Caroline Lamarche, ‘Wachtroutes, wachtplaatsen’ (fragment)

[…] Het ziekenhuis is normaal gesproken een doorreis. Zelden een landschap. En toch is het niet onzinnig om te denken dat daar, in die leegte, in die aseptische opschorting van de tijd, sommigen zich soms de vraag stellen: welk landschap, welk uitzicht, welke uithoek van de wereld zou ik willen zien voordat ik de wereld verlaat? Misschien vergis ik me. Misschien trek je eerder je boodschappenlijst na. Misschien lees je Proust. Of Marie-Claire. Misschien zeggen we bij onszelf, kijkend naar de verlegen, geruststellende, bange of opgeluchte gezichten tegenover ons, dat naar hen kijken al een hele reis is. Misschien voelen we, als we worden geconfronteerd met zo’n ‘weerzinwekkende foto van meren en bergen’, waarover een Belgische auteur het heeft op een pagina over zijn opgenomen vader, dat er in onze ziel een driftige graffitispuiter huist. Misschien zijn we juist opgelucht door die goedkope kleurenprenten die we niet zelf hebben gekozen. Het hangt er maar van af.

Blijft de eeuwige vraag: wat te doen met die lange uren van wachten, soms voorafgegaan door de moeite die het kost om de juiste arts te vinden, of gewoon om een afspraak te maken? Stijging van het aantal patiënten, van het behandelingstempo: het ziekenhuis is een megalopolis geworden, waar de netwerken als bezeten door elkaar heen lopen en niet altijd communiceren. Ook onze lichamen trouwens zijn opgedeeld in waterdichte vakjes, die overeenstemmen met diensten – cardiologie, oftalmologie, oncologie – waaraan uiteenlopende wachtkamers zijn toebedeeld, u hier, jij daar, zij verderop, hij rechts, die ander links. De terminologie kan er ook geen wijs meer uit worden, patiënten worden voortaan aangeduid als ‘zorgconsumenten’ (tenslotte hebben we het ook over ‘cultuurconsumenten’, daar waar we het vroeger hadden over toeschouwers of lezers). We zijn gewaarschuwd: in het ziekenhuis ‘blijft de kwalitatieve aanpak beperkt’.

Ja, uren. Ja, het ziekenhuis als doolhof waar je eerste gesprekspartner een mededelingenbord in cijferschrift is, een lift, apparaten met duistere gebruiksaanwijzing, koude handvatten, een onmenselijk gebrom. Vandaar dat verdriet, woede, pijn en onbegrip er soms heviger oplaaien dan in de huisartsenpraktijk of in het bed van de zieke, thuis. En zulks ondanks het overvloedige licht van de glazen puien, de pijlen die de richting aangeven, de beveiligde omgeving en de antiseptische dispensers bij de deur van elke kamer. Ondanks de stemmen. Die van de arts, van de verpleegkundige. Onze eigen stem, als ze woorden tot haar beschikking heeft.

Je zou echt willen blijven geloven dat alles afhangt van tijdloze menselijkheid: de blik die het verplegend personeel op ons werpt, ons zelfvertrouwen, het opwindende door elkaar heen lopen van verschillende werelden, onze vitale nieuwsgierigheid. Maar het ziekenhuis is een plek waar je alleen aantreft wat je zelf hebt meegebracht, en waar het riskant is om naartoe te komen met een simpele hulpbehoefte, of erger, met ongerustheid, of nog erger, met idealisme. Het wenselijke model, het model dat is afgestemd op het steeds bedrijfsmatiger functioneren van ziekenhuizen, is dat van de gedweeë, taaie, lijdzame patiënt (van patientia, geduld), die niet te veel inspraak eist in zijn eigen dossier, die bij voorkeur solidair is met anderen – de buurman in het aanpalende bed, maar ook de afgetobde verpleegkundige, de arts met zijn lange dagen – en die vooral in staat is zijn of haar emoties het zwijgen op te leggen: luisterbereidheid en empathie zijn geen factureerbare diensten, daarom wordt hier wat dat aangaat geen tijd, geen ruimte beschikbaar gesteld. […]

(Caroline Lamarche, ‘Wachtroutes, wachtplaatsen’ [over het beeldende werk van kunstenaar Djos Janssens in Belgische ziekenhuizen], vert. Rokus Hofstede, in: Forever today, La Lettre volée, 2019)

Print Friendly, PDF & Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.