Charles Baudelaire, Mijn hart blootgelegd (fragment)

Baudelaire23. FLITSEN

Ik heb geloof ik al eens in mijn aantekeningen geschreven dat de liefde veel weg heeft van een foltering of een chirurgische operatie. Maar dat idee kan op uiterst wrange wijze worden uitgewerkt. Zelfs al zouden beide minnaars dolverliefd en vol verlangen naar elkaar zijn, dan nog is een van beide altijd kalmer of minder bezeten dan de ander. Die man, of die vrouw, is de chirurg of de beul; de ander is de patiënt, het slachtoffer. Hoort u dat gezucht, het voorspel tot een tragedie van ontering, dat gekreun, dat geschreeuw, dat gereutel? Wie heeft het niet uitgestoten, wie heeft het niet onverbiddelijk afgedwongen? En wat zou u mensonwaardiger vinden aan een pijniging door nauwgezette folteraars? Die rollende slaapwandelaarsogen, die ledematen met hun spieren die zwellen en verstijven alsof ze onder galvanische stroom staan, daarvan zult u in de meest woeste effecten van dronkenschap, ijlkoorts en opium beslist geen vreselijker en geen vreemder voorbeelden aantreffen. En zie eens hoe er op het menselijk gelaat, waarvan Ovidius dacht dat het was gemaakt om de sterren te weerkaatsen, nu alleen nog een uitdrukking van dolle wreedheid ligt, of hoe het verslapt tot een soort dood. Want naar mijn idee zou ik beslist spotten met het heilige als ik het woord ‘extase’ gebruikte voor zo’n ontbinding.
– Verschrikkelijk spel, waarin een van de spelers de beheersing over zichzelf moet verliezen!

Op een keer werd in mijn bijzijn de vraag gesteld wat het grootste genot van de liefde is. Natuurlijk antwoordde iemand: ‘het ontvangen’ – en iemand anders: ‘het zich geven’. – De een zei: ‘gestreelde trots!’ – en een ander: ‘wellustige onderwerping!’ Al die vuilbekken praatten als De Navolging van Christus. – En dan was er ook nog de schaamteloze utopist die beweerde dat er in de liefde geen groter genot is dan het verwekken van burgers voor het vaderland.

Ik zeg: het enige en opperste genot van de liefde ligt in de zekerheid dat je het kwaad bedrijft. – En man en vrouw weten vanaf hun geboorte dat in het kwaad alle genot schuilt.

[Charles Baudelaire, Mijn hart blootgelegd (Fr.: Journaux intimes / Fusées, Mon coeur mis à nu, Hygiène, La Belgique déshabillée), vertaling Rokus Hofstede, Voetnoot, 2014]

  • ‘(…) De vertaling van Baudelaire’s Journaux Intimes komt daarom als geroepen. Op geen andere plek in zijn oeuvre heeft de dichter van Les Fleurs du mal zich zo onomwonden uitgesproken. (…) Baudelaire’s ‘intieme journalen’, een illusieloze afwijzing van de moderne wereld, zijn een feest van herkenning, en prachtig vertaald.’ Arnold Heumakers, NRC
  • ‘(…) In afwachting van het uur van de vergelding krabbelde hij notities in zijn cahiers. Hun kwaliteit is ongelijk. Er zijn perfect geciseleerde aforismen, speelse oneliners en raadselachtige verwijzingen naar toestanden die we vandaag – ondanks Hofstedes briljante vertaling en het adequate notenapparaat – nog nauwelijks kunnen bevatten.’ Eric Min, De Morgen