Milan Kundera, Onwetendheid, fragment

Milan Kundera, Onwetendheid Jonás Hallgrímsson was een groot romantisch dichter en tevens een groot voorvechter van de onafhankelijkheid van IJsland. Alle kleine naties van Europa kenden in de negentiende eeuw die romantische en patriottische dichters: Petőfi in Hongarije, Mickiewicz in Polen, Prešeren in Slovenië, Mácha in Bohemen, Sjevtsjenko in Oekraïne, Wergeland in Noorwegen, Lönnrot in Finland en ga zo maar door. IJsland was destijds een kolonie van Denemarken en Hallgrímsson woonde gedurende zijn laatste levensjaren in de hoofdstad. Alle grote romantische dichters waren behalve grote patriotten ook grote drinkers. Op een dag viel Hallgrímsson stomdronken van een trap, brak zijn been, kreeg een infectie, stierf en werd begraven op het kerkhof van Kopenhagen. Dat was in 1845. Negenennegentig jaar later, in 1944, werd de IJslandse republiek uitgeroepen. Daarna volgden de gebeurtenissen elkaar in een hoog tempo op. In 1946 bezocht de ziel van de dichter een rijke IJslandse industrieel in zijn slaap en vertrouwde hem toe: ‘Al honderd jaar ligt mijn geraamte in het buitenland, in het land van de vijand. Wordt het geen tijd dat het naar zijn vrije Ithaca terugkeert?’

[Milan Kundera, Onwetendheid (Fr. L’Ignorance), vertaling Martin de Haan. Ambo, 2002.]

Print Friendly, PDF & Email