Roland Barthes, ‘Jonge onderzoekers’

[…] Nog voordat hij aan de slag gaat, ondervindt de student de gevolgen van een reeks scheidslijnen. In zijn hoedanigheid van jongere behoort hij tot een klasse die wordt gedefinieerd door haar improductiviteit; hij is geen bezitter en geen producent, hij staat buiten het ruilproces, en zelfs, om zo te zeggen, buiten de uitbuiting; maatschappelijk gesproken is hij uitgesloten van elke benoeming. In zijn hoedanigheid van intellectueel is hij onderworpen aan de hiërarchie van de verschillende soorten arbeid; hij wordt geacht deel te nemen aan een vorm van speculatieve luxe, waarvan hij nochtans niet kan genieten omdat hij er geen zeggenschap over heeft, dat wil zeggen dat hij er niet naar eigen inzicht over kan communiceren.

> Lees verder

Roland Barthes, ‘Cy Twombly of “Non multa sed multum”‘ (fragmenten)

De kunst van Twombly bestaat erin de dingen te tonen: niet de dingen die hij afbeeldt (dat is een ander probleem), maar de dingen die hij verwerkt: dat beetje potlood, dat ruitjespapier, die spikkel roze, die bruine vlek. Het geheim van zijn kunst is, algemeen gesteld, dat hij de substantie (houtskool, inkt, olieverf) niet uitspreidt, maar dat hij die laat slepen. Om het potlood uit te drukken zou je kunnen denken dat je er druk op moet uitoefenen, de verschijningsvorm ervan sterker moet maken, intens, zwart en dik.

> Lees verder

Roland Barthes (1915-1980)

De setting is een strand, de achtergrond bestaat uit horizontale stroken grijs, lucht, water, zand. De drie foto’s zijn genomen met een kleinbeeldcamera, de lens was goedkoop; er hangt een verticaal floers langs de randen van het beeld. Het object, Roland Barthes, is van opzij gefotografeerd, maar draait zich in een vloeiende beweging naar de fotograaf, die hem tot anderhalve meter is genaderd. Misschien zegt hij iets, hij kijkt. Hij loopt door.

Hij houdt er niet van om te worden gefotografeerd.

> Lees verder

Treurarbeid. Over ‘Rouwdagboek’ van Roland Barthes

Stel dat ik een onbevooroordeeld, onafhankelijk criticus was en dat ik zou willen schrijven over Rouwdagboek van Roland Barthes, dan zou ik mijn bespreking als volgt kunnen opzetten.

Het schrijfverlangen herwinnen

Op de fiches die hij zelf aanmaakt door A4’tjes te verknippen tot A8’tjes, en waarvan er altijd een voorraadje op zijn werktafel ligt, doet de Franse cultuurcriticus en essayist Roland Barthes (1915-1980) van 26 oktober 1977 tot 15 september 1979 op onregelmatige basis en in een gestaag afnemend ritme verslag van de emotionele ontreddering die de dood van zijn moeder, met wie hij zijn hele leven heeft samengewoond, bij hem teweegbrengt.

> Lees verder

Roland Barthes, ‘Een soort handenarbeid’

Ik ben lang geneigd geweest tussen schrijven en spreken een theoretische tegenstelling te zien, omdat ze me niet leken voort te komen uit hetzelfde lichaam. Ik dacht dat spreken uit het lichaam voortkwam als onmiddellijke expressie, als intimidatie of verleiding, kortom als theater. Schrijven daarentegen leek me onttrokken aan al wat verband houdt met het imaginaire (die bekommernis om andermans of eigen imago), omdat het uitgezuiverd is en gebonden aan een heel scala van codes die stuk voor stuk een bemiddelende functie hebben, zoals stijl, beknoptheid, ambiguïteit, en het geduld van de hand, die het denken niet kan bijhouden.

> Lees verder

Roland Barthes, ‘Lang ben ik vroeg naar bed gegaan’ (fragment)

Juist hier, op het midden van mijn weg, op het toppunt van mijn eigenheid, heb ik twee lievelingsboeken teruggevonden (eerlijk gezegd heb ik ze al zo vaak gelezen dat ik niet meer weet wanneer de eerste keer was). Het eerste boek is een grote roman zoals die helaas niet meer worden gemaakt: Oorlog en vrede van Tolstoj. Het gaat me hier niet om een literair werk maar om een heftige emotie, een emotie die wat mij betreft haar hoogtepunt bereikt bij de dood van de oude prins Bolkonski, bij de laatste woorden die hij richt tot zijn dochter Marie, bij de verscheurende tederheid waar deze twee mensen op de drempel van de dood door worden aangegrepen, twee mensen die elkaar liefhadden zonder die liefde ooit te tooien met woorden (met gebabbel).

> Lees verder