Régis Jauffret, Gekkenhuizen!, fragment

Damien is geboren op vrijdag 24 maart 1974. De Parijse regio lag sinds een tiental dagen in een neerslaggebied. Op televisie werd het beeld vertoond van een verguld houten bed dat de gezwollen Seine afzakte. Het rivierwater had de Place de la Concorde overstroomd, de Obelisk leek te wachten op het cruiseschip waarvoor hij als meerpaal zou dienen. Ik heb flink moeten afzien, maar ondanks het aandringen van de vroedvrouw heb ik elke verdoving geweigerd.

Zes maanden lang heb ik Damien gezoogd, terwijl ik me volpropte met rood vlees, met groente, met room, opdat mijn melk overvloedig en voedzaam zou zijn. Nog altijd is zijn huid gezond, geen van zijn tanden heeft ooit een gaatje gehad, en hij heeft een dikke haardos, die niet gauw grijs zal worden en altijd zijn schedel zal tooien. Ik heb hem opgebouwd als een symfonie, ingenieus maar nauwgezet, met inachtneming van de regels van compositie en harmonie, en als hij gelooft dat hij in zijn eentje zichzelf speelt, dan komt dat doordat zonen nooit de moeders zien door wie ze achter hun rug worden gedirigeerd als orkesten.

Gisèle heeft een tijdlang mijn plaats ingenomen, ze hield van hem. Een moeder lijdt als ze wordt verdrongen, maar haar liefde is onmetelijk, en ze vindt nog de kracht om te houden van de vrouw die haar kind heeft afgepakt. Ik hield van Gisèle als van een dochter, en als Damien was omgekomen bij een motorongeluk zouden we haar in ons testament hebben bedacht. Als ze een borstvergroting had gewild, zouden we de beste chirurg voor haar hebben betaald. Als haar moeder, die ik nooit heb gezien, een nier nodig had gehad, zou ik haar er een van mezelf hebben aangeboden. Ik hield nog meer van haar dan zij van onze zoon, en juist omdat mijn liefde voor haar zo mateloos groot was, heb ik Damien bezworen het uit te maken. Ik wilde niet dat zij door hem verdriet zou lijden. Hij hield niet meer van haar, hij hield niet van haar, misschien had hij wel van haar gehouden, mannen zijn niet in staat van iemand te houden maar misschien komt het voor dat ze van iemand hebben gehouden.

In elk geval waren wij het beu, ze voldeed in geen enkel opzicht aan het profiel waarop we ons, zonder het te noemen, zonder het ooit op schrift te hebben gesteld, beriepen wanneer we ons de vrouw voorstelden die bij Damien zou passen. Hij heeft een echte echtgenote nodig, hij zal een halve eeuw bij haar blijven, langer nog als ze over een goede erfmassa beschikt, door de jaren heen haar meisjesgewicht bewaart, zich onthoudt van alcohol, nicotine en doorwaakte nachten, alsmede van melancholie en van metafysische vragen waarop niemand ooit antwoord heeft gegeven.

[Régis Jauffret, Gekkenhuizen! (Fr. Asiles de fous), vertaald door Martin de Haan en Rokus Hofstede. De Arbeiderspers, 2008.]

  • ‘En Nederland kan zich gelukkig prijzen met vertalers Martin de Haan en Rokus Hofstede, want hun versie is minstens even goed als die van Jauffret zelf. Ook in het Nederlands klinkt het als een klok en swingt het de pan uit’ – VPRO Gids
  • ‘Om iets van de stijl van de Franse schrijver Régis Jauffret over te brengen, zou je eigenlijk een paar pagina’s moeten citeren uit de roman die nu in het Nederlands beschikbaar is. En wat voor Nederlands! Net als het Frans is het een afwisselend hink-stap-springen, huppelen en strak in de maat marcheren. Deze versie van het vertalersduo Martin de Haan en Rokus Hofstede, met de titel Gekkenhuizen!, is niet minder overdadig en explosief dan het origineel, en vliegt ook even mooi steeds nét niet uit de bocht.’ – de Volkskrant
  • ‘De roman Gekkenhuizen! van de Franse schrijver Régis Jauffret wordt door ex-marketingman Frédéric Beigbeder, tegenwoordig vlot verkopend romancier, “de beste roman van de rentrée” genoemd. Het boek is bij ons vertaald door Martin de Haan (samen met Rokus Hofstede), bekend van zijn Houellebecq-vertalingen. Dat zijn mooie adelbrieven […].’ – www.cuttingedge.be

Print Friendly, PDF & Email