Caroline Lamarche, ‘Die ontzaglijke schaduw’ (fragment)

‘[…] In Het verdriet van België gaat het over een Vlaanderen dat is ondermijnd door de erfenis van jaren Franstalige overheersing en ‘democratisch gekonkelefoes’, over een familie die sympathieën koestert voor Hitler, over een jongen — Louis — die wanneer hij anderhalf jaar oud is en tot zijn elfde levensjaar wordt verbannen naar een somber pensionaat gehouden door sombere nonnen, over dezelfde jongen als tiener die wordt gefascineerd door de zelfverzekerde allure van de Duitse militairen, over de gruwelen die hij ontdekt als hij zijn vader helpt bij het in een vrachtwagen laden van de gewonden en de doden, over de verboden liefde voor een jonge zigeunerin, over de zwarte markt, over bevoorrechting, over alledaags antisemitisme, over de lafheid van de Kerk, over een leraar die voor verzetsdaden wordt gedeporteerd, over twee communistische scholieren die door de Gestapo van de schoolbanken worden gelicht, over de zelfmoord van een jeugdvriend, dat verdriet (zoveel ander verdriet…).

> Lees verder

Caroline Lamarche, ‘Het einde van de bijen’ (fragment)

Er zijn weken waarin ik het zo vreselijk druk heb dat ik niet eens de tijd neem om mijn moeder te bellen. Als haar iets overkwam, zou ik het niet weten. Ik verdenk haar ervan dat ze wil sterven zonder iemand tot last te zijn, zonder ander voorteken dan een zin die ze zich onlangs droogweg liet ontvallen. Ik vraag me af of ik volgend jaar mijn voorjaarsschoonmaak nog kan doen. (…) Ze zei het op serene toon, precies zoals ze in het jaar dat ze vijfenzeventig werd ook had gezegd: het is voor het laatst dat ik naar mijn bijenkasten in het bos ga.

> Lees verder

Caroline Lamarche, ‘Cédric Gerbehaye. Tussen de mensen’

België fotograferen is thuiskomen. Het is misschien ook werken aan je eigen overlevingskansen, ver van alle extremen. Met deze vraag: de intensiteit die zich, in eerder werk, meet met het geweld in den vreemde, verzwakt die niet zodra het gaat om je eigen land?

Wie moet je namelijk in beeld brengen, op dit grondgebied waarvan de regio’s zonder bloedvergieten met elkaar botsen, in dit piepkleine landje dat vijfhonderdveertig regeringsloze dagen lang gewoon bleef functioneren? Hoe ziet die naar verluidt gemoedelijke compromis-samenleving eruit?

> Lees verder

Caroline Lamarche, ‘Eén werk, één enkel werk’

Eén werk, één enkel werk, speelt me door het hoofd of liever door het hart wanneer ik mezelf moed wil inblazen, of gewoon wanneer ik weer in harmonie met de wereld wil raken, wanneer ik er de hartslag van wil terugvinden voorbij alle ademnood, verwoesting en verlies.

Ruht Wohl, het slotkoor van de Johannes-Passion van Bach. Het enige muziekstuk dat ik uit mijn hoofd ken, melodie en tekst.

Ik heb vaak nagedacht over de Franse uitdrukking ‘par coeur’, waarvan ‘uit het hoofd’ de Nederlandse tegenhanger is.

> Lees verder

Caroline Lamarche, ‘Ik heb jullie gepraat aangehoord en mijn oren staan in brand’ (fragment)

Alice: Een komeet schiet door het luchtruim
Een hemellichaam met haren, waarvan ze zeggen:
Hebben de sterren haren, dan zijn ze een gevaar voor het hoofd der hoge heren.

Een andere komeet schiet door het luchtruim
Met zijn staart, waarvan ze zeggen
Hebben de sterren een staart, dan zijn ze een gevaar voor de kont der hoge heren.

Staart en haren, broer en zus,
Twee kometen achter elkaar
En de tijden veranderen. Nu is daar
De tijd van de wraak, van het naakte zwaard
Van de broer.

> Lees verder

Cripplewood / Kreupelhout, J.M.Coetzee

Cripplewood.omslagKreupelhout n’est pas du bois mort. Bois mort, deadwood: dans la mythologie du Far West américain, la ville des espoirs décus où tous les chemins finissent. Le kreupelhout, au contraire, est vivant. Comme tous les arbres, le kreupelhout aspire au soleil; mais quelque chose dans ses gènes, un mauvais héritage, un poison, tord son ossature.
En anglais comme en néerlandais, il y a un embrouillamini lexical autour des mots kreupelhout – kromhout / cripplewood – gnarlwood (gnarles, knurled, knarled: le même mot dans différentes variantes):
(1) kreupel – kruipen / creep – crouch – crutch (kruk)
(2) gnarl < gnarled, snarled (knotted) / knoers < knoestig
(3) snarl: (1) a snare (trap), (2) a tangle, knot (of hair) / knoop: knobbel, kwast (knoest), kluwen
Le kreupelhout qui ne peut se redresser, qui croît courbé, accroupi; dans les membres desquels nous découpons des béquilles (crutches) pour ceux qui ne savent que ramper (creep); arbre étêté (knotted), noueux (gnarled), galeux (snarled).

> Lees verder