Vertaalwinst

1. Tokio, een chique hotel, twee westerlingen, man en vrouw. Sofia Coppola’s veelgeprezen Lost in Translation bevat dezelfde ingrediënten als Jean-Philippe Toussaints veelgeprezen Faire l’amour. Niet alleen qua setting, ook qua thematiek zijn de overeenkomsten tussen de film en de roman opvallend: de gestileerde eenzaamheid van geliefden die gedoemd zijn elkaar mis te lopen, hun spel van aantrekken en afstoten, hun slapeloze omzwervingen langs oorden van publiek vermaak. In sommige scènes lijkt haast sprake te zijn van wederzijds plagiaat: een ontvangstcomité van strak in het pak gehesen Japanners die één voor één met een lichte buiging hun visitekaartje aanbieden; een nachtelijke fax van het thuisfront (tijdsverschil, jetlag); een nachtelijke zwempartij op de bovenste verdieping van het hotel; en in beide, film en roman, overweldigende lichteffecten. Je zou zowaar gaan twijfelen aan de originaliteit van de originelen.

Toch is de film geen vertaling van de roman of andersom. Lost in Translation verhaalt van een ontmoeting tussen twee eenzamen en wekt alleen een vage suggestie van mogelijke amoureuze verwikkelingen, terwijl Faire l’amour de noodlottige teloorgang van een liefdesverhouding schetst. De film teert op omfloerste blikken en oppervlakkige gesprekjes, het is een ‘komisch melodrama’, in de woorden van de criticus van de New York Times; de liefde wordt er niet in bedreven. De roman doet qua passionele heftigheid eerder denken aan een film als In the Mood for Love van Wang Kar-wai. En conform de titel wordt de liefde meermaals bedreven (én plastisch beschreven), willens en wetens verbruiken de hoofdpersonen hun laatste amoureuze reserves (ze ‘verschieten het laatste kruit aan liefde’, zoals Marianne Kaas vertaalt in haar onlangs verschenen vertaling).

2. Amsterdam, Hôtel du Nord, een bijeenkomst aan de UvA van romanisten, Franstalige auteurs, vertalers en publiek. De montere spraakzaamheid waarmee Jean-Philippe Toussaint zijn roman becommentarieert, contrasteert met de bedeesde zwijgzaamheid van Marianne Kaas, naast hem. Het is een schouwspel dat zich die dag nog een paar keer zal herhalen: naast de orerende academici en de gloriërende auteurs, de zwijgende vertalers. Stuk voor stuk beperken die laatsten hun bijdrage tot een enkele behoedzaam en met dichtgeknepen stem geformuleerde vraag. Alsof ze ook zelf vinden dat een vertaling maar een slap aftreksel is van het origineel en ze daarom niet zo aanmatigend willen zijn hun vertaalervaring in de discussie te betrekken. Denk niet dat ik het over anderen heb: ikzelf was een van de vijf aanwezige vertalers, ik deelde in de malaise.

Vanwaar die lage eigendunk? Vanwaar de reflex van vertalers zich weg te cijferen, zich te wentelen in nederigheid? Vertalers worden door de buitenwacht vaak als quantité négligeable beschouwd, maar is dat een voldoende reden om ook zichzelf – of hun werk – zo te beschouwen? De bescheidenheid van vertalers is misplaatst, sterker nog: ze is vals. Want spreek je een vertaler aan op zijn kommagebruik of op zijn registerwisselingen, dan blijkt hij wel degelijk over eigenwaarde te beschikken en is hij wel degelijk overtuigd van het gelijk van zijn visie. Zou je überhaupt een boek vertalen zonder de heimelijke pretentie dat jouw vertolking de beste is?

