Nora Gomringer, ‘Het hart’

Een artisjok
Mangogroot en blauwvlekgekleurd

Kan worden gepeld en blootgelegd
Laag voor laag

Wordt met verwondering bezien
Om zijn grootte

Zou Eden kunnen herbergen
Tussen de longen

Ging schuil achter de rib
Waaruit de appeleetster werd gesneden

Haast geen ophef meer
Over een ding – plantbaar, uitzaaibaar

Na jouw fatale val in mijn borstbed.

[‘Das Herz’, uit Klimaforschung (2008), vert. Martin de Haan. Verschenen als miniboekje voor de Literaturautomat Düsseldorf, 2012.]> Lees verder

Cimbalen en symbolen

Normaal gesproken vind ik ritme veel belangrijker dan klank. Opzichtige alliteraties werken op mijn zenuwen, vooral als ze expres zijn aangebracht door vertalers die denken dat daarin de ware boodschap van de tekst schuilgaat, en die er niet voor terugdeinzen om voor één klein klankeffectje (dat geen ander doel dient dan zichzelf, en evengoed aan het toeval kan worden toegeschreven) alle andere elementen van de tekst geweld aan te doen. Het kind met het badwater weggooien, noemen wij dat.

Er zijn mensen die van het turven van klankherhalingen een dagtaak hebben gemaakt.… > Lees verder

Kundera’s rode roos

Aansluitend bij het vorige: Milan Kundera zelf past de ‘moraal van het wezenlijke’ zeer streng toe op zijn eigen werk. Zijn officiële oeuvre telt nu één verhalenbundel, één toneelstuk, vier essaybundels en negen romans; de rest van wat hij heeft geschreven beschouwt hij als bijkomstig of achterhaald. Daaronder valt ook alles wat hij heeft gepubliceerd vóór zijn debuutroman, De grap (1967), o.a. een aantal toneelstukken en poëziebundels – die dus niet meer herdrukt of vertaald mogen worden.

Vooral die poëziebundels kunnen in eerste instantie verbazing wekken, gezien de kruistocht tegen het lyrische die de rode draad van Kundera’s romans vormt (zie elders op deze site de nawoorden die ik erbij heb geschreven).… > Lees verder

Charles Baudelaire, ‘Bezinning’

Bezinning

Gedraag je, mijn Verdriet, probeer tot rust te komen.
Je riep om Duisternis; zij valt al, zij is daar:
Een donker waas heeft van de stad bezit genomen,
Dat sommigen gemak brengt, anderen bezwaar.

Terwijl in slaafs vertier de vuige mensenstromen
Gegeseld door Genot, die wrede folteraar,
De wroeging tegemoet gaan die hen zal betomen,
Kom mee, geef mij je hand, Verdriet, en volg mij maar,

Van hen weg. Zie hoe aan de hemelbalustraden
De dode Jaren staan in oude lijfgewaden;
Hoe uit de diepten rijst de glimlachende Spijt;

De zon verkwijnend inslaapt, door een boog omkaderd,
En hoor, mijn lieve, hoor hoe in het Oosten glijdt,
Een lang doodskleed gelijk, de zoete Nacht die nadert.… > Lees verder

Een toekomst – ja of shit? Belgisch-Franstalige poëzie in vertaling.

‘Deze zin heeft een lang verleden, een cultuur, goed bijgehouden registers, een praktijk, een woordschikking, een vloek, een achtergrond, een toekomst – ja of shit?’ Of die zin een toekomst heeft, is inderdaad nog maar de vraag. Als ik de zoekmachine mag geloven, is de gebruiksfrequentie van de uitdrukking ‘ja of shit’ nihil. Ter vergelijking: ‘Cette phrase a un long passé, une culture, des registres bien tenus, une pratique, une syntaxe, un gros mot, des arrière-plans, un avenir oui ou merde?’ Dat klinkt meteen al een stuk geloofwaardiger, al was het maar vanwege de 23.600 hits voor ‘oui ou merde’.… > Lees verder

Landschappen voor Wang Wei

Hoe vertaal je een landschap? Rare vraag. Een landschap is geen taal, dus je kunt het ook niet vertalen. En als het landschap wordt beschreven in een gedicht? Dan vertaal je het gedicht, niet het landschap, dus de vraag blijft onzinnig. En als het een Chinees gedicht is, over een Chinees landschap? Dat verandert niets aan de zaak, want ook al maakt het voor de benadering van het gedicht misschien verschil uit, het landschap zelf blijft gelijk.

Of toch niet? Die conclusie kun je trekken uit een aardig boekje van Eliot Weinberger en Octavia Paz, Nineteen Ways of Looking at Wang Wei.… > Lees verder