Riskante relaties: Adriaan Morriën

Over Adriaan Morriën (1912–2002) niets dan goeds. Voorvechter van vertalersrechten, mede-oprichter van het Fonds voor de Letteren, docent/goeroe aan het roemruchte Instituut voor Vertaalkunde aan de Universiteit van Amsterdam, medeontdekker van schrijvers als W.F. Hermans, Gerard Reve en Harry Mulisch, auteur van een dertigtal boeken, en natuurlijk vertaler van met name drie klinkende titels: Het verhaal van O van Pauline Réage, De vreemdeling van Albert Camus en Gevaarlijk spel met de liefde van Pierre Choderlos de Laclos. Hij ontving in 1962 de Martinus Nijhoffprijs.

> Lees verder

Een piramide van verloren tijd

Verschenen in het Vlaamse cultuurmagazine Rekto:Verso: een dossier over Onze tijd. Redacteur Wannes Gyselinck interviewde Rokus Hofstede over (het vertalen van) Proust. We nemen het interview over met toestemming van de auteur.


Door Wannes Gyselinck

Geen kunstenaars die meer over tijd en tijden moeten reflecteren dan vertalers van literaire klassiekers. Zeker vertalers van Proust. Rokus Hofstede haalde – taalde – diens verloren tijd terug naar vandaag. ‘We zijn maar twee jaar over tijd gegaan.’

Tijd is het alfa en omega van Prousts Op zoek naar de verloren tijd.

> Lees verder

Approches de Proust (fragment)

[…]

Conclusion : une traduction rapprochée

D’après Antoine Compagnon, la grande originalité de Proust est que son roman peut se lire à la fois comme un roman du XIXe siècle et comme le premier anti-roman ou méta-roman théorisant sur son propre déroulement. Dans cette perspective, la modernité de la Recherche ne tient pas tant aux thèmes qui y sont abordés, qu’à la conscience mobile qui s’y manifeste dans une pluralité de points de vue narratifs ambigus et relatifs. C’est cette conscience mobile qui assure la richesse du style, concept que Proust a joliment décrit en 1913 comme « la qualité d’une vision », et dans un célèbre passage du Temps retrouvé, comme « la révélation de la différence qualitative qu’il y a dans la façon dont nous apparaît le monde ».

> Lees verder

De demon van de letter

Een goede vertaling is het werk van twéé auteurs. In de context van Antoine Bermans vertaalethische voorstellen kan het geen kwaad die open deur nog eens in te trappen, want hoe belangrijk ‘L’éthique de la traduction’ binnen de geschiedenis van de vertaaltheorie ook mag zijn geweest, en hoe suggestief het vandaag de dag nog altijd is, de praktische relevantie ervan wordt ondermijnd door wat ik wil karakteriseren als het scholastisch a priori waarvan Berman getuigt. Een ethiek die het Vreemde en het Andere zalig verklaart kan niet recht doen aan de tegenstrijdige eisen waaraan vertalers in de praktijk blootstaan.

> Lees verder

Een onmogelijk voorstelbare nieuwe vorm

Op 12 mei 2015 is het zover: Swanns kant op, het openingsdeel van Prousts beroemde roman, verschijnt in de Perpetuareeks van Athenaeum-Polak & Van Gennep. Met slechts twee jaar vertraging. In een prachtige, gebonden, lila-turkooizen uitvoering. Inclusief nawoord, exclusief noten. In de quatre-mainsvertaling van Martin de Haan en Rokus Hofstede. En dat alles geheel conform Prousts definitie van schoonheid: ‘… niet een soort volmaakte versie van wat we ons voorstellen, een soort abstracte vorm die we voor ogen hebben, maar integendeel een onmogelijk voorstelbare nieuwe vorm die de werkelijkheid ons aanreikt.’

Madeleine

Drie evenementen naar aanleiding van deze feestelijke gebeurtenis:

  • een podiumgesprek-annex-presentatie met Kenneth van Zijl en de vertalers op City2Cities (Utrecht, Postkantoor Neude, zaterdagavond 16 mei 22:30)
  • een televisie-interview door Kenneth van Zijl met de vertalers in Letteren &cetera (Amsterdam, Bibliotheek Letterenfonds, donderdag 21 mei, 19:30)
  • een boekpresentatie met de vertalers, auteurs Eric de Kuyper en Charlotte Mutsaers en Proustspecialist Pierre Schoentjes (Ugent), gemodereerd door journaliste Gudrun De Geyter in Passa Porta (Brussel, Passa Porta Bookshop, 10 juni, 20:00)
> Lees verder

Waarom hervertalen? Notities uit de praktijk

Vertalers weten niet wat ze doen. Die gedachte viel mij in bij het lezen van het boeiende dossier over ‘De rijkdom van de hervertaling’ in het vorige Filter-nummer. Hoe boeiend ook, in dat dossier overheersen vertaaltheoretische en vertaalhistorische gezichtspunten, en het is geen wonder dat inzichten die op dat niveau worden verworven niet per se verhelderend zijn voor een beter begrip van de concrete worsteling van verschillende vertalers met eenzelfde originele tekst. Het spreken over de ‘geïntendeerde handeling’ en de ‘discursieve strategie’ (Lawrence Venuti) van de vertaler lijkt bijvoorbeeld meer rationaliteit en zelfbewustzijn te veronderstellen dan in de vertaalpraktijk aanwezig is; vertalers hebben doorgaans maar weinig controle over de parameters die komen kijken bij het vinden van hun toon en stijl.

> Lees verder