Toekomstmuziek

‘Bij hervertalingen dient uitdrukkelijk de noodzaak van de hervertaling te worden gemotiveerd. Vaak wordt een hervertaling uitsluitend gemotiveerd met de opmerking “de bestaande vertaling voldoet niet / is verouderd”. Met een dergelijke motivering kan het FdvL niet uit de voeten.’

We herkennen dadelijk het strenge Fondsproza. Het Fonds heeft een punt, of zelfs twee. Waarom overdoen wat al gedaan is? Geen enkele vertaling is volmaakt. Moet subsidiegeld niet worden gereserveerd voor het ontsluiten van nog onvertaald werk? En bovendien: wanneer is een vertaling verouderd? Baanbrekende vertalingen kunnen rijpen als originelen en de tand des tijds glorieus doorstaan. Het idee dat vertalingen een levensduur van een kwarteeuw zouden hebben is niet meer dan een gemakzuchtig cliché.

Een hervertaling laat zich pas afdoende motiveren als je de concurrentie-reflex tegenover tekortschietende of verouderde vertalingen vervangt door een concurrerende visie op het origineel. Er is een type teksten dat voortdurend nieuwe visies oproept en daardoor voortdurend hervertalingsverlangens gaande maakt: teksten waarin de literatuur zich radicaal vernieuwt. De mogelijkheden die in vernieuwende literatuur besloten liggen, vragen erom telkens opnieuw te worden geactualiseerd. De bijbel, La Divina Commedia, King Lear, Les Fleurs du mal of À la Recherche du temps perdu, het zijn werken waarin de vormkracht niet eens en voor al is uitgeput. Zulke teksten willen permanent herboren worden in een nieuwe gedaante, gehuld in een nieuw gewaad, tot spreken gebracht in een nieuwe taal. Wat onverlet laat dat elke laatste visie uiteraard de pretentie zal hebben de overtuigendste te zijn.

Het ‘huis van de fictie’, zei Henry James, is een huis met ‘vele vensters’, en hetzelfde geldt voor de vertalingen van grote literaire teksten. Wat is waardevoller, een hervertaling van een steengoed boek of een niet-hervertaling van het zoveelste niemendalletje? Hervertalen is bij uitstek de manier om het lezende publiek bewust te maken van de culturele en artistieke betekenis van de vertaling zelf. Daarom is het subsidiëren van – gemotiveerde – hervertalingen een eminente bijdrage aan de opwaardering van het vertalen als literaire kunst.

Als ik tijd van leven heb, zou ik graag met mijn vertaalvrienden Martin de Haan en Jan Pieter van der Sterre een hervertaling maken van Robert Challe’s Les Illustres Françaises (1713, in 1738 vertaald door P. Le Clerq als De Doorluchtige Minnaressen. Waarachtige Geschiedenissen van Eenige Fransche Heeren en Juffers). En als we klaar zijn met Contre Sainte-Beuve, de oer-Recherche, zouden we ook samen graag de hele Proust nog eens doen. Er staan talloze Madeleines Proust in het Franse telefoonboek, er zijn ettelijke Engelse en Duitse Proustvertalingen, waarom geen nieuwe Nederlandse vertaling van À la recherche du temps perdu? Dat zou een vertaling moeten zijn waarbij niet woordelijkheid maar zinnelijkheid de inzet vormt, waarbij niet de uiterlijke vorm maar de zintuiglijke indruk van Prousts stijl wordt overgezet. Een vertaling waarin Proust in het Nederlands tot leven komt als de moderne schrijver die hij is. Al met al een zeer Proustiaans verlangen: is het te scheppen werk voor de verteller van de Recherche niet in de eerste plaats toekomstmuziek?

[Het Schrijvershuis, Stichting Fonds voor de Letteren, winter 2003, © Rokus Hofstede]

Print Friendly, PDF & Email