De kunde van het verschil

Vertalen is de kunde van het verschil. Taalverschil, tijdsverschil, cultuurverschil, genderverschil, verschillen in kennis en ervaring… Elke vertaler moet zich rekenschap geven van die verschillen en zich ertoe verhouden – om ze glad te strijken of ze aan te zetten, naar believen. Juist de bewuste omgang met verschillen, het lucide besef van de problemen die ermee gepaard kunnen gaan, zijn voorwaarden voor een goede vertaling, en ook, in een bredere context, voor het samenleven in een superdiverse maatschappij. De kunde van het verschil: techniek en ethiek in één.

Een vrouwelijke collega, wier naam ik uit kiesheid verzwijg, trok enigszins smalend mijn vermogen om de Franse schrijfster Annie Ernaux te vertalen in twijfel.

> Lees verder

State of Translation 2020: de vertaler als auteur

De State of Translation is bedoeld om één keer per jaar te kijken hoe de zaken ervoor staan in wat in de volksmond Vertalië wordt genoemd. Welnu, something’s rotten in the State of Translation.

‘De vertaler als auteur’, dat klinkt radicaler dan het is. Volgens de Berner Conventie, het verdrag uit 1886 dat nog altijd de basis van het auteursrecht vormt, worden vertalingen beschermd als oorspronkelijke werken – niet alsof het oorspronkelijke werken waren, maar in de hoedanigheid van oorspronkelijke werken. Vertalers gelden als auteurs omdat zij bestaande werken omzetten in nieuwe werken, niet door het origineel gewoon even over te typen in een andere taal, maar door naast het origineel met heel andere materialen en technieken – de woorden en structuren van een andere taal – van de grond af iets nieuws op te bouwen wat zoveel mogelijk op dat origineel moet lijken.

> Lees verder

De boekvertaler: mens én auteur

We lezen tegenwoordig veel over de sociaal-economische situatie van verschillende categorieën zelfstandigen. Met schrijvers en freelance journalisten is het niet al te best gesteld, maar hoe zit het met de vertalers van de buitenlandse boeken die we lezen? Martin de Haan, zelf vertaler, geeft een rondleiding door de catacomben van zijn beroep. 

Zomaar een informatiekraampje op zomaar een boekenbeurs, een jaar of tien geleden. Achter de tentoongestelde boeken, allemaal vertalingen, staan een paar vriendelijke vrijwilligers de bezoekers te woord. En dan valt die ene, oprecht verbaasde vraag, die diezelfde dag nog een paar keer zou langskomen: ‘Dus boeken worden nog altijd door mensen vertaald?’

> Lees verder

‘Een goed boek overleeft de vertaling’

Het blijft fascinerend om te zien hoe de grootste dooddoeners over vertalen circuleren onder mensen van wie je zou denken dat ze beroepshalve goed geplaatst zijn om beter te weten.

Want wat is vertalen? Vertalen is schrijven.

Schrijven, die activiteit hebben vertalers gemeen met een andere categorie auteurs die de schrijfkunst beoefenen: schrijvers. Desalniettemin kom je veelvuldig, ook bij schrijvers, dat wil zeggen bij kenners van de literatuur, bij beroepslezers, de gemakzuchtigste gemeenplaatsen over het vertalen tegen – doorgaans weinig doeltreffende schaamlapjes voor wat niet anders dan structurele minachting kan heten.

Het is een overbekende discussie telkens als een leeservaring tegenviel: zou het aan de vertaling liggen?

> Lees verder

Filter-column: Vertalen in de toekomst

Ruim tien jaar na *Overigens schitterend vertaald is er weer een vertaalpleidooi. Het heet verTALEN voor de toekomst (hier te downloaden), en het vrolijke woordspel in de titel maakt al duidelijk waar de nadruk dit keer vooral ligt: niet op literatuur, maar op taal – om precies te zijn op 1) de afnemende belangstelling in Nederland en Vlaanderen (blijkens de instroom van talenstudenten) voor andere buitenlandse talen dan het Engels, 2) het daardoor verschralende aanbod aan talen in de vertaalopleidingen, 3) de beperkte middelen om studenten Nederlands in het buitenland goed te leren vertalen, en 4) een beetje los daarvan, de kwetsbare positie van literair vertalers, die het vak niet aantrekkelijk maakt.

> Lees verder

Traduire, Houellebecq

On nous dit que les traducteurs font circuler les œuvres.

Certes. Au mois de mars 2015, quittant ma retraite de l’Oberland zurichois avec vue imprenable sur le lac, celui-là même où auraient flotté les cendres de l’architecte Jean-Pierre Martin, pour me rendre au très parisien colloque Auteurs&Co, j’ai fait circuler, bien protégés dans mon sac, deux chefs-d’œuvre de la littérature française. C’est bien en ces termes que je les ai présentés aux auteurs (& co) réunis : « Deux chefs-d’œuvre de la littérature française, Du côté de chez Swann de Marcel Proust et Soumission de Michel Houellebecq. »

C’étaient les deux livres sur lesquels je travaillais à peu près parallèlement, dans ce beau collège de Looren.

> Lees verder