De cocotte en de lichtekooi

Op het platform voor literaire kritiek De Reactor, een fraaie recensie van Swanns kant op van de hand van Clemens Arts: prachtig verwoord, overtuigend geanalyseerd, voor mij een bewijs ten overvloede dat vertaalkritiek kritiek in optima forma kan zijn. Vertaalkritiek zoomt immers in op het meest eigene van literaire kunst, vorm en stijl, en voegt daar de scherptediepte van een comparatief standpunt aan toe. Een beetje jammer misschien alleen dat Arts dat comparatieve standpunt niet heeft uitgebreid tot zijn eigen in 2010 in De Leeswolf verschenen uiterst lovende bespreking van Thérèse Cornips’ vertaling van Du côté de chez Swann (‘Toch biedt haar grondhouding om Proust zo dicht mogelijk te volgen de beste garantie voor een optimale omzetting in het Nederlands.’)… > Lees verder

Thérèse Cornips (1926-2016)

‘Als je ziet hoe ik met vertalen bezig ben – dat is verschrikkelijk, zoveel als je kunt variëren. Vertalen is zo moeilijk omdat de taal zo oneindig veel mogelijkheden heeft. Ik heb lang geleden Tom van Deel wel eens horen zeggen dat een echt goede vertaler altijd in één keer het juiste woord koos. Hij lijkt wel gek, dacht ik toen. Een vertaler is als een schaker, die moet juist altijd heel lang nadenken.’

De op 4 maart jl. overleden grande dame Thérèse Cornips (1926-2016) heeft haar lange leven grotendeels gewijd aan de oneindige mogelijkheden van de taal. In haar jonge jaren was ze ‘gemankeerd artiest’ en daarnaast vriendin en ‘tuttelares’ van de dichter Chris van Geel (haar eigen woorden, zoals ze die liet optekenen in het portret dat Guus Middag onlangs van haar publiceerde, In een bevroren jas met een geleend tientje – herinneringen van Thérèse Cornips, Van Oorschot, 2015), maar begin jaren 60 ontdekte Cornips het literair vertalen.… > Lees verder

Het innerlijke boek: Marcel Proust

Doop een cakeje in de thee, laat de kruimels op je tong uiteenvallen en je vergeten jeugd herrijst in al zijn glorie.

De toverformule, door Marcel Proust uitgebreid beschreven in Combray, het eerste boek van het eerste deel (Swanns kant op) van de romancyclus die niet voor niets Op zoek naar de verloren tijd heet, zal niet bij iedereen even goed werken. Sterker nog, het is maar de vraag of ze bij Proust zelf ooit heeft gewerkt, want naar verluidt heeft hij de beroemde ervaring met de madeleine ontleend aan een brief van Richard Wagner – waarin het cakeje overigens nog een beschuitje was.… > Lees verder

Lekker vroeg naar bed

En toch zit me nog iets dwars in de beginzin van onze Proust. In het Frans klinkt in ‘de bonne heure’ vaag ook ‘de bonheur’ door. Niet dat dat nu zo heel belangrijk of briljant gevonden is (het klinkt er om precies te zijn altijd in door, niet alleen in de beginzin van À la recherche du temps perdu, en ik heb nog nooit gehoord dat iemand van puur geluk naar bed ging), maar er zijn toch mensen die er lyrisch van worden. Mij leek het onvertaalbaar, maar ik heb voor de zekerheid toch mijn vertaalmachine, Tovertaal, maar weer eens van stal gehaald.… > Lees verder

Swanns kant op: nog één keer de beginzin

Ook Marco Kamphuis heeft het in zijn recensie over de beginzin van Swanns kant op. Hij vindt dat het element ‘lang’ van ‘Longtemps’ niet zomaar kan worden weggelaten; schrijft Proust immers niet: ‘jarenlang was mijn jeugd, wanneer ik ’s nachts wakker lag en eraan terugdacht, niet meer dan een handvol geïsoleerde herinneringen voor mij… totdat ik een madeleine in de thee doopte’?… > Lees verder