuk onvermijdelijk is, ze maken zich meester van de reddingsboten, en ze vragen het orkest lang genoeg slaapliedjes te blijven spelen zodat ze er in het nachtelijk duister vandoor kunnen gaan voordat de andere klassen door de overmatige slagzij worden opgeschrikt.

Als we een veelzeggende illustratie willen, waar ditmaal niets metaforisch aan is: oliemaatschappij ExxonMobil besluit begin jaren negentig, in het volle besef van de situatie, na uitstekende wetenschappelijke artikelen te hebben gepubliceerd over de gevaren van klimaatverandering, zwaar te investeren in de verwoede winning van aardolie en tegelijk in een al even verwoede campagne die de stelling moet promoten dat er van dreigend gevaar geen sprake is.

> Lees verder