Georges Perec, ‘Een man die slaapt’ (fragment)

[…] Je kamer is het middelpunt van de wereld. Dit hol, dit rommelhok onder de vliering waar voor immer jouw geur hangt, dit eenzame bed waar je in schuift, dit rekje, dit linoleum, dit plafond waarvan je de scheuren, de schilfers, de vlekken en oneffenheden honderdduizend maal hebt geteld, dit wastafeltje dat zo klein is dat het op een poppenmeubel lijkt, dit teiltje, dit raam, dit behang waarvan je elke bloem, elke stengel, elk vlechtwerk kent en waarvan jij als enige kunt bevestigen dat ze ondanks de haast feilloze perfectie der druktechnieken nooit helemaal op elkaar lijken, deze kranten die je hebt gelezen en herlezen, die je nog eens zult lezen en herlezen, deze gebarsten spiegel die nooit iets anders heeft weerspiegeld dan jouw gezicht, verbrokkeld in drie delen van ongelijke grootte die elkaar gedeeltelijk overlappen, iets waaraan je zo gewend bent geraakt dat je het haast kunt negeren, je vergeet de vage omtrek van een oog in je voorhoofd, van een gespleten neus, van een permanent verwrongen mond, je neemt alleen nog notitie van een y-vormige striem, het haast vergeten, haast vervaagde litteken van een oude wond, sabelhouw of zweepslag, die weggezette boeken, die ventilatorkachel, die met donkerrood pegamoid beklede koffergrammofoon: zo begint en eindigt jouw koninkrijk, dat in concentrische cirkels wordt omgeven door goedaardige of kwaadaardige, altijd aanwezige geluiden, het enige wat je met de wereld verbindt: het druppelen van de kraan van het fonteintje op de overloop, de geluiden van je buurman, zijn keel die hij schraapt, de laden die hij open‑ en dichtschuift, zijn hoestbuien, het fluiten van zijn ketel, de geluiden van de rue Saint-Honoré, het onafgebroken geruis van de stad. Van ver weg lijkt de sirene van een brandweerwagen op je af te komen, zich te verwijderen, weer terug te komen. Op de kruising van de rue Saint-Honoré en de rue des Pyramides geeft de afwisseling van het remmen, stilstaan, aanslaan en weer optrekken de tijd een ritme dat haast even regelmatig is als de onvermoeibare druppel of de klokkentoren van Saint-Roch.

Al een hele tijd staat je wekker op kwart over vijf. Hij is blijven stilstaan, waarschijnlijk toen je weg was, en je hebt niet de moeite genomen hem weer op te winden. In de stilte van je kamer dringt de tijd niet meer door, de tijd is overal om je heen, een permanente onderdompeling, nog aanweziger, nog hinderlijker aanwezig dan de wijzers van een wekker waar je niet naar hoeft te kijken, en toch lichtelijk verwrongen, verdraaid, een beetje verdacht: de tijd verstrijkt, maar je weet nooit hoe laat het is, de klok van Saint-Roch maakt geen onderscheid tussen kwart over, half of kwart voor, de stoplichten bij de kruising van de rue Saint-Honoré en de rue des Pyramides verspringen niet iedere minuut, de druppel valt niet iedere seconde. Het is tien, of elf uur misschien, want hoe kun je er zeker van zijn dat je het goed hebt gehoord, het is laat, het is vroeg, de dag breekt aan, de nacht valt, de geluiden houden nooit helemaal op, de tijd staat nooit volkomen stil, zelfs al dringt hij nog ternauwernood tot je door: druppel voor druppel, als een haarfijne bres in de muur van de stilte, als een vertraagde, vergeten fluistering, bijna een met het kloppen van je hart.

Je kamer is het mooiste onbewoonde eiland en Parijs een woestijn waar geen mens ooit doorheen is getrokken. Je hebt niets anders nodig dan deze rust, deze slaap, deze stilte, deze lethargie. Laten de dagen aanbreken en ten einde lopen, laat de tijd verstrijken, laat je mond zich sluiten, laten de spieren van je nek, je kaak, je kin zich volledig ontspannen, laat alleen nog het op‑ en neergaan van je borstkas, het kloppen van je hart getuigen van je geduldig voortbestaan.

Niets meer willen. Wachten, tot er niets meer is om op te wachten. Hangen, slapen. Gedragen worden door de mensenmassa’s, door de straten. De goten en de hekken volgen, het water langs de oevers. Langs de kaden lopen, langs de muren scheren. Je tijd verdoen. Elk plan, elk ongeduld laten varen. Zonder verlangen zijn, zonder wrok, zonder verzet.

Wat voor je ligt is een leven dat tot in lengte van dagen onbewogen zal zijn, zonder crisis of wanklank: niets scherps of oneffens, niets onevenwichtigs. Minuut na minuut, uur na uur, dag na dag, seizoen na seizoen neemt iets een aanvang waaraan nooit een einde zal komen: je vegetatieve leven, je nietig verklaarde leven.

[Van Un homme qui dort, Georges Perecs tweede roman, oorspronkelijk gepubliceerd in 1967 bij Éditions Denoël, verscheen al in 1968 een eerste Nederlandse vertaling, van de hand van A. de Swarte en getiteld Een slaper, in de Witte Beertjes-reeks van Uitgeverij Bruna, onder auspiciën van Theo Sontrop. In 1996 volgde bij De Arbeiderspers, eveneens onder impuls van Sontrop, een hervertaling door Rokus Hofstede onder de titel Een man die slaapt. Een tweede, herziene druk van die laatste vertaling verscheen in 2018. Aan die herdruk is de blijvende fascinatie niet vreemd die Perecs tijdloze tekst uitoefent op nieuwe generaties lezers – in dit geval onder meer de Vlaams-Nederlandse theatermakers van BOG., die Een man die slaapt in de winter van 2018-2019 als uitgangspunt namen voor een avondvullende voorstelling onder de titel Iemand die slaapt (in coproductie met Het Zuidelijk Toneel).]

‘Het is een heel ander boek dan De dingen, maar het heeft mijn persoonlijke voorkeur. Het zal je vast de nodige hoofdbrekens kosten: in feite heb ik de hulp ingeroepen (vaak door ze te verdraaien) van een flink aantal auteurs, onder meer Kafka, Melville, Dante, Joyce… waarbij het verbazingwekkendste is dat je het helemaal niet merkt.’ (Georges Perec, in een brief aan zijn Duitse vertaler Eugen Helmlé, 1967)

‘De tweede persoon enkelvoud in Een man die slaapt is de grammaticale vorm van de absolute eenzaamheid, van het uiterste verlies.’ (Roger Kleman)

‘We herlezen dit kleinood van een van onze grootste inspiratiebronnen om het alledaagse, het tijdloze, het eenzame en het gemeenschappelijke van het menselijk bestaan voelbaar te maken.’ (BOG.)

Print Friendly, PDF & Email

Eén antwoord op “Georges Perec, ‘Een man die slaapt’ (fragment)”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.