3. Toussaints roman is door Marianne Kaas in het Nederlands vertaald onder de titel Liefde bedrijven. Kaas is lijfvertaalster van Toussaint sinds La salle de bain (1985), en diens elegante, nauwkeurige stijl is haar toevertrouwd. Toch valt er voor een haarklover wel wat aan te merken op Liefde bedrijven, zoals het ontbreken van het lidwoord (sic) in de titel, of ook het dempen van bepaalde contrasten, het afzwakken van de spreektaligheden die de onthechte toon van de roman bij Toussaint af en toe doorbreken. Het eerste deel eindigt met een keelsnoerende zin, die het enige echt obscene woord van het hele boek bevat: ‘Le jour se levait sur Tokyo, et je lui enfonçais un doigt dans le trou du cul.’ Kaas vertaalt: ‘De dag brak aan boven Tokio en ik stak een vinger in de opening van haar aars’. Nochtans was er in het Frans geen sprake van orifice anal: ‘een vinger in haar aarsgat’, ‘in haar kontgaatje’, of zelfs ‘in haar reet’, had ook gekund. Ikzelf heb een lichte voorkeur voor die laatste variant.

Wat onverlet laat dat je in Liefde bedrijven plaatsen aantreft waar het Nederlands klopt als een bus en klinkt als een klok, en waar Kaas bewijst dat ze over een fijn gevoel voor de suggestiviteit van woorden beschikt. ‘Personne n’avait comme elle un tel talent lacrymal’ wordt bij haar ‘Niemand was zo goed in lacrimoso als zij’, een zin die, met behoud van de verwijzing naar Latijnse tranen, het neurotisch-theatrale karakter van Toussaints heldin krachtiger onder woorden brengt dan het origineel. ‘Une sorte d’élan grandiose’ levert, met een intertextuele verwijzing naar Marsman, ‘een soort verlangen naar grootsheid en meeslependheid’ op. En de alinea die begint met het slepende ‘De uren waren leeg, log en traag’, eindigt met het nog slepender ‘En nu niets meer, namiddagrust, vermoeidheid en verveling, de uren die zich aaneenregen’, waarin bovendien een echo valt te horen van de regen die in de voorgaande alinea’s onafgebroken neervalt. De vertaling van Kaas is niet mooier of lelijker dan het origineel, het is een andere uitvoering ervan, gespeeld op een verschillend instrument (de Nederlandse taal).

4. ‘Poetry is what gets lost in translation’. De bekende oneliner van de Amerikaanse dichter Robert Frost, het dogma van het vertaalverlies, kan worden bestreden met het even verdedigbare, even willekeurige dogma van de vertaalwinst. Is een vertaling een verwaterde kopie van een bestaand literair werk? Een vertaling is een autonome literaire creatie die met andere middelen vergelijkbare effecten bewerkstelligt. Blijft een vertaling achter bij de taalrijkdom van het origineel? Een vertaling schept, door middel van identieke procédés en via het principe van de compensatie, nieuwe taalrijkdom. Delft in een vertaling het onvervreemdbare genius van de brontaal het onderspit? Een vertaling viert de virtualiteiten van de doeltaal. En ga zo maar door.

Voor een vertaler is een originele tekst óók een kladversie waarvan hij al vertalend literatuur maakt. Wanneer vertalers toegeven dat er hoe dan ook vertaalverlies optreedt en dat ze het hooguit kunnen trachten te minimaliseren, berusten ze in een eenzijdige kwantificering van het poëtische klatergoud. Elke vertaling bestaat uit een eenmalige combinatie van winst- en verliesposten. Elke vertaler buit de eigenaardigheden van zijn taal uit om voor de originele tekst een echokamer te ontsluiten in de literatuur die hem opneemt. Poëzie is niet alleen wat in vertaling verloren gaat. Poëzie is ook wat vertaling overleeft, en soms wat in vertaling wordt gewonnen.

De filmtitel Lost in Translation duidt op de wereldvreemdheid van twee in Tokio getranslateerde westerlingen, maar ook op het hilarische wederzijdse onbegrip tussen Japanners en Amerikanen. ‘Lip my stockings’, beveelt een hotelhoer Bob, de verbouwereerde mannelijke hoofdpersoon. ‘Lip your stockings?’ De ondertitelaar vertaalt: ‘Moet ik je kousen stuklukken?’

[De Standaard, 8 april 2004, © Rokus Hofstede]

Print Friendly, PDF & Email