Troost en betekenis

reeks het leven, een gebruiksaanwijzing

‘Waar ik er niet helemaal bij hoor, daar voel ik me thuis’

Rokus Hofstede is een auteur, al schrijft hij nooit onder eigen naam. Nu hij de prestigieuze Martinus Nijhoff Vertaalprijs 2021 krijgt, wordt de vertaler tot zijn grote verrassing uit de schaduw gehaald. ‘Benieuwd wat ik te zeggen heb.’

Guinevere Claeys

DSL, zaterdag 19 december 2020

 

Had iemand het me dan ingefluisterd? Het kon niet anders of het was me al ter ore gekomen dat hij dit jaar de laureaat zou worden van de Martinus Nijhoff Vertaalprijs. Waarom wou ik hem anders interviewen? Hij, Rokus Hofstede, een vertaler, thuis in volstrekte onzichtbaarheid.

> Lees verder

Een piramide van verloren tijd

Verschenen in het Vlaamse cultuurmagazine Rekto:Verso: een dossier over Onze tijd. Redacteur Wannes Gyselinck interviewde Rokus Hofstede over (het vertalen van) Proust. We nemen het interview over met toestemming van de auteur.


Door Wannes Gyselinck

Geen kunstenaars die meer over tijd en tijden moeten reflecteren dan vertalers van literaire klassiekers. Zeker vertalers van Proust. Rokus Hofstede haalde – taalde – diens verloren tijd terug naar vandaag. ‘We zijn maar twee jaar over tijd gegaan.’

Tijd is het alfa en omega van Prousts Op zoek naar de verloren tijd. De zevendelige roman begint met tijdsverlies – le temps perdu – en eindigt, glorieus en na meer dan drieduizend bladzijden, met tijdswinst: le temps retrouvé.

> Lees verder

Approches de Proust (fragment)

[…]

Conclusion : une traduction rapprochée

D’après Antoine Compagnon, la grande originalité de Proust est que son roman peut se lire à la fois comme un roman du XIXe siècle et comme le premier anti-roman, ou méta-roman, théorisant sur son propre déroulement. Dans cette perspective, la modernité de la Recherche ne tient pas tant aux thèmes qui y sont abordés, qu’à la conscience mobile qui s’y manifeste dans une pluralité de points de vue narratifs ambigus et relatifs. C’est cette conscience mobile qui assure la richesse du style, concept que Proust a joliment décrit en 1913 comme « la qualité d’une vision », et dans un célèbre passage du Temps retrouvé, comme « la révélation de la différence qualitative qu’il y a dans la façon dont nous apparaît le monde ».

> Lees verder

Hoe Hof en Haan victorie kraaiden

Wat is het grootste vertaalprobleem dat u bent tegengekomen?

Elke tekst is onvertaalbaar tot het tegendeel is bewezen. Zo ook het werk van Marcel Proust. Zijn eindeloos lange zinnen zijn een grote uitdaging voor een Nederlandse vertaler, omdat het Nederlands zich (met name door de plaats van de persoonsvorm, de beperkte verbuigingsmogelijkheden en de onmogelijkheid om deelwoorden los op te hangen in de zin) minder goed leent voor het maken van eindeloos lange zinnen dan het Frans.

In een van die zinnen beschrijft Proust hoe zijn hoofdpersoon in het Bois de Boulogne mevrouw Swann ziet aankomen in een ‘incomparable victoria’. De naam van het rijtuig komt zelf als een victorie in de zin, die na onderwerp en gezegde (‘Je voyais’) het lijdend voorwerp (de weergaloze victoria) meer dan honderd woorden lang weet uit te stellen door plaatsing van een tussenzin en vier bepalingen.

> Lees verder

Bloeiende meisjes

Vaak gestelde lezersvraag: gaan wij verder met Proust, en zo ja, wanneer valt het volgende deel te verwachten?

De beslissing om verder te gaan is al een tijdje genomen. De uitgever is enthousiast, wij zien het wel zitten om tot ver na de pensioengerechtige leeftijd onmogelijke zinnen te vertalen, het enige probleem is de financiering. Proust vertalen is véél tijdrovender dan een doorsnee literaire roman, en het Nederlands Letterenfonds heeft in de vereenvoudigde nieuwe werkbeursregeling geen aparte plaats meer ingeruimd voor extreem moeilijke projecten. Het komt erop neer dat we nog ongeveer een half boek moeten zien te ‘dekken’. (NB Uitgevers zijn geen werkgevers die hun vertalers keurige salarissen betalen.

> Lees verder

De witte geur van roet (bis)

In Swanns kant op laten wij het haardvuur de hele ruimte witkalken met de geur van roet. Marco Kamphuis noemde dat in zijn NRC-recensie een ‘uiterst ongelukkige vertaling’ – waarop wij reageerden met de constatering dat het een ‘prachtig oxymoron’ uit de koker van Proust zelve betreft: badigeonner = witkalken.

Geuren hebben geen kleur. Heel strikt genomen is er dus niet eens sprake van een oxymoron (een schijnbaar onmogelijke verbinding van twee tegengestelde begrippen, zoals ‘een bejaard kind’ of ‘zwarte sneeuw’). Toch heeft het beeld een sterk schrikeffect, want het overgrote deel van de lezers zal in een eerste opwelling dezelfde reactie als Kamphuis hebben: de geur van roet is niet wit, maar zwart.

> Lees verder