Roland Barthes (1915-1980)

De setting is een strand, de achtergrond bestaat uit horizontale stroken grijs, lucht, water, zand. De drie foto’s zijn genomen met een kleinbeeldcamera, de lens was goedkoop; er hangt een verticaal floers langs de randen van het beeld. Het object, Roland Barthes, is van opzij gefotografeerd, maar draait zich in een vloeiende beweging naar de fotograaf, die hem tot anderhalve meter is genaderd. Misschien zegt hij iets, hij kijkt. Hij loopt door.

Hij houdt er niet van om te worden gefotografeerd.… > Lees verder

Treurarbeid. Over ‘Rouwdagboek’ van Roland Barthes

Stel dat ik een onbevooroordeeld, onafhankelijk criticus was en dat ik zou willen schrijven over Rouwdagboek van Roland Barthes, dan zou ik mijn bespreking als volgt kunnen opzetten.

Het schrijfverlangen herwinnen

Op de fiches die hij zelf aanmaakt door A4’tjes te verknippen tot A8’tjes, en waarvan er altijd een voorraadje op zijn werktafel ligt, doet de Franse cultuurcriticus en essayist Roland Barthes (1915-1980) van 26 oktober 1977 tot 15 september 1979 op onregelmatige basis en in een gestaag afnemend ritme verslag van de emotionele ontreddering die de dood van zijn moeder, met wie hij zijn hele leven heeft samengewoond, bij hem teweegbrengt.… > Lees verder

Roland Barthes, ‘Een soort handenarbeid’

Ik ben lang geneigd geweest tussen schrijven en spreken een theoretische tegenstelling te zien, omdat ze me niet leken voort te komen uit hetzelfde lichaam. Ik dacht dat spreken uit het lichaam voortkwam als onmiddellijke expressie, als intimidatie of verleiding, kortom als theater. Schrijven daarentegen leek me onttrokken aan al wat verband houdt met het imaginaire (die bekommernis om andermans of eigen imago), omdat het uitgezuiverd is en gebonden aan een heel scala van codes die stuk voor stuk een bemiddelende functie hebben, zoals stijl, beknoptheid, ambiguïteit, en het geduld van de hand, die het denken niet kan bijhouden.… > Lees verder

Roland Barthes, ‘Lang ben ik vroeg naar bed gegaan’ (fragment)

Juist hier, op het midden van mijn weg, op het toppunt van mijn eigenheid, heb ik twee lievelingsboeken teruggevonden (eerlijk gezegd heb ik ze al zo vaak gelezen dat ik niet meer weet wanneer de eerste keer was). Het eerste boek is een grote roman zoals die helaas niet meer worden gemaakt: Oorlog en vrede van Tolstoj. Het gaat me hier niet om een literair werk maar om een heftige emotie, een emotie die wat mij betreft haar hoogtepunt bereikt bij de dood van de oude prins Bolkonski, bij de laatste woorden die hij richt tot zijn dochter Marie, bij de verscheurende tederheid waar deze twee mensen op de drempel van de dood door worden aangegrepen, twee mensen die elkaar liefhadden zonder die liefde ooit te tooien met woorden (met gebabbel).… > Lees verder

‘En zelfs een bewering is bij mij een vraag’. Memo Barthes

‘Ik zoek een schrijven dat de ander niet verlamt. En dat toch niet gewoon is. Daar zit ‘m de hele moeilijkheid: ik zou een schrijven willen vinden dat niet verlammend is maar daarom niet meteen een ‘jofele’ toon aanslaat.’ (V, 380) Aldus Roland Barthes in een interview met Bernard Henri-Lévy, verschenen op 10 januari 1977, drie dagen na zijn inaugurale rede aan het Collège de France, waar hij op voordracht van Michel Foucault was benoemd tot hoogleraar in de literaire semiologie.… > Lees verder

‘De schrijver is hooguit een opwekker van ambiguïteit’: Roland Barthes

‘Het kwartetje van waarden ziet er dus zo uit: ‘stijf worden’ en ‘los raken’ zijn goede waarden (het gladde, het geoliede, het overgotene zijn gunstig, afdrijven is gerechtvaardigd); maar ‘stollen’ en ‘schiften’ zijn slechte waarden, [onleesb.] wijzen vooruit naar de dood door mummificatie (reïficatie) of ontbinding.’

(onuitgegeven fragment uit Roland Barthes par Roland Barthes, in: Genesis 19/02, p.26)

Roland Barthes hield van chocola en van amfibolieën. Een amfibolie is een soort verbale praline, een gelaagde uitspraak die inspeelt op de potentiële dubbelzinnigheid van een woord.… > Lees verder