Vertaalcensuur (2)

Halverwege de jaren 90 viel mij de opdracht te beurt om een bundel essays en aforismen van de Roemeens-Franse auteur Emil Cioran te vertalen, Écartèlement (1979), een van zijn laatste titels. Het boek opent met vier thematisch verwante essays, feitelijk de tekstuele restanten van een mislukte poging om een samenhangende verhandeling over het ‘einde van de geschiedenis’ te schrijven. Cioran ontpopt zich in die essays als een klassieke onheilsprofeet; de eindfase van het historische proces hangt voor hem niet samen met het failliet van een welbepaalde ideologie, maar met de ophanden zijnde, wereldomspannende catastrofe; de apocalyptische visioenen uit de Openbaring van Johannes zijn in deze essays Ciorans belangrijkste intertekstuele referentie.… > Lees verder

‘Ik dwaal tussen de geraamten van mijn dromen’

‘Europa is niets anders dan een straatslet, loerend op de eerste de beste klant en maar al te blij dat ze kwistig met haar onwelriekende liefkozingen kan strooien. Europa? Een bordeel om vijf uur ’s ochtends…’. Nee, dit is geen hedendaagse cultuurpessimist die het oude thema van de Ondergang van het Avondland nog eens van stal haalt. Wel lijken sommige conservatieve twintigste-eeuwse auteurs postuum het tij mee te hebben. Dat geldt in ieder geval voor Emil Cioran (1911-1995).

Cioran staat bekend als Frans filosoof, maar Frans filosoof werd hij pas bij de gratie van de Tweede Wereldoorlog.… > Lees verder

‘Heimwee naar de hel’: het beteugelde geweld van Cioran

‘Geboren zijn in een volk dat nooit van zich zal doen spreken is een verschrikkelijke vernedering, al valt er wel mee te leven.’ Deze op zijn minst halfhartige uitspraak deed de Franse schrijver en denker Emil Cioran in 1979, meer dan veertig jaar nadat hij zijn geboorteland Roemenië had verlaten. Zij onthult iets van de heftigheid van zijn lijden onder de vloek van zijn geboorte, onder de eeuwige ‘gekrenkte trots’ van het toebehoren aan een ‘kleine cultuur’ – een geboortevloek die hem er niet van weerhield zichzelf te omschrijven als een ‘man zonder lot, zonder biografie’, levend in ‘metafysische ballingschap’.… > Lees verder

La violence bridée de Cioran

À la mort de l’auteur franco-roumain E.M. Cioran, survenue en juin 1995, certains commentateurs ne se sont pas arrêtés aux prévisibles éloges mortuaires sur cet ‘orfèvre en vacuité’, ce ‘dandy du doute’, ce ‘chevalier du taste-rien’, mais ont tenté de mettre en relief l’œuvre d’après-guerre, écrite en français, par la confrontation avec les textes d’avant-guerre, écrits en roumain (et seulement traduits en français depuis la fin des années ’80). Ainsi, Ramona Fotiade,[1. Ramona Fotiade, ‘Behind the veil of aristocracy’, Times Literary Supplement, 6-10-1995] dans une généalogie lucide des textes de jeunesse, montre comment les crises nationaliste et religieuse dont Cioran fut secoué dans les années ’30 ont créé le douloureux fond de mémoire que les aphorismes français auraient eu pour tâche de recouvrir; Pierre-Yves Boissau[1.… > Lees verder

Cioran, Gevierendeeld (fragment)

‘U hebt een ruime ervaring, schreef markiezin Du Deffand aan hertogin De Choiseul, ‘maar er is één ervaring die U mist en die U naar ik hoop nooit zult hebben: verstoken zijn van gevoel, en daarbij gekweld worden door het besef niet zonder te kunnen.’

Op het hoogtepunt van de gekunsteldheid vertoonde de achttiende eeuw een nostalgisch verlangen naar naïviteit, naar de toestand waaraan het haar het meest ontbrak. Tegelijk werden naïeve, ware gevoelens beschouwd als het erfdeel van wilden, argelozen of dwazen, ontoegankelijke voorbeelden voor gemoederen die slecht waren toegerust om zich te wentelen in ‘domheid’, in simpele ongekunsteldheid.… > Lees verder