Zeven portretten van Denis Diderot

1. Zittend aan zijn werktafel (Louis-Michel van Loo, olieverf, Louvre)

De filosoof, zoals hij zichzelf graag noemde, draagt een glimmende kamerjas en ziet eruit als iemand die weet wat weelde is. Met zijn rechterhand schrijft hij, zijn linkerhand heeft hij op borsthoogte geheven alsof hij in zijn bezigheid is gestoord door de binnenkomst van een onbekende, naar wie hij met grote ogen opkijkt. Zeer vakkundig geschilderd, het pruikloze hoofd met het korte grijze haar doet zeer realistisch aan – maar nee, dit is hem niet: te goed gekleed, te wuft, te steriel.… > Lees verder

Denis Diderot, ‘Dit is geen grap’, fragment

– Het is een feit dat er zeer goede mannen en zeer slechte vrouwen bestaan.
– Dat zien we elke dag en soms zelfs zonder ons eigen huis te verlaten. En verder?
– Verder? Ik heb een mooie vrouw uit de Elzas gekend, maar dan ook zo mooi dat de oude mannen voor haar te hoop liepen en de jongelui met een ruk bleven stilstaan.
– Ik heb haar ook gekend, ze heette madame Reymer.
– Inderdaad. Een man uit Nancy die pas in Parijs was aangekomen, Tanié genaamd, werd smoorverliefd op haar.… > Lees verder

De zichtbare vertaler 2: Oude woorden

Hoeveel begrijpen hedendaagse Franse lezers nog van Franse teksten uit, zeg, de achttiende eeuw? Tien jaar geleden, toen ik net een studie literatuurwetenschap achter de rug had, wist ik het wel: de vraag is verkeerd gesteld, begrip is niet iets wat vermindert met de eeuwen, het verandert alleen. Hedendaagse lezers begrijpen een achttiende-eeuwse tekst op een andere manier dan de lezers uit de achttiende eeuw, maar daarbij is eerder sprake van een verrijking dan van een verarming: er worden nieuwe betekenissen toegevoegd aan de bestaande betekenissen, het betekenispotentiaal van de tekst groeit.… > Lees verder

Encyclopédie, artikel ‘Kaukasus’

Bergketen die begint boven Colchis en eindigt bij de Kaspische Zee. Dit was de plaats waar de lever van de geketende Prometheus werd verscheurd door een gier of een adelaar. Als we Philostratus mogen geloven, namen de bewoners van de streek die mythe letterlijk en voerden oorlog tegen adelaars, haalden de jongen uit de nesten en doorboorden ze met brandende pijlen. Of ze zagen er juist, zoals Strabo zegt, een zinnebeeld van de erbarmelijke toestand van de mens in en rouwden daarom wanneer er kinderen werden geboren en vierden feest als ze stierven.… > Lees verder

Encyclopédie, artikel ‘Adelaar’

[…] De adelaar is een vogel die aan Jupiter is gewijd sinds de dag dat er als gunstig voorteken een adelaar verscheen toen die god de auguren van het eiland Naxos had geraadpleegd over de afloop van de oorlog die hij ging voeren tegen de titanen. Men zegt ook dat de adelaar hem als kind ambrozijn bracht, en dat de god hem later als beloning voor zijn toewijding tussen de sterren plaatste. Op afbeeldingen van Jupiter zien we de adelaar nu eens aan de voeten van de god, dan weer aan zijn zijde, en bijna altijd draagt hij de bliksem in zijn klauwen.… > Lees verder

Encyclopédie, artikel ‘Kordelier’

KORDELIER, geestelijke in de orde van Sint-Franciscus van Assisi, gesticht aan het begin van de dertiende eeuw. De kordeliers gaan gekleed in een lang, grijs wollen gewaad. Ze hebben een kleine kap of kaproen, een mantel van dezelfde stof en een koord om hun middel dat met drie knopen is vastgemaakt, vandaar de naam kordeliers. Ze heetten aanvankelijk mindere armen, maar vervingen die naam door mindere broeders – dat arm beviel ze niet. Toch hebben ze als eersten het bezit van alle tijdelijke eigendommen opgegeven.… > Lees verder