Bijtijds gaan slapen

‘Lang ben ik bijtijds gaan slapen.’ Zo begint Op zoek naar de verloren tijd in de vertaling van Thérèse Cornips. De vertaalster bekent meteen kleur door het neutrale ‘de bonne heure’ te vertalen met een woord (bijtijds) dat weliswaar ook ‘vroegtijdig’ kan betekenen, maar waarvan ‘de thans [= in de tweede helft van de 19de eeuw] gewone beteekenis’ zelfs volgens het WNT al ‘intijds’ is, dat wil zeggen tijdig, voor het te laat is. Waarschijnlijk zeggen oude mensen in afgelegen boerendorpen nog wel dat ze bijtijds gaan slapen, maar de jonge hoofdpersoon van een van de grootste modernistische romans?

Toegegeven, het is niet zo simpel als het lijkt.

> Lees verder

Haar wangen waren roze

Madame of mevrouw, dat is de vraag.

Stel, je bent een niet onbevallig, romantisch aangelegd boerenmeisje uit Normandië. De (getrouwde) dorpsarts komt langs om je vaders gebroken been te behandelen, je vindt hem leuk en hij jou ook, zijn vrouw sterft en hij vraagt je ten huwelijk. Je zegt ja. Madame of mevrouw?

De titel van het boek dat Gustave Flaubert in 1857 publiceerde, luidde Madame Bovary. Flaubert schreef in het Frans, en in die taal heeft de titel zijn weg gevonden naar het collectieve bewustzijn. Ik heb het nog even gecontroleerd op Amazon: nergens een Frau Bovary of een Mrs Bovary te vinden, alle vertalingen nemen het Franse Madame over – wat ook meteen voor een groot deel verklaart waarom de door Jacques Roubaud gemunte neptitel Lady Bovary’s Lover zo op de lachspieren werkt.

> Lees verder

Verstrengelingen van Michel Houellebecq

‘De handeling van het denken en het voorwerp van het denken zijn één.’ Rond die uitspraak van de Griekse filosoof Parmenides bouwt Bedřich Hubčejak, de (fictieve) pleitbezorger van het werk van moleculair bioloog Michel Djerzinski in Elementaire deeltjes, zijn eerste artikel op, getiteld ‘Michel Djerzinski en de Kopenhaagse interpretatie’. De precieze inhoud van dat artikel kennen wij als lezers van het boek helaas niet, maar we bezitten genoeg contextuele informatie om een idee te hebben van de strekking. Ongetwijfeld legt Hubčejak een relatie tussen genoemde uitspraak van Parmenides, de Kopenhaagse interpretatie van de kwantummechanica (volgens welke op subatomair niveau een waargenomen feit niet los van de meting bestaat) en Michel Djerzinski’s opvatting van de ruimte als voortbrengsel van de geest: allemaal theorieën waarin subject en object onlosmakelijk met elkaar verstrengeld zijn.

> Lees verder

IJdelheid en wind

Herzieningen zijn interessant, ze maken diachrone vergelijkingen mogelijk: wat heeft de vertaler gehandhaafd, wat heeft hij veranderd? Welke overwegingen lagen aan die keuzes ten grondslag? Omdat er tijd overheen is gegaan, kan de vertaler voortborduren op zijn eerdere versie en die tegelijk afstandelijk beoordelen, alsof ze van een ander is; hij staat als het ware op zijn eigen schouders, een wonderbaarlijk staaltje van acrobatisch kunnen, dat acteurs die een rol hernemen of musici die van een partituur een nieuwe uitvoering brengen veel minder goed afgaat. In 2007 verscheen de elfde druk van De minnaar van Marguerite Duras, bij een nieuwe uitgever en in een herziene uitgave.

> Lees verder

Toekomstmuziek

‘Bij hervertalingen dient uitdrukkelijk de noodzaak van de hervertaling te worden gemotiveerd. Vaak wordt een hervertaling uitsluitend gemotiveerd met de opmerking “de bestaande vertaling voldoet niet / is verouderd”. Met een dergelijke motivering kan het FdvL niet uit de voeten.’

We herkennen dadelijk het strenge Fondsproza. Het Fonds heeft een punt, of zelfs twee. Waarom overdoen wat al gedaan is? Geen enkele vertaling is volmaakt. Moet subsidiegeld niet worden gereserveerd voor het ontsluiten van nog onvertaald werk? En bovendien: wanneer is een vertaling verouderd? Baanbrekende vertalingen kunnen rijpen als originelen en de tand des tijds glorieus doorstaan. Het idee dat vertalingen een levensduur van een kwarteeuw zouden hebben is niet meer dan een gemakzuchtig cliché.

> Lees verder

Tovertaal 3: De zoekgeraakte tijd

Marcel Proust, wie kent hem niet. Zijn meesterwerk, de megaroman Op zoek naar de verloren tijd, wordt deze zomer herdrukt in een goedkope editie (7 delen in cassette, 3472 pagina’s, € 69,50) in de onvolprezen en zwaar bekritiseerde vertaling van het trio C.N. Lijsen, M.E. Veenis-Pieters en Thérèse Cornips, dus vanaf nu is zelfs de prijs geen excuus meer. Maar de Nederlandse Proust is de Franse niet, verzekeren de snobs ons, en ze hebben nog gelijk ook: een vertaling kán niet identiek zijn aan het origineel. Gelukkig maar, trouwens, want nu kunnen we tenminste nog hopen dat er ooit een tweede Proustvertaling zal komen, en een derde, en een vierde – die niet per se beter zullen zijn, maar in ieder geval een andere visie op de tekst zullen geven.

> Lees verder