web analytics

Dertig jaar Nouvelles Voix

Interview met Rokus Hofstede, vertaler van Annie Ernaux

De Nederlandse essayist Rokus Hofstede heeft meer dan zestig Franse boeken vertaald, waaronder De jaren van Annie Ernaux, dat werd gepubliceerd in 2020 door de Arbeiderspers met steun van het Nouvelles Voix-programma van het Institut français des Pays-Bas. Zijn werk werd bekroond met de Martinus Nijhoff Vertaalprijs 2021.

In december 2020 kreeg u de Martinus Nijhoff Vertaalprijs 2021 voor beste vertaling van een literair werk naar het Nederlands. Hoe was het om deze prijs in ontvangst te mogen nemen?

“De Martinus Nijhoffprijs bekroont niet zozeer een ‘beste vertaling’ – als zoiets al kan bestaan, een vertaling is niet meer dan een voorstel tussen ontelbaar veel mogelijke voorstellen – als wel een ‘vertaaloeuvre’ – al klinkt dat woord overdreven pretentieus; het gaat in feite om een steeds opnieuw aangegaan lijf-aan-lijfgevecht met teksten die steeds heel verschillende eisen kunnen stellen aan de vertaler: kennis en techniek, maar ook muzikaliteit, precisie, inventiviteit… Wat me bijzonder gelukkig maakt, is dat met deze prijs de kwaliteit van mijn werk wordt erkend ondanks het feit dat ik vaak moeilijke of minder bekende, minder geconsacreerde auteurs heb vertaald – auteurs uit de literaire marge (la France profonde, België, Zwitserland) of uit de historische avantgarde, auteurs die geen romans maar essays of geesteswetenschappelijke teksten hebben geschreven.

> Lees verder

‘Wie vlooien heeft, is niet alleen’. Het parasitaire schrijverschap van Henri Roorda, alias Balthasar (1870-1925) (inleiding)

‘Al geruime tijd ben ik van plan een boekje te schrijven onder de titel Het vrolijke pessimisme. Die titel bevalt me. Ik vind dat hij een mooie klank heeft, en hij drukt aardig uit wat ik zou willen zeggen. Maar ik heb geloof ik te lang gewacht. Ik word oud en mijn boekje zal waarschijnlijk meer pessimisme dan vrolijkheid bevatten. Ons hart is niet de volmaakte thermosfles die de gloed van onze jeugd tot het einde toe zonder warmteverlies bewaart.’ Zo opent Mijn zelfmoord, de tekst waarin Henri Roorda, Frans-Zwitsers schrijver van Nederlandse origine, zijn zelfverkozen dood rechtvaardigt.

Voordat hij de daad bij het woord voegde, schreef Roorda een oeuvre bij elkaar dat hem maakte tot, naar verluidt, ‘de grootste humorist van Franstalig Zwitserland’.… > Lees verder

Over de eerste zin uit ‘De grote angst in de bergen’ van Charles-Ferdinand Ramuz

‘Le Président parlait toujours. La séance du Conseil général, qui avait commencé à sept heures, durait encore à dix heures du soir.’

Het onnozelste eerste zinnetje kan de vertaler die zijn moed bijeen heeft geraapt meteen perplex doen staan.

De lezer van de openingspagina van Ramuz’ roman De grote angst in de bergen, oorspronkelijk gepubliceerd in 1926 als La Grande Peur dans la montagne, wordt geteleporteerd naar een klein bergdorp in het kanton Wallis, ergens eind 19e of begin 20e eeuw, midden in een zich voortslepende vergadering van de dorpsraad – het orgaan voor gemeentelijk zelfbestuur waarin alle volwassen mannelijke dorpsbewoners inspraak hebben, oftewel het hoogste lokale besluitvormingsorgaan, conform de lange basisdemocratische traditie die Zwitserland rijk is.… > Lees verder

C.-F. Ramuz, De grote angst in de bergen, nawoord van de vertaler

In onze contreien doet zijn naam naam eigenlijk alleen bij muziekliefhebbers een belletje rinkelen. Ramuz, was dat niet de librettist van Stravinsky? En inderdaad: in 1918 schreef Charles-Ferdinand Ramuz voor zijn beroemde vriend de tekst van het muzikale melodrama Histoire du soldat. ‘Entre Denges et Denezy / un soldat qui rentre au pays’, zo luiden daarvan de openingsregels. Ramuz situeerde zijn bewerking van een Russisch volkssprookje in een denkbeeldig kanton Vaud. ‘Op de straatweg van Sas naar Sluis / Een soldaat op weg naar zijn huis’, heet het in Martinus Nijhoffs veelgeprezen vertaling, Geschiedenis van de soldaat (1930), waarbij Nijhoff de handeling naar Zeeuws-Vlaanderen verplaatste.… > Lees verder

Charles-Ferdinand Ramuz, ‘De grote angst in de bergen’ (fragment)

[…] Er was géén brief. Er was tenminste geen andere dan de zijne, zijn eigen brief. Een brief die hij aan Victorine had geschreven en daar verschillende dagen op voorhand was komen leggen, goed zichtbaar onder in de schuilplaats, rechtop tegen een steen.

Zijn brief was er nog steeds. Ze waren gekomen; ze hadden zijn brief niet meegenomen. Wat ze hadden gebracht, was brood, zout, kaas, wat pekelvlees; dat alles verpakt in twee zakken, maar geen kaartje of stuk papier, geen los vel, geen dubbelgevouwen of zelfs maar enkel blad – wanneer op zulk ruitjespapier een hart zich legt en naar je wordt toegebracht.… > Lees verder

Charles-Ferdinand Ramuz, ‘Terugkeer van de dode’ (fragment)

Ze doen er vaak lang over om bij ons terug te komen. Ze zijn wispelturig.

Een man in een bootje gebaart uit de verte naar Zumlauf, die in zijn eigen bootje zit, ter hoogte van de badinrichting, en het lijkt erop dat Zumlauf meteen heeft begrepen wat de bedoeling was nadat hij had opgekeken naar die ander die naar hem zwaaide.

En hem vervolgens met de hand te kennen gaf dat hij dichterbij moest komen zonder iets te zeggen, want hij hield een paar keer achter elkaar zijn hand voor zijn gezicht.

Zumlauf heeft niets gevraagd.

Ze hebben nooit haast. Ze drijven en raken op drift.… > Lees verder