Vladim

Belgisch-Russische beeldhouwer, actief omstreeks 1970. Vladim, een oorlogskind – zijn moeder ontmoette zijn vader tijdens de Arbeitseinsatz – kon in België niet aarden. Hij wilde slechts beeldhouwwerken maken uit oudroest en schroot en verder met rust worden gelaten. Over zijn materiaalkeuze was hij stellig: ‘Op onzinnige wijze verspilt men nieuw materiaal om er de afschuwelijkste dingen uit te vervaardigen. Waarom zou ik nieuw ijzer met veel moeite plooien en bewerken, als het oude reeds kant en klaar in de vorm ligt die ik nodig heb? Zij die na ons komen zullen weten dat we zelfs op afvalplaatsen en vuilnisbelten de moed hadden iets te maken wat mooi was.’

In juni 1970 exposeerde Vladim zijn abstracte ijzerwerk in kunstkroeg De Koestal, gevestigd in een vervallen Oost-Vlaamse boerderij. De expositie werd geopend door de schrijver Boin. Zijn latere schriftelijke commentaar verschilde danig van zijn eertijdse openingstoespraak. Zo leek hem het beeld getiteld Een glimlach van Elke aanvankelijk ‘een gestolde glimlach van stukken gasbuis en andere rommel van schroot’, later, op papier, ‘een opstandeling, met een geweer of vlammenwerper boven de schouder, een militant die ergens de wacht heeft opgetrokken en in kou en duisternis aan Elke denkt, aan een verloren gegooide glimlach van Elke’. Op de avond van de vernissage wierp Vladim zich na een amoureuze twist in verregaande staat van dronkenschap voor een auto en brak beide benen. Een maand later werd De Koestal van politiewege ontruimd. Er waren bewijzen van grootschalig drugsgebruik en van zedendelicten met minderjarigen. In de poel achter de hoeve was een naakt achttienjarig meisje dood aangetroffen. Een glimlach van Elke belandde in Boins salon. Mevrouw Boin had er drieduizend Belgische frank voor geboden, maar Vladim weigerde geld van haar aan te nemen.

  • Louis Paul Boon, Als het onkruid groeit, 1972

[Lemma uit Koen Brams, Encyclopedie van fictieve kunstenaars (Nijgh & Van Ditmar, 2000), © Rokus Hofstede]

Print Friendly, PDF & Email