Onderworpen: de titel

Vaak wordt me gevraagd waarom de Nederlandse titel van Houellebecqs Soumission niet Onderwerping luidt, in plaats van Onderworpen. Ik ben daarin niet over één nacht ijs gegaan. Het Franse soumission is de letterlijke vertaling van islam, wat zoiets als ‘overgave’ betekent: de overgave van de mens aan God. Het Franse woord is dominant passief. Het Nederlandse woord ‘onderwerping’, daarentegen, is dominant actief en zou als titel onmiddellijk worden gelezen als ‘bedwinging, beteugeling, onderdrukking’. Dat wilde ik voorkomen. Toch zou de eenduidig passieve titel Overgave (bij De Arbeiderspers al ingepikt door Arthur Japin, en dus sowieso geen optie) ook niet echt goed zijn geweest, want ‘soumission’ kán een actieve betekenis hebben, zoals ‘onderwerping’ trouwens ook een passieve betekenis kan hebben (beide worden overschaduwd door de dominante betekenis, tenzij de context anders bepaalt).

> Lees verder

De nieuwe Houellebecq: provocerend en profetisch?

De nieuwe Houellebecq is er! De pers heeft de stoplappen maar weer eens afgestoft: het is boek is uiteraard ‘provocerend’ en ‘profetisch’. 

Mijn eigen leesindruk: Sérotonine is een verrassend intimistische roman zonder al te grootse vergezichten, de eerste sinds De wereld als markt en strijd (1994) die niet langzaam de toekomst in glijdt.

Later meer, eerst maar eens de vertaling zien af te krijgen.

> Lees verder

Georges Perec, ‘Een man die slaapt’ (fragment)

[…] Je kamer is het middelpunt van de wereld. Dit hol, dit rommelhok onder de vliering waar voor immer jouw geur hangt, dit eenzame bed waar je in schuift, dit rekje, dit linoleum, dit plafond waarvan je de scheuren, de schilfers, de vlekken en oneffenheden honderdduizend maal hebt geteld, dit wastafeltje dat zo klein is dat het op een poppenmeubel lijkt, dit teiltje, dit raam, dit behang waarvan je elke bloem, elke stengel, elk vlechtwerk kent en waarvan jij als enige kunt bevestigen dat ze ondanks de haast feilloze perfectie der druktechnieken nooit helemaal op elkaar lijken, deze kranten die je hebt gelezen en herlezen, die je nog eens zult lezen en herlezen, deze gebarsten spiegel die nooit iets anders heeft weerspiegeld dan jouw gezicht, verbrokkeld in drie delen van ongelijke grootte die elkaar gedeeltelijk overlappen, iets waaraan je zo gewend bent geraakt dat je het haast kunt negeren, je vergeet de vage omtrek van een oog in je voorhoofd, van een gespleten neus, van een permanent verwrongen mond, je neemt alleen nog notitie van een y-vormige striem, het haast vergeten, haast vervaagde litteken van een oude wond, sabelhouw of zweepslag, die weggezette boeken, die ventilatorkachel, die met donkerrood pegamoid beklede koffergrammofoon: zo begint en eindigt jouw koninkrijk, dat in concentrische cirkels wordt omgeven door goedaardige of kwaadaardige, altijd aanwezige geluiden, het enige wat je met de wereld verbindt: het druppelen van de kraan van het fonteintje op de overloop, de geluiden van je buurman, zijn keel die hij schraapt, de laden die hij open‑ en dichtschuift, zijn hoestbuien, het fluiten van zijn ketel, de geluiden van de rue Saint-Honoré, het onafgebroken geruis van de stad.… > Lees verder

Bruno Latour, ‘Waar kunnen we landen?’ (fragment)

[…] Om de sleetse metafoor van de Titanic van stal te halen: de leidende klassen begrijpen dat de schipbreuk onvermijdelijk is, ze maken zich meester van de reddingsboten, en ze vragen het orkest lang genoeg slaapliedjes te blijven spelen zodat ze er in het nachtelijk duister vandoor kunnen gaan voordat de andere klassen door de overmatige slagzij worden opgeschrikt.

Als we een veelzeggende illustratie willen, waar ditmaal niets metaforisch aan is: oliemaatschappij ExxonMobil besluit begin jaren negentig, in het volle besef van de situatie, na uitstekende wetenschappelijke artikelen te hebben gepubliceerd over de gevaren van klimaatverandering, zwaar te investeren in de verwoede winning van aardolie en tegelijk in een al even verwoede campagne die de stelling moet promoten dat er van dreigend gevaar geen sprake is.

> Lees verder

Kundera weer Tsjechisch?

Opmerkelijk bericht in de media: Milan Kundera zou van de Tsjechische premier Andrej Babiš weer Tsjech mogen worden, nadat het staatsburgerschap van zijn geboorteland hem in 1979 was afgenomen (hij en zijn vrouw Vera bezitten sinds 1981 de Franse nationaliteit).

Mijn eerste reactie: dit moet een politieke publiciteitsstunt van de populist Babiš zijn. Kundera weigert al sinds de jaren 1980 als een Tsjechische schrijver te worden behandeld, niet alleen omdat hij als schrijver zijn moedertaal allang heeft verruild voor het Frans (de definitieve, gezaghebbende editie van zijn hele Oeuvre is verschenen in de Bibliothèque de la Pléiade), maar vooral ook omdat wat hem interesseert niet zozeer de taalkunst, als wel de romankunst is (waarover hij ook tal van essays heeft geschreven).

> Lees verder

Marie-Hélène Lafon, ‘Nacht’

De nacht valt niet, hij klimt.

Zwanger van de donkere wind die over naamloze contreien heeft gezwalkt, loeit hij langdurig en drukt zijn vochtige snuit tegen de muren van huizen, waar weggedoken mensen zich warm houden in de gele lichtkring van lampen of aan de rand van de televisie.

De kleinen van de mensen vrezen hem, hun zachte, nieuwe lijven zijn beducht voor zijn reuzenbeet. De lichtjes van de hoogmoedige steden doorboren hem en zouden over hem willen triomferen, hem in het nauw willen drijven, hem opjagen tot in zijn vergeten schuilhoeken, maar hij weet van geen wijken, iets houdt vol en dringt aan, iets wat in het bloed van vee en mensen vloeit en huivert onder hun huid.

> Lees verder