Bernard-Henri Lévy, Publieke vijanden (fragment)

Er zijn gevallen – wanneer het, kort gezegd, niet alleen meer gaat over kunst of film maar over politiek, moraal en het concrete lot van concrete mannen en vrouwen – waarin ik goed oppas voor die verslindende, roofzuchtige kant, die het correlaat is van dat geloof in de deugden van een afwijkende zinsbouw, van een onopvallend nieuwe manier om een leesteken te hanteren, van een woord dat zich losmaakt van het normale taalgebruik, van een klank die van zijn boeien wordt ontdaan en plotseling opduikt buiten de stilte en het lawaai…

En dat is waarom ik uiteindelijk zo veel tijd doorbreng met de voorzorgsmaatregelen die me in dergelijke omstandigheden tegen mezelf moeten beschermen: zoals die radio die ik heb helpen opzetten in Bujumbura, om er zeker van te zijn dat ik er zal terugkeren; of een sporadische correspondentie met een stel oudere jongeren dat ik, acht jaar geleden, in Wenen ben tegengekomen, waarbij ik heel goed weet dat een deel van mijzelf in de verleiding zou kunnen komen om ze uitsluitend te zien als figuranten voor de reportage die ik toen wijdde aan het anti-Haider-‘verzet’; een geforceerde vriendschap in N’Djamena, om de link met Darfur te behouden; de band die ik onderhield met een Pakistaanse ‘fixer’; of ook die Nieuwsberichten uit Kabul die ik met gestrekte armen voor me uit droeg om maar niet om te kijken…

Maar dat is wel degelijk de waarheid.

Dat is wel degelijk de diepere logica.

De woorden of de dingen? Ik begrijp niet eens dat je jezelf die vraag kunt stellen.

De literatuur of het leven? Het leven want de literatuur; het leven leeft voor mij pas echt, het is pas echt diepgaand en lijfelijk het leven, wanneer ik weet dat ik er woorden aan zal kunnen ontrukken.

[Michel Houellebecq en Bernard-Henri Lévy, Publieke vijanden – een steekspel in brieven, vertaald door Martin de Haan (Houellebecq) en Rokus Hofstede (Lévy). De Arbeiderspers & De Geus, 2009. Zie hier enig commentaar op deze passage]

  • ‘Martin de Haan en Rokus Hofstede, oude rotten met de nodige voorkennis over en ervaring met de auteurs van het boek, zijn er in geslaagd de typische mélange van quasi gesproken en overdacht geschreven taal in een volgehouden hoogst genietbaar Nederlands te gieten, waarin – na grondige vergelijking met het origineel – geen gemakkelijke oplossingen werden gezocht en de briefwisseling zeer authentiek en nauw aansluitend bij de bron werd gehouden.’ – Roel Verschueren, De Standaard Online