Bruno Latour, ‘Waar ben ik? Lockdownlessen voor aardbewoners’ (fragment)

‘Kafka heeft het ons verteld: de insect geworden Gregor was welgeteld twee uur te laat voor zijn trein of de ‘procuratiehouder’ van zijn pisnijdige baas, die verbolgen was over de luiheid van zijn employé, stond al bij de Samsa’s voor de deur. Mensen die vanwege de pandemie in lockdown zaten, maakten dezelfde situatie mee, maar op een gigantische schaal; in een tijdsbestek van een paar weken werd datgene wat tot dan toe de ‘Economie’ heette, met hoofdletter, en wat gewone mensen op één lijn stelden met wat ze ‘hun wereld’ noemden, abrupt stilgezet. Paniekstop, pauzeknop, pas op de plaats. De claim dat het handelen van alle mensen onherroepelijk door de Economie wordt bepaald begon barsten te vertonen, dat besefte iedereen door deze ‘wereldstop’, en ook besefte iedereen dat die Economie, het fabelachtige uitbreiden van bepaalde berekeningen, niet langer mocht worden verward met de wetenschappelijke deeldisciplines boekhouding en economie – met kleine letter – zoals die door vaak zeer respectabele rekenkundigen worden bedreven. Net als Gregor, die zich met zijn onhandige poten geen raad wist, stond elke bewoner van de planeet er met hangende pootjes bij: wat te doen? In het kleinste stulpje vond zoiets als een radicale omkering van waarden plaats; het hogere kwam naar omlaag en het lagere naar omhoog.

Een revolutie, zo men wil, maar van een heel speciale soort. Alsof de Economie, die tot dan toe werd beschouwd als de onbetwistbare onderbouw van het bestaan, weer naar boven kwam, zoals een houten balk die je kunstmatig onder water hield en dan plotseling loslaat, waarna hij naar de oppervlakte schiet. Een onverwachte verwisseling van plaats: zonder slag of stoot kwam de roemruchte ‘infrastructuur’ (of ‘basis’) van het moderne leven als iets oppervlakkigs over, en tegelijk gleed, schoof diep daaronderdoor datgene wat in de ogen van weldenkende mensen tot nog toe een volstrekt verwaarloosbare ‘superstructuur’ (of ‘bovenbouw’) was geweest, namelijk verwekkingszorgen en kwesties van subsistentie. In een paar maanden tijd kwam er een einde aan wat de Economie vroeger was: ‘de onontkoombare horizon van onze tijd’.

Vandaar dat verontwaardigde ‘procuratiehouders’ bij alle mensen die in lockdown zitten op de deur staan te bonzen en roepen dat we ‘opnieuw aan het werk moeten’, dat we ‘vaart achter het herstel’ moeten zetten. Maar in de chaos die daarop is gevolgd, en ook in de planetaire crisis die onder onze ogen plaatsvindt, voelen we wel dat het niet meer van harte gaat – in weerwil van alle ‘procuratiehouders’ kunnen de massa’s niet vergeten dat ze heel even hebben gevoeld hoe oppervlakkig die kijk op de dingen is. Ditmaal gaat het er niet enkel meer om dat we het ‘economische systeem’ verbeteren, veranderen, vergroenen of op een radicaal andere basis grondvesten, maar dat we helemaal afzien van de Economie. Paradoxaal genoeg, en dat is iets wat aardbewoners blijft verheugen, leidde de episode van de pandemie ertoe dat de mensen die in lockdown zaten geestelijk werden bevrijd, dat ze even tevoorschijn konden komen uit hun lange opsluiting in de ‘stalen kooi’ van de ‘economische wetten’ waarin ze aan het wegkwijnen waren. Zoeken we naar een geval waarin mensen zich emanciperen uit de verkeerde emancipatie, dan hebben we hier een schoolvoorbeeld. […]

Wanneer de Franse boerenbond, de Fédération Nationale des Syndicats d’Exploitants Agricoles, het Ministerie van Landbouw dreigt te bezetten om het verbod op bijendodende pesticiden te laten intrekken, zodat ‘de Franse bietencampagne wordt gered’, zoals ze zeggen, dan mogen we daar a priori geen ‘economische dimensie’ in zien, als we daaronder een onweerlegbare belangenberekening verstaan waarmee automatisch veertigduizend banen en vele miljarden euro’s worden gered. Er heeft een voorafgaande distributie plaatsgevonden van levensvormen die het stuk voor stuk verdienen ter discussie te worden gesteld: waarom die productielijn redden, waarom suikerbieten telen, waarom suiker, waarom die specifieke banen, waarom landbouwsubsidies van de Europese Unie, waarom moeten de bijentelers en de klaprozen daarvoor boeten, waarom moet de staat terugkomen op zijn besluit om neocotinoïden te verbieden, welke rol speelt de groene bladluis, welke rol speelt de droogte, en ga zo maar door. Als er één verleiding is waaraan we vooral niet moeten toegeven, dan is het wel om al die hiaten glad te strijken en ze te vervangen door een berekening waarmee de discussie zou worden gesloten maar die elders is gemaakt, door anderen en vooral vóór anderen, die heel ver van het toneel verwijderd zijn. Dat betekent niet dat we een hekel aan suikerbieten hebben, of dat we de suikerbietenboeren moeten uithongeren, en het kan aan het slot van de discussie best verkieslijk blijken bij gebrek aan alternatief toestemming te geven tot het sproeien van eerdergenoemde bestrijdingsmiddelen, maar dat betekent dat niets in dit weefsel van discussies, onderhandelingen en evaluaties standaard mag worden gereduceerd tot de Economie – en dus tot de oppervlakkige aspecten van de zaak. Onvermijdelijk zit er in de situatie iets diepers waarmee we rekening zullen moeten houden. Aan deze kant van de limes is niets ooit glad. Telkens weer moeten we proberen de sluier op te lichten. […]’

  • Bruno Latour, Waar ben ik? Lockdownlessen voor aardbewoners, vert. Rokus Hofstede & Katrien Vandenberghe, Octavo 2021, p. 67-72
  • Print Friendly, PDF & Email

    Geef een reactie

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.