Charles Baudelaire, ‘Bezinning’

Bezinning

Gedraag je, mijn Verdriet, probeer tot rust te komen.
Je dreinde om de Nacht; die valt al, hij is daar:
Een donker waas heeft van de stad bezit genomen,
Dat sommigen gemak brengt, anderen bezwaar.

Terwijl in slaafs vertier de vuige mensenstromen
Gegeseld door Genot, die wrede folteraar,
De wroeging tegemoet gaan die hen zal betomen,
Kom mee, geef mij je hand, Verdriet, en volg mij maar,

Van hen weg. Zie hoe aan de hemelbalustraden
De dode Jaren staan in oude lijfgewaden;
Hoe uit de diepten rijst de glimlachende Spijt;

De zon verkwijnend inslaapt, door een boog omkaderd,
En hoor, mijn lieve, hoor hoe in het Oosten glijdt,
Een lang doodskleed gelijk, de zoete Nacht die nadert.

[Charles Baudelaire, ‘Recueillement’, vertaling © Martin de Haan. Dit is work in progress, de laatste wijziging dateert van 27 september 2018.]

Print Friendly, PDF & Email