Fotoreeks over de lockdown: Covid-1_


Tijdens de lockdown heb ik in mijn woonplaats Autun een reeks foto’s gemaakt, die in de plaatselijke Galerie du Passage recentelijk is geëxposeerd onder de titel Covid-1_. Het zijn beelden van een uitgestorven wereld, een andere planeet haast – vandaar ook de Martiaanse kleuren, tevens een hommage aan de oorlogsreportages van Richard Mosse. De foto’s zijn des te schrijnender omdat in de afgebeelde goedkope huurflats mensen opgesloten zaten: in Frankrijk mocht iedereen maar een uur per dag naar buiten, binnen een straal van een kilometer. Het project is dan ook een schoolvoorbeeld van de Baudelairiaanse ‘schoonheid uit lelijkheid’.

Ik beschouw de zorgvuldig gerangschikte en aan rode nylondraden opgehangen beelden als één werk, hoewel de meeste ervan ook zelfstandig door het leven kunnen gaan.

> Lees verder

Annie Ernaux, De jaren (booktrailer)

Trailer, teaser, appetizer, hoe noem je zoiets? Daar wil ik vanaf zijn – het is een filmpje. Waarom? Omdat de Singel Uitgeverijen geen boekpresentaties organiseren zolang corona rondwaart, omdat ‘makers’ desalniettemin wat steun in de rug kunnen krijgen van het Nederlands Letterenfonds om ‘de brug naar lezers te slaan’, en omdat een familievakantie ons toevallig begin september naar Normandië bracht, waar Annie Ernaux (auteur van De jaren, eerdaags te verschijnen bij De Arbeiderspers) geboren en getogen is. “Zie je wel, zelfs op vakantie gaat het weer om jouw werk.” Inderdaad, hoewel er zonder de goede ideeën en de koelbloedigheid van Ilse Joliet, Jan Hofstede en Victor Van Rossem niets van in huis was gekomen – ziet dat van hier.

> Lees verder

Annie Ernaux, ‘De jaren’ (fragment)

[…] Op zomeravonden aan het begin van de jaren zeventig, wanneer het geurde naar droge aarde en tijm en alle tafelgenoten hadden plaatsgenomen rond een grote, voor minder dan duizend franc bij een uitdrager gekochte boerentafel met daarop vleesbrochettes en ratatouille – de vegetariërs mochten niet worden vergeten –, mensen die elkaar voordien niet kenden, Parijzenaars die het huis ernaast aan het opknappen waren, rugzaktoeristen op doorreis, liefhebbers van langeafstandswandelen en zijdeschilderen, stellen met of zonder kinderen, mannen met ruige baarden, verwilderde tienermeisjes, rijpe vrouwen in Indische gewaden, ontstonden er – na een aarzelend begin hoewel er van meet af aan werd getutoyeerd – gesprekken over kleurstoffen en hormonen in voedingsmiddelen, seksuologie en lichamelijke expressie, antigymnastiek, toegepaste kinesiologie en rogeriaanse therapie, yoga, Frédérick Leboyers zachte geboorte, homeopathie en soja, arbeiderszelfbestuur en de bezetting van de Lip-horlogefabriek, het milieu-activisme van René Dumont.

> Lees verder

Georges Simenon, ‘Manesteek’, fragment

Hij was in zijn schik geweest bij de aanblik van het Central, een geel bouwwerk, niet pal aan de kade gelegen, maar vijftig meter achter de kokospalmen, midden in een wirwar van vreemdsoortige planten.

De voornaamste ruimte, café en restaurant tegelijk, had lichte muren in pasteltinten die aan de Provence deden denken, en een bar van gevernist mahoniehout, met hoge barkrukken en koperwerk, die een indruk van comfort gaven.

Daar gebruikten de alleenstaande mannen van Libreville hun maaltijd. Elk van hen had zijn eigen tafel, zijn eigen servetring.

De kamers op de bovenverdieping waren nooit bezet. Lege, kale kamers, ook in pasteltinten, bedden met muskietennetten erboven, en hier en daar een oude lampetkan, een gebarsten waskom, een lege hutkoffer.

> Lees verder

Georges Simenon, ‘Manesteek’, nawoord

In de zomer van 1932 maakte Georges Simenon een reis van drie maanden door Afrika, van Egypte langs de evenaar in westelijke richting. Hij bracht onder meer vijf dagen door in Matadi, aan de monding van de Congo, waar zijn jongere broer Christian havenmeester was.

Nog datzelfde najaar verscheen, in de stijl van grote reporters als Albert Londres en Joseph Kessel, een zesdelige reportage in het geïllustreerde tijdschrift Voilà, getiteld ‘L’heure du nègre’, met als ondertitel: L’Afrique vous parle: elle vous dit merde. Simenons biografen hebben gesuggereerd dat de bijtende toon van die artikelenreeks mogelijk was ingegeven door broedernijd; alsof Georges zijn jongere broer, de lieveling van moeder Henriette, op zijn nummer wilde zetten door weer te geven hoe treurig diens leven in werkelijkheid was.

> Lees verder

Forme ou vent : TRAMUNTANA

Le noir : absence de lumière. Si photographier veut dire écrire avec la lumière, c’est donc sur la page noire que ça commence. S’y tracent alors – dans le temps, c’est-à-dire dans le mouvement, si infime qu’il soit – des formes et des tons.

C’est dans la nuit (qu’elle soit réelle ou « américaine ») et ses lisières que le désir de naître, la lutte entre forme et vent, sont palpables pour l’œil humain. On devine, on essaye de mieux voir, une image potentielle se dessine.

Cette série, réalisée sous l’aimable direction de Richard Dumas, est ma troisième avec Eyes In Progress qui porte bien son nom.

> Lees verder