Jean Echenoz, Ravel, fragment

Je vindt het wel eens spijtig om uit bad te moeten. Ten eerste is het jammer om het behaaglijke zeepwater, waarin verloren haren zich om bellen slingeren tussen de cellen losgewreven huid, te moeten verruilen voor de meedogenloze lucht van een slecht verwarmde woning. Bovendien is het, ingeval je klein van stuk bent en die badkuip op griffioenpoten een hoge rand heeft, altijd een hele klus om een been buitenboord te steken en met een aarzelende teen naar de gladde tegels van de badkamervloer te tasten. Voorzichtigheid is geboden, wil je je kruis niet stoten of dreigen uit te glijden en een lelijke smak te maken. De oplossing voor dat euvel zou natuurlijk zijn om een badkuip op maat te laten vervaardigen, maar dat brengt kosten met zich mee, misschien nog wel meer dan de aanleg van de recente maar nog altijd ontoereikende centrale verwarming. Het beste zou zijn om urenlang of zelfs voorgoed tot aan je kin in bad te blijven liggen en met je rechtervoet af en toe de kraan open te draaien om door het toevoegen van wat warm water de thermostaat te regelen en zo een goede baarmoedersfeer te behouden.

[Fragment uit Jean Echenoz, Ravel, vert. Martin de Haan en Jan Pieter van der Sterre. De Geus, 2007.]

  • ‘In de boeken van Echenoz staat nooit een woord of zelfs maar een lettergreep te veel, elke zin is fris, de intriges verrassen en amuseren, de schrijver lijkt welgemoed het ene zijpad na het andere in te slaan, en aan het einde van het boek vallen alle elementen op welhaast wonderbaarlijke wijze op hun plaats. […] Het is daarom verheugend dat zijn Nederlandse uitgeverij de vertaling van de laatste twee boeken van Echenoz heeft uitbesteed aan twee van de beste en meest gewetensvolle vertalers uit het Frans die er in ons land te vinden zijn.’ – Ger Leppers in Trouw

Print Friendly, PDF & Email