De cocotte en de lichtekooi

Op het platform voor literaire kritiek De Reactor, een fraaie recensie van Swanns kant op van de hand van Clemens Arts: prachtig verwoord, overtuigend geanalyseerd, voor mij een bewijs ten overvloede dat vertaalkritiek kritiek in optima forma kan zijn. Vertaalkritiek zoomt immers in op het meest eigene van literaire kunst, vorm en stijl, en voegt daar de scherptediepte van een comparatief standpunt aan toe. Een beetje jammer misschien alleen dat Arts dat comparatieve standpunt niet heeft uitgebreid tot zijn eigen in 2010 in De Leeswolf verschenen uiterst lovende bespreking van Thérèse Cornips’ vertaling van Du côté de chez Swann (‘Toch biedt haar grondhouding om Proust zo dicht mogelijk te volgen de beste garantie voor een optimale omzetting in het Nederlands.’) – ik zou benieuwd zijn geweest om te lezen hoe hij intussen op die eerdere appreciatie terugkijkt.

En dan nog een detail, als ik zo vrij mag zijn om op dit minuscule slakje enig zout te leggen: hoe vertaal je het woord cocotte? Ik voel me aangesproken, want onze keuze voor het woord ‘lichtekooi’ is terug te voeren op mijn eigen hardnekkige voorkeur (in de dialectiek van het covertalen zijn het vaak hardnekkige voorkeuren die de doorslag geven). Arts is in elk geval niet overtuigd, ik citeer: ‘Zo ontbreekt mijns inziens in ‘lichtekooi’, anders dan in het Franse ‘cocotte’, de connotatie ‘luxe’, ‘upper class’.’

Het ‘hoerenparadigma’ bij Proust is tussen collega Martin en mij nadrukkelijk inzet van discussie geweest, en ook Martin las in ‘cocotte’ aanvankelijk de connotatie ‘luxe’, hij stelde destijds als vertaling ‘courtisane’ voor. Maar is die connotatie wel zo expliciet aanwezig? Sommige woordenboeken verwijzen naar die ‘luxueuze’ bijbetekenis, andere niet; de Grand Robert bijvoorbeeld omschrijft ‘cocotte’ simpelweg als een ‘Fille, femme de moeurs légères’ en geeft als synoniemen ‘courtisane’, ‘demi-mondaine’ en ‘poule’. Het woord verwijst in elk geval etymologisch naar het kakelen van een kip, wat niet meteen aan de wufte boudoirs van een grande horizontale doet denken. En ook een uitdrukking als sentir la cocotte – naar goedkoop parfum ruiken – heeft eerder associaties met lower dan met upper class. Maar vooral: ‘cocotte’ is, volgens de Grand Robert, ‘Fam., vieilli’, en volgens de TLF, ‘Vieilli, péjoratif’ – oftewel een intussen verouderd, ietwat denigrerend woord uit de omgangstaal. In de door Arts in zijn bespreking geciteerde passage is de allitererende wending ‘la provocation de la cocotte’ juist door die gemeenzame ondertoon sterk ironisch gekleurd. Zodat de clou van de hele passage ’m misschien vooral zit in de subtiele spot waarmee de oudere verteller terugblikt op zijn schwärmerische jonge alter ego.

Daar komt nog iets belangrijks bij, een element waarvoor vertaalkritiek die zich op concrete voorbeelden baseert onmogelijk oog kan hebben: de argumenten voor een specifieke lexicale keuze moeten vaak elders worden gezocht dan in de passage in kwestie. In onze Proustvertaling hebben we veel energie gestoken in het vinden van consequente keuzes voor identieke termen. De term ‘cocotte’ komt in Du côté de chez Swann vijf keer voor, vrijwel steeds met bovengenoemde ironische ondertoon (bijvoorbeeld, aan het begin van ‘Un amour de Swann’, via de nevenschikking ‘l’ancienne concierge et la cocotte’), en steevast hebben we de term met ‘lichtekooi’ vertaald. Vrijwel steeds ook is een directe link met luxe afwezig (in ‘Combray’ wordt over de latere mevrouw Swann gesproken als ‘une femme de la pire société, presque une cocotte’, en elders maakt Proust een onderscheid tussen ‘cocotte’ en ‘cocotte chic’…). Het woord ‘lichtekooi’ wordt dus vooral gerechtvaardigd door de eerdere context waarin het is gebruikt, door wat de lezer inmiddels over het wat parvenuachtige, platvloerse karakter van Odette de Crécy weet.

Er is misschien een simpele taal-sociologische verklaring voor de associatie van ‘cocotte’ met ‘upper class’. Door de afstand die het Nederlands sinds ruim een eeuw van het Frans heeft genomen, krijgt elk hedendaags gebruik van een Frans woord in een Nederlandse zin al snel iets archaïserends, een precieus cachet (sic) dat het oorspronkelijk allerminst hoefde te hebben. Wie in het Nederlands het woord ‘cocotte’ gebruikt, laat dat woord ongemerkt een paar treden stijgen op de registerladder, en het valt niet mee om de gemeenzame ondertoon van het Franse origineel dan ook nog in het Franse origineel te lezen.

Maar dit alles terzijde. Arts schreef een frááie recensie. Lees dat stuk!

Print Friendly, PDF & Email