De Toverberg (2)

Zeven maanden na Hans Castorps aankomst op de toverberg maakt de sanatoriumbevolking zich op voor vastenavond. We zijn beland in de slotparagraaf, getiteld ‘Walpurgisnacht’, van het vijfde hoofdstuk.

De avondjurk van Clawdia Chauchat, de Russische patiënte op wie hij al maanden heimelijk verliefd is, heeft op Hans Castorp een ‘sensationeel effect’. ‘[…] Clawdia’s armen liet de jurk tot de schouders toe vrij, haar armen, die teer en vol waren tegelijk – koel ook, naar zich liet vermoeden, en buitengewoon blank afstaken tegen het zijïge donker van haar jurk […].’ Zijn enige antwoord bij het zien van die ‘verrukkelijke ledematen van een vergiftigd organisme’ is een toonloos herhaald ‘Mijn God!’.

> Lees verder

De Toverberg (1)

Hoe komt het dat vertalingen verouderen en originele teksten niet? Een van de mogelijke antwoorden: juist doordat originele teksten onbeperkt kunnen worden hervertaald, bezitten ze een onbeperkt vermogen tot zelfvernieuwing, als slangen waarvan de kleuren na elke vervelling weer even fris worden als voorheen. Dat neemt natuurlijk niet weg dat sommige originele teksten, vooral als ze niet origineel zijn, gezwind en onherroepelijk in de vergeetput van de veroudering belanden. En er zijn zelfs zeldzame, originele vertalingen die welhaast onbeperkt tegen veroudering bestand blijken.

> Lees verder