Proust in Padua

Van 14 tot 16 november, op de kop af honderd jaar na de verschijning van het origineel, vond in het Italiaanse Padua een congres plaats over het vertalen van Du côté de chez Swann. Mijn geluk was dat ik dat congres kon bijwonen: vijftien lezingen gewijd aan het vertalen van de tekst die collega Haan en ik aan het vertalen zijn. Braziliaanse, Bulgaarse, Duitse, Italiaanse, Kroatische en Koreaanse Proustvertalingen passeerden de revue, en zelf mocht ik iets komen vertellen over de dilemma’s van de Nederlandse hervertaling.

> Lees verder

Levenselixer

Arme Engelsen, die het ten eeuwigen dage moeten doen met Shakespeares Elizabethaanse Engels! Wij hebben evenveel Shakespeares tot onze beschikking als er Shakespearevertalers zijn. Bij het permanente regeneratieproces van klassieke werken spelen vertalingen een sleutelrol. Klassieken waarvan de rijkdom en roem niet keer op keer door vertalingen worden bevestigd, zijn geen klassieken. Vertalingen vormen een levenselixer, ze verlenen Emma, Marcel en de anderen hun eeuwige jeugd.

Naar aanleiding van de verschijning van het vijftigste deel in de Perpetuareeks, waarin ook de hervertaling van Du côté de chez Swann zal verschijnen, organiseerde het Brusselse literatuurhuis Passa Porta (in de reeks ‘De Reflectiekamer’) samen met uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep op 28 februari een discussie-avond over de betekenis van de literaire klassieken.

> Lees verder

De kaart en het gebied: de noten

Vandaag weer twee recensies van De kaart en het gebied (op de onvolprezen blogs Cutting Edge en 8weekly) waarin de besprekers hun beklag doen over het ontbreken van verklarende noten, in navolging van NRC Handelsblad. Misschien wordt het dus tijd om er wat meer over te zeggen.

Mijn keuze om de verklarende lijst van eigennamen in Houellebecq-vertalingen voortaan weg te laten heb ik in 2008 genomen tijdens het herzien van Elementaire deeltjes, nadat ik voor de zoveelste keer van een lezer te horen had gekregen dat die lijst – en vooral de sterretjes in de tekst die ernaar verwijzen – zo ergerlijk was.

> Lees verder

De Toverberg (1)

Hoe komt het dat vertalingen verouderen en originele teksten niet? Een van de mogelijke antwoorden: juist doordat originele teksten onbeperkt kunnen worden hervertaald, bezitten ze een onbeperkt vermogen tot zelfvernieuwing, als slangen waarvan de kleuren na elke vervelling weer even fris worden als voorheen. Dat neemt natuurlijk niet weg dat sommige originele teksten, vooral als ze niet origineel zijn, gezwind en onherroepelijk in de vergeetput van de veroudering belanden. En er zijn zelfs zeldzame, originele vertalingen die welhaast onbeperkt tegen veroudering bestand blijken.

> Lees verder

Coup de force

Op de binnenplaats van het Cloître Saint-Louis in Avignon, eind juli, een ‘rondetafel’ over vertalen, naar aanleiding van de opvoering van Shakespeares Richard II in de (controversiële) regie van Jean-Baptiste Sastre, op basis van de (controversiële) nieuwe vertaling door schrijver-vertaler-acteur Frédéric Boyer. Behalve Sastre en Boyer zit ook Florence Delay op het podium, schrijfster, vertaalster, actrice en lid van de Académie française. Twee jonge honden en een grande dame. Door het felle ruisen van de mistral in de platanen zijn ze vaak onhoorbaar, maar de teneur van het gesprek is duidelijk: God was barmhartiger dan hij leek toen hij de kinderen der mensen over de ganse aarde verstrooide en hun spraak verwarde.

> Lees verder

Bijtijds gaan slapen (bis)

Eerder citeerde ik de beginzin van Du Côté de chez Swann in de nieuwe vertaling van Thérèse Cornips: ‘Lang ben ik bijtijds gaan slapen.’ Over dat ‘gaan slapen’ schrijft Miriam Rasch in haar recensie op 8Weekly:

Deze beginzin is meteen een statement van de nieuwe vertaling. In de vorige [van C.N. Lijsen] luidde die namelijk: ‘Heel lang ben ik vroeg naar bed gegaan.’ Het verschil tussen naar bed gaan en slapen is voor de bedlegerige Proust zeer groot en de verdere openingspagina’s gaan precies over slapen, waken en dromen.

> Lees verder