Bruno Latour, ‘Waar ben ik? Lockdownlessen voor aardbewoners’ (fragment)

‘Kafka heeft het ons verteld: de insect geworden Gregor was welgeteld twee uur te laat voor zijn trein of de ‘procuratiehouder’ van zijn pisnijdige baas, die verbolgen was over de luiheid van zijn employé, stond al bij de Samsa’s voor de deur. Mensen die vanwege de pandemie in lockdown zaten, maakten dezelfde situatie mee, maar op een gigantische schaal; in een tijdsbestek van een paar weken werd datgene wat tot dan toe de ‘Economie’ heette, met hoofdletter, en wat gewone mensen op één lijn stelden met wat ze ‘hun wereld’ noemden, abrupt stilgezet. Paniekstop, pauzeknop, pas op de plaats. De claim dat het handelen van alle mensen onherroepelijk door de Economie wordt bepaald begon barsten te vertonen, dat besefte iedereen door deze ‘wereldstop’, en ook besefte iedereen dat die Economie, het fabelachtige uitbreiden van bepaalde berekeningen, niet langer mocht worden verward met de wetenschappelijke deeldisciplines boekhouding en economie – met kleine letter – zoals die door vaak zeer respectabele rekenkundigen worden bedreven.… > Lees verder

Henri Roorda, ‘Het vrolijke pessimisme’ (fragment)

Aan straatstenen denk ik niet vaak. Ik loop erop en denk aan andere dingen. Sinds een paar dagen echter geven straatstenen me stof tot nadenken.

Men is doende in mijn buurt nieuwe bestrating te leggen. Stevige vrachtwagens hebben her en der op het trottoir – want het wegdek mag niet worden geblokkeerd – straatstenen uitgestort. Ze vormen enorme hopen, waar de voetganger elk vijandig contact mee mijdt. Die straatstenen lopen in de tienduizenden. Binnenkort zullen er evenveel nodig zijn voor de andere stadsbuurten. En in alle steden van de wereld zijn er straten die om de zoveel tijd opnieuw moeten worden aangelegd.… > Lees verder

Annie Ernaux, ‘De jaren’ (fragment)

[…] Op zomeravonden aan het begin van de jaren zeventig, wanneer het geurde naar droge aarde en tijm en alle tafelgenoten hadden plaatsgenomen rond een grote, voor minder dan duizend franc bij een uitdrager gekochte boerentafel met daarop vleesbrochettes en ratatouille – de vegetariërs mochten niet worden vergeten –, mensen die elkaar voordien niet kenden, Parijzenaars die het huis ernaast aan het opknappen waren, rugzaktoeristen op doorreis, liefhebbers van langeafstandswandelen en zijdeschilderen, stellen met of zonder kinderen, mannen met ruige baarden, verwilderde tienermeisjes, rijpe vrouwen in Indische gewaden, ontstonden er – na een aarzelend begin hoewel er van meet af aan werd getutoyeerd – gesprekken over kleurstoffen en hormonen in voedingsmiddelen, seksuologie en lichamelijke expressie, antigymnastiek, toegepaste kinesiologie en rogeriaanse therapie, yoga, Frédérick Leboyers zachte geboorte, homeopathie en soja, arbeiderszelfbestuur en de bezetting van de Lip-horlogefabriek, het milieu-activisme van René Dumont.… > Lees verder

Georges Simenon, ‘Manesteek’, fragment

Hij was in zijn schik geweest bij de aanblik van het Central, een geel bouwwerk, niet pal aan de kade gelegen, maar vijftig meter achter de kokospalmen, midden in een wirwar van vreemdsoortige planten.

De voornaamste ruimte, café en restaurant tegelijk, had lichte muren in pasteltinten die aan de Provence deden denken, en een bar van gevernist mahoniehout, met hoge barkrukken en koperwerk, die een indruk van comfort gaven.

Daar gebruikten de alleenstaande mannen van Libreville hun maaltijd. Elk van hen had zijn eigen tafel, zijn eigen servetring.

De kamers op de bovenverdieping waren nooit bezet. Lege, kale kamers, ook in pasteltinten, bedden met muskietennetten erboven, en hier en daar een oude lampetkan, een gebarsten waskom, een lege hutkoffer.… > Lees verder

Roland Barthes, ‘Wat is sport?’

Wat is dat toch, de behoefte van die mensen om aan te vallen? Waarom worden mensen onrustig van dit schouwspel? Waarom leven ze zo intens mee? Waarom die nutteloze strijd? Wat is sport?

 

De corrida is nauwelijks een sport, en toch is het misschien het model en de limiet van alle sporten; de ceremonie is sierlijk, de gevechtsregels zijn streng, de tegenstander is sterk, de mens is kundig en moedig – onze moderne sport is helemaal aanwezig in dit schouwspel uit een ver verleden, een erfenis van oude religieuze offerrituelen. Maar dit theater is een neptheater – hier wordt echt gestorven.

> Lees verder

Caroline Lamarche, ‘Wachtroutes, wachtplaatsen’ (fragment)

[…] Het ziekenhuis is normaal gesproken een doorreis. Zelden een landschap. En toch is het niet onzinnig om te denken dat daar, in die leegte, in die aseptische opschorting van de tijd, sommigen zich soms de vraag stellen: welk landschap, welk uitzicht, welke uithoek van de wereld zou ik willen zien voordat ik de wereld verlaat? Misschien vergis ik me. Misschien trek je eerder je boodschappenlijst na. Misschien lees je Proust. Of Marie-Claire. Misschien zeggen we bij onszelf, kijkend naar de verlegen, geruststellende, bange of opgeluchte gezichten tegenover ons, dat naar hen kijken al een hele reis is. Misschien voelen we, als we worden geconfronteerd met zo’n ‘weerzinwekkende foto van meren en bergen’, waarover een Belgische auteur het heeft op een pagina over zijn opgenomen vader, dat er in onze ziel een driftige graffitispuiter huist.… > Lees verder