Haar wangen waren roze

Madame of mevrouw, dat is de vraag.

Stel, je bent een niet onbevallig, romantisch aangelegd boerenmeisje uit Normandië. De (getrouwde) dorpsarts komt langs om je vaders gebroken been te behandelen, je vindt hem leuk en hij jou ook, zijn vrouw sterft en hij vraagt je ten huwelijk. Je zegt ja. Madame of mevrouw?

De titel van het boek dat Gustave Flaubert in 1857 publiceerde, luidde Madame Bovary. Flaubert schreef in het Frans, en in die taal heeft de titel zijn weg gevonden naar het collectieve bewustzijn.… > Lees verder

Dode schrijvers op vakantie

Wat drijft cultureel toeristen om massaal op zoek te gaan naar de sporen van dode schrijvers? Het schijnt dat je over hun graf heen intense gesprekken met ze kunt voeren, en zelfs vrienden kunt worden. Neem Frankrijk en werp een blik op de koffiepot van Balzac.

De huizen van schrijvers, hun werktafels, hun ganzenveren, hun uitzicht. De zakdoek waarmee Flaubert zijn mond afveegde voordat hij stierf. Zijn inktpot, in de vorm van een kikker, of is het een pad? Het laantje, in de tuin van Croisset nabij Rouen, waar hij zijn zinnen aan de ‘brulproef’ onderwierp, om te horen of ze goed bekten.… > Lees verder

Pellerin

Frans schilder, actief in het midden van de 19de eeuw. Typische vertegenwoordiger van de eerste generatie bohèmekunstenaars, die van zich deed spreken tijdens de Julimonarchie, het koningschap van Louis-Philippe. Hij koesterde een aan idolatrie grenzende verering voor de grote meesters, Correggio, Murillo, Callot, Rembrandt, Goya en Michelangelo (die hij vergeleek met Shakespeare). Hij las alle werken over esthetica om achter de ware theorie van het Schone te komen; hij was er vast van overtuigd dat hij, als hij die eenmaal had ontdekt, meesterwerken zou maken.… > Lees verder

Laermans contra Bourdieu: de logica van de verkettering

[Reactie op ‘Een te grove sociologische borstel? Kanttekeningen bij Pierre Bourdieus Les Règles de l’art‘, Rudi Laermans, in: Boekmancahier, 1994:19, p. 6-25]

Wie een stelling van verschillende kanten belaagt, loopt het risico in zijn eigen vuurlinies terecht te komen. Zoiets overkomt Rudi Laermans in zijn brede kritiek op Bourdieus kunstsociologie. Laermans mobiliseert zeer ongelijksoortige argumenten, hij vuurt zijn pijlen af vanuit zeer uiteenlopende hoeken. Al is de algehele strekking van zijn stuk eenduidig, zijn afzonderlijke standpunten zijn dat zeker niet.… > Lees verder

Pierre Bourdieu, De regels van de kunst (fragment)

‘De lyriek en het vulgaire’ willen ‘versmelten’ betekent het hoofd bieden aan de ondraaglijke en angstwekkende beproevingen van hen wier taak het is tegendelen met elkaar in botsing te brengen. De hele periode dat hij werkt aan Madame Bovary heeft Flaubert het onophoudelijk over zijn lijdensweg, die soms in regelrechte wanhoop verkeert. Hij vergelijkt zichzelf met een clown die een huzarenstukje aflevert en een ‘razende gymnastiek’ moet uitvoeren; hij verwijt de ‘smerige’, ‘vunzige’ materie hem het lyrische ‘brullen’ te beletten en hij wacht ongeduldig het moment af dat hij zich weer kan bezatten aan de schone stijl.… > Lees verder

Lot en wil in ‘Madame Bovary’

‘Alles wat tot haar dagelijkse omgeving behoorde, eentonig platteland, domme kleine burgers, middelmatigheid van het bestaan, leek haar uitzondering in de wereld, een lot dat haar persoonlijk had getroffen, terwijl daarbuiten zover het oog reikte het onbegrensde land van gelukzaligheid en hartstocht zich uitstrekte.’
[p.73]

‘Het was alsof zij alle bitterheid van haar bestaan op haar bord voorgezet kreeg.’ [p.81]

Een roman is een plek waar drie soorten mensen elkaar ontmoeten: schrijvers, personages en lezers. Die ontmoeting vindt plaats zodra iemand een roman leest; dan ontstaat er een bijzondere driehoeksrelatie tussen schrijver, personages en lezer, waarbij elke partner met beide andere een band aangaat.… > Lees verder