Milan Kundera, Een ontmoeting, fragment

Milan Kundera, Een ontmoetingGargantua-Pantagruel is een roman avant la lettre. Een miraculeus, nooit meer terugkerend moment, waarin een kunstvorm nog niet is uitgekristalliseerd en dus nog niet normatief afgebakend. Zodra de roman zich begint te profileren als een apart genre of (beter) een autonome kunstvorm, krimpt zijn oorspronkelijke vrijheid; er komen esthetische censoren die menen te mogen decreteren wat wel of niet met de aard van die kunstvorm overeenstemt (wat wel of niet een roman is), en er vormt zich een publiek, dat algauw bepaalde gewoonten en bepaalde eisen heeft. Dankzij die aanvankelijke vrijheid van de roman bevat het werk van Rabelais eindeloos veel esthetische mogelijkheden, waarvan er in de latere ontwikkeling van de roman een aantal zijn verwezenlijkt en andere nooit.

> Lees verder

In de mond van de reus

Het zal niemand ontgaan zijn: dit fin de siècle wordt gedomineerd door reuzen – reuzenvertalingen, welteverstaan. We hadden al de Cervantes van Barber van de Pol, de Ariosto van Ike Cialona en de Casanova van Theo Kars, en daarbij heeft zich met de verschijning van Pantagruel – Het vijfde boek nu ook de Rabelais van J.M. Vermeer-Pardoen gevoegd. Het wachten is nog op het laatste Proust-deel van Thérèse Cornips, en dan hebben we genoeg reuzen bij de hand om de millenniumwisseling met vertrouwen tegemoet te kunnen zien.

De Franse schrijver François Rabelais (1483?-1553) is niet alleen in verschillende opzichten een reus onder de groten van de wereldliteratuur (de nieuwe vertaling beslaat ruim duizend bladzijden), zijn romancyclus gaat ook over reuzen.

> Lees verder