De Franse letterkunde bestaat niet (in Nederland)

‘Begin februari in Amsterdam. Op de halfjaarlijkse boekbeurs Vers voor de Pers zit uitgever Wouter van Oorschot, zoals altijd met een blik in de ogen die weinig goeds voorspelt, achter zijn tafeltje. Nu de gekte rond Het Bureau van Voskuil is gaan liggen, lijkt het of Van Oorschot even een adempauze neemt. Slechts een handvol nieuwe titels ligt in dummyvorm voor. Eén daarvan is In de hemel zoals op aarde van Jean Rouaud. (..) ‘Daarmee is zijn cyclus klaar?’, vraag ik, behoorlijk overbodig maar je moet wat. De uitgever knikt en vraagt: ‘Heeft u de andere vier gelezen dan?’ Na het bevestigende antwoord mijnerzijds, bast hij: ‘Dan bent u een van de weinigen.’

> Lees verder

De paradox van de vertaler

De paradox van de vertaler: hij spreekt, maar zegt niets. Uit zijn pen vloeien woorden, maar hij heeft niets te melden. Niets, behalve één ding. Aan dat ene ding zijn de onderstaande vier stellingen gewijd, die beschouwd mogen worden als fragmenten van een hypothetisch of toekomstig boek, dat in tegenstelling tot deze kleine selectie uiteraard zal wemelen van de leerzame en amusante voorbeelden.

Vertalen is een uitvoerende kunst

Een waarheid als een koe, maar voor buitenstaanders toch nog (te) vaak een eye opener. Vooral de muziekmetafoor doet het in de mondaine conversatie altijd goed: ‘Literatuur vertalen is als het uitvoeren van een muziekstuk.’

> Lees verder

Wit en rood: over Michons ‘La Grande Beune’

La Grande Beune (1996) is de enige tekst van Pierre Michon die ondubbelzinnig tot de verbeeldingsliteratuur behoort. Al zijn andere boeken, van Vies minuscules (1984) tot het onvoltooide Les Onze, gaan over bekende of onbekende mensen die echt hebben bestaan, en dat is geen toeval: ‘Nieuwe levens en nieuwe doden scheppen vind ik zinloos,’ zegt de schrijver in een interview, en hij associeert die oerhandeling van het romaneske genre met solfer en duivelskunsten. Bij de lezer van La Grande Beune zal dat weinig verbazing wekken, want de hele novelle is doortrokken van zwaveldampen en kwaadaardige wasems. Meteen al aan het begin van het eerste hoofdstuk vergelijkt de verteller, een naamloze jonge onderwijzer, zichzelf met de duivels die de kringen van de hel bevolken:

Tussen Les Martres en Saint-Amand-le-Petit ligt het dorp Castelnau, aan de Grande Beune.

> Lees verder

‘Het masker was volmaakt’: over de bekkentrekkerij van de vertaler

Onder de vormen van plezier die lezen oplevert, onderscheidt Roland Barthes in zijn essay Sur la lecture, naast het fetisjistische plezier in de woorden en het erotische plezier van de suspense, het door de gelezen tekst opgewekte verlangen om zelf te schrijven: we verlangen, schrijft Barthes, naar het verlangen dat de auteur koestert om gelezen te worden, we verlangen naar het hou-van-mij dat in de tekst besloten ligt. Waarschijnlijk wordt geen enkele lezer door dat verlangen van een auteur om gelezen te worden zozeer aangegrepen als de lezer bij uitstek die de vertaler is. Hoe groter het hou-van-mij van de te vertalen tekst, hoe heviger zijn verlangen zelf een tekst af te scheiden waarvan gehouden kan worden, hoe veeleisender, hoe lastiger ook zijn verhouding tot het origineel.

> Lees verder

Het glazen huis van Edu Borger

Het is 23 juni 1975, iets voor achten ’s avonds. De steenrijke zonderling Percival Bartlebooth zit aan zijn werktafel, met in zijn hand het laatste stukje van de legpuzzel die voor hem ligt. Een moment later is hij dood. Dat is kort samengevat het plot van La Vie mode d’emploi, het zeshonderd pagina’s tellende hoofdwerk van Georges Perec. De plaats van handeling is 11 Rue Simon-Crubellier in Parijs, en het hele boek is in feite niets anders dan een denkbeeldige foto van dat ene huis op dat ene moment, of liever gezegd: een denkbeeldig schilderij, want het boek valt vrijwel geheel samen met het plan van de schilder Valène om het gebouw waarin hij woont op doek te brengen.

> Lees verder

Qui a peur de la traduction?

Qui a peur de la traduction? En tout cas pas ceux qui l’étudient de façon professionnelle, dirait-on. Toutefois, c’est le contraire qu’on se voit obligé de constater en lisant ces Actes. Il paraît en effet que la traduction en tant que telle n’est plus guère qu’un prétexte pour maint théoricien de la traduction littéraire. Si tous s’accordent pour comprendre le phénomène en question comme l’acte de rendre le même texte dans une autre langue, c’est moins sur la nature de cet acte que sur sa fonction que se concentrent les recherches actuelles. Précisons tout de suite qu’il ne s’agit pas d’un simple caprice: toute traduction impliquant une prise de position normative (la représentation totale de l’original étant impossible), on supposera sans peine que ce sont en dernier lieu les besoins de la culture cible qui dictent les règles du jeu – d’où la légitimité, voire la nécessité d’une approche pragmatique.

> Lees verder