Tamelijk verachtelijke individuen

« Tout, comme on dit, nous sépare – à l’exception d’un point, fondamental : nous sommes l’un comme l’autre des individus assez méprisables. »

‘Tussen ons beiden ligt, zoals dat heet, een wereld van verschil – behalve op één punt, en niet het minste: wij zijn allebei tamelijk verachtelijke individuen.’

Je moet maar durven: een briefwisseling beginnen met Frankrijks bekendste voorvechter van de mensenrechten, de alomtegenwoordige BHL, en deze nobele correspondent meteen in de eerste zin neerzetten als een ‘verachtelijk individu’.… > Lees verder

Bernard-Henri Lévy, Publieke vijanden (fragment)

Er zijn gevallen – wanneer het, kort gezegd, niet alleen meer gaat over kunst of film maar over politiek, moraal en het concrete lot van concrete mannen en vrouwen – waarin ik goed oppas voor die verslindende, roofzuchtige kant, die het correlaat is van dat geloof in de deugden van een afwijkende zinsbouw, van een onopvallend nieuwe manier om een leesteken te hanteren, van een woord dat zich losmaakt van het normale taalgebruik, van een klank die van zijn boeien wordt ontdaan en plotseling opduikt buiten de stilte en het lawaai…

En dat is waarom ik uiteindelijk zo veel tijd doorbreng met de voorzorgsmaatregelen die me in dergelijke omstandigheden tegen mezelf moeten beschermen: zoals die radio die ik heb helpen opzetten in Bujumbura, om er zeker van te zijn dat ik er zal terugkeren; of een sporadische correspondentie met een stel oudere jongeren dat ik, acht jaar geleden, in Wenen ben tegengekomen, waarbij ik heel goed weet dat een deel van mijzelf in de verleiding zou kunnen komen om ze uitsluitend te zien als figuranten voor de reportage die ik toen wijdde aan het anti-Haider-‘verzet’; een geforceerde vriendschap in N’Djamena, om de link met Darfur te behouden; de band die ik onderhield met een Pakistaanse ‘fixer’; of ook die Nieuwsberichten uit Kabul die ik met gestrekte armen voor me uit droeg om maar niet om te kijken…

Maar dat is wel degelijk de waarheid.… > Lees verder

Michel Houellebecq, ‘Publieke vijanden’, fragment

Voor mij zijn er van die momenten waarop de woorden komen, zonder enig plan, zonder samenhang of oordeel, en ik een vel papier nodig heb omdat ik constateer dat er iets gebeurt. Dat duurt enige tijd, nou ja dat duurt zolang het duurt, maar het duurt nog altijd lang genoeg om me in staat te stellen een gedicht te schrijven, en dat is eigenlijk alles wat ik wil. Op een morgen die ik nooit zal vergeten, terwijl ik op een taxi wachtte en die vervolgens nam, heb ik acht gedichten kunnen schrijven; het laatste ervan was ‘Mogelijkheid van een eiland’.… > Lees verder

Antwoord aan Rokus Hofstede

Cussy-en-Morvan, 24 augustus 2009

Beste Rokus Hofstede,

Ook ik ben inmiddels weer thuis. Bij de buren wachtte me een aangename verrassing: een pakketje met acht exemplaren van het ‘steekspel’, vers van de pers. Traditiegetrouw heb ik de eerste kleine correcties alweer genoteerd. Heel geruststellend vind ik dat: het plaatst een boek in de tijd, dat wil zeggen in het leven.

U vraagt of u mij mag vousvoyeren, net zoals wij onze auteurs elkaar laten doen. Ik heb daar tijdens het vertalen lang over nagedacht, zeker een paar minuten.… > Lees verder

Brief aan Martin de Haan

Gent, 15 augustus 2009

Ik ben terug in Gent, beste Martin de Haan, blij om te weten dat ons ‘steekspel in brieven’ op weg is naar de drukker. Vindt u het trouwens goed dat ik u vousvoyeer? ‘U’ klinkt in het Nederlands misschien wat gekunsteld, maar de auteurs die we hebben vertaald nemen onderling toch ook de nodige distantie in acht; de jij-vorm suggereert een kameraadschappelijkheid die de wezenlijke verschillen tussen Houellebecq en Lévy, tussen u en mij verhult.… > Lees verder