Marguerite Duras, Nachtschip Night (fragment)

– Ik had je gezegd waar ze was, tussen twee zalen, de laatste van dat gigantische museum, vlak voor de zaal met de koperen paardenkarkassen die ze in 1960 hebben gevonden in de haven van Piraeus.
    Wat me zo in haar trof, geloof ik, was de wond in het gezicht. Die wond contrasteerde met de blik… die gaaf was, zie je… Ik weet het niet zo goed meer…

Ik heb heel lang naar haar staan kijken.

Heb je haar niet gevonden in het museum?

– Nee.

– Haar naam staat erbij.

– Athene.

– Ja, precies…

Haar linker gezichtshelft moet zijn weggerukt door een ploegschaar of zoiets, door ijzer, maar haar ogen zijn ongeschonden… witte amandelen zonder enig reliëf…

Bestaat er geen enkele reproductie van?… > Lees verder