Approches de Proust (fragment)

[…]

Conclusion : une traduction rapprochée

D’après Antoine Compagnon, la grande originalité de Proust est que son roman peut se lire à la fois comme un roman du XIXe siècle et comme le premier anti-roman, ou méta-roman, théorisant sur son propre déroulement. Dans cette perspective, la modernité de la Recherche ne tient pas tant aux thèmes qui y sont abordés, qu’à la conscience mobile qui s’y manifeste dans une pluralité de points de vue narratifs ambigus et relatifs. C’est cette conscience mobile qui assure la richesse du style, concept que Proust a joliment décrit en 1913 comme « la qualité d’une vision », et dans un célèbre passage du Temps retrouvé, comme « la révélation de la différence qualitative qu’il y a dans la façon dont nous apparaît le monde ».

> Lees verder

Hoe Hof en Haan victorie kraaiden

Wat is het grootste vertaalprobleem dat u bent tegengekomen?

Elke tekst is onvertaalbaar tot het tegendeel is bewezen. Zo ook het werk van Marcel Proust. Zijn eindeloos lange zinnen zijn een grote uitdaging voor een Nederlandse vertaler, omdat het Nederlands zich (met name door de plaats van de persoonsvorm, de beperkte verbuigingsmogelijkheden en de onmogelijkheid om deelwoorden los op te hangen in de zin) minder goed leent voor het maken van eindeloos lange zinnen dan het Frans.

In een van die zinnen beschrijft Proust hoe zijn hoofdpersoon in het Bois de Boulogne mevrouw Swann ziet aankomen in een ‘incomparable victoria’. De naam van het rijtuig komt zelf als een victorie in de zin, die na onderwerp en gezegde (‘Je voyais’) het lijdend voorwerp (de weergaloze victoria) meer dan honderd woorden lang weet uit te stellen door plaatsing van een tussenzin en vier bepalingen.

> Lees verder

De witte geur van roet (bis)

In Swanns kant op laten wij het haardvuur de hele ruimte witkalken met de geur van roet. Marco Kamphuis noemde dat in zijn NRC-recensie een ‘uiterst ongelukkige vertaling’ – waarop wij reageerden met de constatering dat het een ‘prachtig oxymoron’ uit de koker van Proust zelve betreft: badigeonner = witkalken.

Geuren hebben geen kleur. Heel strikt genomen is er dus niet eens sprake van een oxymoron (een schijnbaar onmogelijke verbinding van twee tegengestelde begrippen, zoals ‘een bejaard kind’ of ‘zwarte sneeuw’). Toch heeft het beeld een sterk schrikeffect, want het overgrote deel van de lezers zal in een eerste opwelling dezelfde reactie als Kamphuis hebben: de geur van roet is niet wit, maar zwart.

> Lees verder

De cocotte en de lichtekooi

Op het platform voor literaire kritiek De Reactor, een fraaie recensie van Swanns kant op van de hand van Clemens Arts: prachtig verwoord, overtuigend geanalyseerd, voor mij een bewijs ten overvloede dat vertaalkritiek kritiek in optima forma kan zijn. Vertaalkritiek zoomt immers in op het meest eigene van literaire kunst, vorm en stijl, en voegt daar de scherptediepte van een comparatief standpunt aan toe. Een beetje jammer misschien alleen dat Arts dat comparatieve standpunt niet heeft uitgebreid tot zijn eigen in 2010 in De Leeswolf verschenen uiterst lovende bespreking van Thérèse Cornips’ vertaling van Du côté de chez Swann (‘Toch biedt haar grondhouding om Proust zo dicht mogelijk te volgen de beste garantie voor een optimale omzetting in het Nederlands.’)

> Lees verder

Het innerlijke boek: Marcel Proust

Doop een cakeje in de thee, laat de kruimels op je tong uiteenvallen en je vergeten jeugd herrijst in al zijn glorie.

De toverformule, door Marcel Proust uitgebreid beschreven in Combray, het eerste boek van het eerste deel (Swanns kant op) van de romancyclus die niet voor niets Op zoek naar de verloren tijd heet, zal niet bij iedereen even goed werken. Sterker nog, het is maar de vraag of ze bij Proust zelf ooit heeft gewerkt, want naar verluidt heeft hij de beroemde ervaring met de madeleine ontleend aan een brief van Richard Wagner – waarin het cakeje overigens nog een beschuitje was.

> Lees verder