Een vertaler die van geluk mag spreken. Over Annie Ernaux’ ‘De jaren’

Geluk is als je van je uitgever te horen krijgt: ‘Oké, we doen het!’, nadat je geruime tijd ‘Nee, we doen het niet…’ te horen hebt gekregen. Je kon vurig betogen dat Les Années in Frankrijk de status van hedendaagse klassieker had, je kon aanvoeren dat het Annie Ernaux’ magnum opus was, een samenvatting van haar hele oeuvre, geschreven met het rijpe meesterschap van een auteur die twintig titels achter zich had liggen – dat soort argumenten legden toch niet zoveel gewicht in de schaal als de matige verkoopcijfers van haar laatste boek, Mémoire de fille (2016, ook door jou vertaald als Meisjesherinneringen, 2017). Pas toen het oorspronkelijk in 2008 verschenen Les Années internationaal doorbrak – de Duitse vertaling uit 2017 kreeg in korte tijd zeven drukken, de Engelse vertaling belandde in 2019 op de shortlist van de Man Booker International Prize – ging de Nederlandse uitgever overstag.

Geluk is als je er in de maanden die je met het boek doorbrengt steeds sterker van overtuigd raakt dat je niet overdreef toen je het woord meesterwerk gebruikte. De jaren is een boek waarin iets ongekends wordt gedaan, iets ‘onuitgegevens’, zoals de Vlamingen zeggen met een fraai gallicisme: het is de heruitvinding van een literair genre, het autobiografische; het beschrijft zestig jaar van het naoorlogse leven van een Franse vrouw zonder ooit het voornaamwoord ‘ik’ te gebruiken. Zo’n pionierend boek vertalen is overbodig als je niet alles op alles zet om er het beste van jezelf in te leggen, dat heeft de auteur zelf ook gedaan.

Geluk is als je de reclametaal in je boek kunt laten klinken als reclametaal, ‘Baby loopt en groeit vlot met Babybotte’, ‘Olie van Lesieur is eerste keus en keur’, ‘Top, top, top, was je haar met Dop’, ‘Een Lou-beha is oh la la’, en de flauwe grapjes als flauwe grapjes, ‘Kun je flodderen met een vork?’, ‘Past het flubbeltje in de babyfles?’, ‘Ik zou er een zweer op eten’, ‘Drol drie, ken je die, met een lapje om z’n knie’…

Geluk is als je op een ondoorgrondelijke manier samenvalt met de tekst waaraan je werkt, met de ironie ervan, met een speciaal soort nietsontziende waarheidsdrift die erin tot uiting komt en die je zo scherp mogelijk probeert aan te zetten, alsof je schrijft met het ontleedmes in de hand. Maar je hebt dan ook altijd al een voorkeur gehad voor essays boven romans, voor onderzoek boven verbeelding, sinds je Raymond Queneaus definitie van het romangenre las: een tekst waarin de auteur zijn personages voor zich uit drijft als een troep ganzen.

Geluk is als een Franstalige vriendin je laat zien dat sommige zinnen in Les Années zich op het randje van de grammaticaliteit bevinden, in de kennelijke poging van de auteur zoveel mogelijk betekenis op te laden in zo weinig mogelijk woorden. Waarmee je je geautoriseerd voelt om in de vertaling dan gewoon je gang te gaan.

Geluk is als je een levende auteur vertaalt, die bovendien bereid is antwoord te geven op je vragen. Wanneer ze over haar tienerjaren in de jaren vijftig schrijft: ‘Le corps poisseux de l’adolescence rencontrait l’être “en trop” de l’existentialisme’, kun je met die verwijzing naar het filosofische werk van Jean-Paul Sartre nog wel uit de voeten, maar aarzel je over de mogelijke valkuil in het woord ‘poisseux’ – want ‘poisse’ betekent behalve ‘kleverigheid’ ook ‘pech’. Antwoord: ‘Het gaat hier niet om pech, maar om de fysieke gewaarwording van een kleverig lichaam – zweet, menstruatie, sperma enzovoort’. ‘Poisseux’ verwijst dus naar ambivalente verhouding van tieners tot hun eigen lijf. ‘Het kleverige tienerlichaam kwam samen met het ‘genietigde’ zijn van het existentialisme’.

Geluk is als je geliefde aan de ontbijttafel verklaart dat die vertaling van jou alleen maar zo goed is omdat je verliefd bent op je auteur. Misschien, zeg je dan, maar ik val nu eenmaal op slimme, dominante vrouwen.

Geluk is als je auteur je vervolgens zelf mailt dat er volgens haar soms een ‘diep, niet te verwoorden en zelden onderzocht akkoord’ bestaat tussen wat een schrijver schrijft en wat een vertaler vertaalt.

Geluk is als een recensent het kan waarderen dat je je lezer niet onderschat en sommige titels of citaten onvertaald hebt gelaten, maar daarbij niet opmerkt hoeveel contextuele uitleg je her en der hebt binnengesmokkeld in de tekst, om maar geen voetnoten te hoeven gebruiken.

Geluk is als je een mooie som van het Letterenfonds krijgt om als ‘maker’ de brug naar je lezers te slaan. Je neemt je voor om in Yvetot, het Normandische stadje waar Ernaux geboren en getogen is en dat in de eerste zeventig pagina’s van De jaren veelvuldig als decor figureert, een filmpje op te nemen. Hoe noem je zoiets, trailer, teaser, appetizer? Daar wil je vanaf zijn. Maar het is een buitenkans, want je uitgever organiseert geen boekpresentaties zolang het kreng corona rondwaart en je had toevallig net in september 2020 een korte familievakantie in Normandië gepland. “Zie je wel, zelfs op vakantie gaat het weer om jouw werk.” Inderdaad, maar zonder de goede ideeën van de anderen was er niets van gekomen: een trage tracking shot in de straten van Yvetot vanuit een rijdende auto, gemonteerd in combinatie met een vrouwelijke voice-over die de proloog van De jaren voorleest (‘Alle beelden zullen verdwijnen…’). Het filmpje duurt vijfeneenhalve minuut, eigenlijk veel te lang om een booktrailer te mogen heten, maar trekt over een periode van een halfjaar toch bijna 800 YouTube-kijkers. Ernaux zelf: ‘De film die u hebt gedraaid in de vrijwel lege straten van Yvetot, met daarbij de openingszinnen van De jaren, fascineert en ontroert me – hij is mooi en surrealistisch tegelijk.’

Geluk is als je boek tot jouw en ieders verrassing bovenaan de gecombineerde eindejaarslijsten met de beste boeken van 2020 prijkt, opgesteld door de recensenten van elf Nederlandse en Vlaamse dag- en weekbladen. Het is als je voor het eerst meemaakt dat een door jou vertaald boek acht drukken kent. Het is als een door jou vertaald boek op de longlist van Europese literatuurprijs belandt. En het is, ten slotte, als je wordt opgebeld door een medewerker van het Prins Bernard Cultuurfonds die zegt dat de Martinus Nijhoffprijs 2021 je ten deel valt. Omdat de duivel weer eens op de grootste hoop heeft gescheten, zoals het spreekwoord wil? Misschien, maar desalniettemin: De jaren van Annie Ernaux is, net als Les Années, een steengoed boek geworden. En dat is geluk.

  • Geschreven voor de Vertalergeluktournee, april 2021, in opdracht van Hebban en het Nederlands Letterenfonds, © Rokus Hofstede
Print Friendly, PDF & Email

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.